‘Hoe zorgen we ervoor dat we niet doen wat we de ander verwijten?’

27 mei 2024
Beeld:

Rosa Tromp | Jacob Eikelboom

Geplaatst door
Jacob Eikelboom
Op
27 mei 2024

Jacob Eikelboom, al ruim zestien jaar docent op de HvA, schrijft elke twee weken een column over het verwarrende leven op en rond de hogeschool. De laatste tijd ziet hij de kritiek op de staat Israël obsessieve vormen aannemen, en vraagt hij zich af of er in het onderwijs ook een andere omgang mogelijk is. 

In documentaires, artikelen en Netflixseries zie en lees ik regelmatig over mensen met een obsessie. Variërend van een obsessieve verzameldrift, een uit de hand gelopen hobby tot een totale toewijding aan iets of iemand. Blijkbaar fascineert dat kijkers. Ik vind het altijd wat eng, dat soort mensen. Er lijkt maar één manier, één weg, één smaak die je kritiekloos volgt. Zelf ben ik nogal allergisch voor eenzijdigheid en redeloosheid.

 

De afgelopen maanden en vooral weken werd ik getriggerd door een obsessie waar ik de hele dag mee geconfronteerd werd en word. De Israël-Palestina-obsessie. In kranten en online, in demonstraties, op vlaggen, stickers en kleding, op straat en op scholen (en ja, nu ook weer hier). De obsessie neemt af en toe zulke groteske vormen aan, dat het aan stalken doet denken. Stalken van Israël en alles en iedereen die er ook maar dichtbij in de buurt komt. En dat maakt het af en toe eng, net als andere obsessies.

Bij geen enkel ander leed in de wereld zag ik mensen ooit scholen en stations bezetten

De afgelopen tijd heb ik met verbazing gekeken naar de protesten tegen Israël. De emotionele heftigheid, de bereidheid tot geweld en de eenzijdige verbolgenheid van betrokkenen overtreffen de inhoud van een Netflixserie. Helaas is het de realiteit. Bij geen enkel ander leed in de wereld zag ik zulke grote aantallen mensen in de straten van Amsterdam, zag ik boze groepen stations en schoolgebouwen bezetten, zag ik emotionele oproepen tot boycotten en uitsluiten. Ik zie collega’s en studenten, die zich nooit eerder uitspraken over maatschappelijke thema’s, zich ontpoppen tot fanatieke social justice warriors.

 

Nog nooit werd er zo dwingend geëist dat banden worden verbroken met een land dat mensenrechten schendt. Nog nooit stond er een uitnodiging voor een herdenkingsbijeenkomst in onze nieuwsbrief, niet voor Molukkers, niet voor Armeniërs, zelfs niet voor 4 mei. Maar wel voor de Nakba, de verdrijving van Palestijnen uit hun huizen. Bij geen enkel ander land zag ik zo’n obsessieve dwang om je uit te spreken. Bij de jarenlange oorlog in Syrië niet, bij de bezetting van Oekraïne niet, bij het stelselmatig bombarderen van Jemen niet, bij het slepende conflict in Soedan niet, bij het doden en onderdrukken van minderheden in Iran, China of Afghanistan niet en ook niet bij meer lokale ellende, die in het niet valt bij wat verder weg gebeurt. Alleen nu.

 

Wat mij ook opvalt bij deze protesten is dat het leed van Palestijnen lijkt te worden gebruikt als stok om mee te slaan op alles wat mensen niet aanstaat. Economische ongelijkheid, imperialisme, kolonialisme, de rol van politie en media, de betekenis van democratie, Mark Rutte; alles kom ik tegen op geschreven en geschreeuwde slogans, vaak in combinatie met ‘end’, ‘fuck’ en zelfs ‘death to’.

In het onderwijs zouden we minder onze woede moeten uiten, en meer vragen moeten stellen over hoe we samen verder komen

De brede woede die getoond wordt, zie ik ook weerspiegeld in de demonstranten. Het zijn soms mensen waarvan ik niet 1, 2, 3 de link met het conflict zie. Ik geloof in solidariteit, juist ook met mensen die verder van je af staan, zoals de Palestijnen in dit geval. Maar de wederkerigheid, die een onderdeel is van die solidariteit, zie ik niet altijd.

 

Zo verbaas ik mij over een groep die zich Queers for Palestine noemen. Queers in Palestina riskeren gevangenisstraf of zelfs de doodstraf en vragen asiel aan in Israël om aan onderdrukking te ontsnappen. Ik verbaas mij over mensen die onderwijsgebouwen bezetten die noch student, noch medewerker zijn. Ik verbaasde mij ook toen ik in het Parool een woordvoerder van de Marokkaanse Vereniging hoorde spreken over de broeders en zusters in Palestina. Gaza is familie voor ons, vertelde hij. Blijkbaar doelt hij niet op de gedeelde roots die Marokkaanse Nederlanders met een miljoen Marokkaanse Israeliërs hebben. Historische verbondenheid met je oude buren speelt in dit conflict blijkbaar geen rol.

 

Deze cocktail van heftigheid, eenzijdigheid en de samenstelling van groepen demonstranten doet mij soms denken aan een afrekening. Het lijkt wel alsof Israël verantwoordelijk is voor alles wat mensen politiek en maatschappelijk niet aanstaat. Ik snap in die zin wel dat direct betrokkenen die zich verbonden voelen met Israël een trauma van uitsluiting en vervolging herleven. En dan mag het geen antisemitisme heten, zo wordt het soms wel ervaren. Het doet mij denken aan de woede van Wilders en zijn aanhangers, alsof alles wat misgaat de schuld is van de islam. Ook hij zegt nadrukkelijk dat het hem niet om de aanhangers van de islam gaat, maar om het geloof zelf. Maar veel moslims ervaren dat wel degelijk als een aanval.

Hoe zorgen we ervoor dat we niet doen wat we de ander verwijten?

Hoe zorgen we ervoor dat we niet doen wat we de ander verwijten? Zelf vind ik dat we het op de HvA best goed doen als ik zie wat er allemaal gebeurt in Amsterdam. De meeste studenten en medewerkers die ik zie en spreek, bemoeien zich überhaupt niet met dit conflict. Niet omdat het ze koud laat, maar omdat het debat zo ontzettend gepolariseerd is. Dat is juist de uitdaging, het wèl bespreken van conflicten en wat dat met ons doet. Maar dat kan alleen als het op respectvolle wijze gebeurt, zoals rector Geleyn Meijer onlangs wenste.

 

Ik volg hem in die wens. Een eenzijdige obsessie draagt niet bij aan wederzijds respect in een protest, denk ik. Hoe dan wel? Begin eens met het zoeken naar waarin de mensen om je heen overeenkomen. Niemand wil dat mensen worden gedood, verkracht of anders onderdrukt. Nergens en nooit. Begin eens met kennen en herkennen van de grenzen van de ander, in dit geval je medestudenten, je collega’s, de mensen die we tegenkomen in de gangen, kantines en studieplekken. Een onderwijsinstelling zou het lichtend voorbeeld moeten zijn hoe we samen verder komen, met meer kennis, interesse, kritisch denken, vragen stellen en luisteren, in plaats van woede, uitsluiting en stalking.