Hoe verwerk je het slavernijverleden in het Nederlandse onderwijs?

eergisteren
Beeld:

Stadsarchief Amsterdam

Geplaatst door
Irene Schoenmacker
Op
24 januari 2023

Nu de regering haar excuses heeft aangeboden voor het slavernijverleden, is de volgende stap dat mensen zich bewuster worden van onze geschiedenis. Het onderwijs zal daarom moeten worden aangepast. Maar hoe doe je dat bij een vak als wiskunde? En wordt er al genoeg aandacht aan besteed bij geschiedenis?

Maandag 19 december kan met recht een historische dag worden genoemd: het was de dag waarop Nederland excuses aanbood voor haar slavernijverleden. ‘Het boek van onze geschiedenis kent veel pagina’s die ons met verbijstering, afschuw en diepe schaamte vervullen’, zei premier Mark Rutte, die namens de regering zijn excuses aanbood.
 
De excuses waren een eerste stap. De komende tijd moet de bewustwording rondom ons slavernijverleden worden vergroot. Daarvoor moeten de curricula in het onderwijs worden aangepast. Hoe, dat wordt nu onderzocht bij onder meer maatschappijleer, Nederlands en de bètavakken. Geschiedenis komt later aan de beurt. Want hoe doe je dat, het koloniale verleden van Nederland verweven in je lessen? Is dat bij een vak als wiskunde niet erg ingewikkeld?

‘Ik leer mijn studenten over de Gouden Eeuw, die ook de gouden eeuw van de wiskunde was’

Rijkdom
Nee hoor, zegt Peter Lanser. Hij is lerarenopleider wiskunde aan de HvA en geeft het vak ‘Geschiedenis van de Wiskunde’. Daar komt het koloniale verleden al aan bod, aldus Lanser. ‘Ik leer mijn studenten bijvoorbeeld over de Gouden Eeuw, die ook de gouden eeuw van de wiskunde was. Welgestelde mensen, zoals bijvoorbeeld Christiaan Huygens, konden plots ook zelf wetenschap bedrijven. Zijn ouders waren extreem rijk en die rijkdom was mogelijk vergaard in het koloniale verleden.’
 
Die welvaart zorgde er bovendien ook voor dat de wiskundige kennis in Nederland toenam. ‘Er moesten logischerwijs ook meer en complexe berekeningen worden gedaan. Hoe, was de gedachte destijds, zorgde je je er bijvoorbeeld voor dat je verzekerd was voor een lading slaven in het scheepsruim? Daar moesten nieuwe technieken voor worden uitgevonden. Daardoor namen ook rekenen en wiskunde een flinke vlucht.’
 
Hoe reageren zijn studenten erop? Lanser: ‘Ik heb de indruk dat de informatie over ons verleden vaak wel nieuw is. We hebben natuurlijk ook een vrij specifieke groep studenten, die bèta-georiënteerd is en mogelijk wat minder lezen. Ik wil studenten graag iets meegeven, maar het is niet het doel van dit vak om een discussie op gang te brengen.’

Rechtszaak over het excuses

De excuses op 19 december 2022 gingen niet zonder slag of stoot. Sommige Surinaamse belangenorganisaties waren boos over de vastgestelde datum, die te overhaast zouden zijn. De datum 1 juli 2023 had de voorkeur, omdat Nederland op die dag in 1863 officieel de slavernij afschafte. De rechter haalde echter een streep door de bezwaren.

 

Na de excuses meldde het kabinet dat het slavernijverleden een stevige plek zou krijgen binnen het onderwijs: dit is immers de plek waar jongeren in aanraking komen met geschiedenis. 

Biedt de lerarenopleiding Wiskunde nu genoeg gereedschappen om in de lessen er wat aan te doen? Lanser denkt van niet. ‘Je zou daar best meer aandacht aan kunnen besteden. Door bijvoorbeeld leerlingen bronnen uit vroegere tijden te laten bekijken, denk aan verzekeringspapieren over het vervoer van slaven. Of leer studenten hoe ze aan leerlingen hier les over moeten geven. Studenten krijgen bij ons bij ‘Beroepsopdrachten’ les over hoe het Nederlandse onderwijssysteem werkt en hoe ze een les moeten opbouwen. Daarbij zou je ook prima aan bod kunnen laten komen hoe je leerlingen bij wiskunde iets leert over ons koloniale verleden.’
 
Gebrek aan meerdere perspectieven
Daan van Dijk is lerarenopleider Geschiedenis. Hij vindt heel goed dat er dankzij deze excuses meer aandacht is gekomen voor de Nederlandse koloniale geschiedenis. ‘Nadenken over het koloniale verleden was een weg die wij bij Geschiedenis al langer waren ingeslagen. Wij hebben het veel gehad over dat we bij geschiedenis ook andere perspectieven willen laten zien, de andere kant willen tonen.’
 
Van Dijk geeft het voorbeeld van het Azteekse rijk. ‘Vanuit het Europese perspectief bekeken is het Azteekse rijk ten onder gegaan doordat de Spanjaarden onder meer militair superieur waren. Maar vanuit het Azteekse perspectief wordt dat beeld bijgesteld. Dat militair treffen vaak gelijkspel opleverde, bijvoorbeeld.’
 
Hij ziet dat de laatste jaren al wel het een en ander is veranderd. ‘Het eindexamen is al aangepast, ons koloniale verleden wordt al meer besproken dan twintig jaar geleden. Toch is het nog wel zo dat we alleen andere gebieden bespreken als het relevant is voor Europa. Europa of Europeanen. Enerzijds is dat logisch, we wonen in Europa, maar aan de andere kant mis je zo ook perspectieven van andere landen.’

‘Studenten van nu willen niet Nederland, maar de wereld begrijpen’

Zijn collega Kris van den Heijkant sluit zich daarbij aan. Zij werkt sinds september voor de hogeschool, maar werkte daarvoor lang als docent Geschiedenis en zit in een speciale commissie die als doel heeft meer wereldgeschiedenis de lessen in te krijgen. ‘Docenten gaan vaak mee in de verdeling in de geschiedenis zoals deze ooit is bedacht, de zogenoemde tien tijdvakken. Daar komt het koloniale verleden minder aan bod dan gewenst. Natuurlijk, een beetje goede docent besteedt wel aandacht aan Jan Pieterszoon Coen en of hij nu een held of een schurk is, maar veel dieper dan dat gaat het niet. Door de werkdruk sneeuwt het onder.’
 
Wereld van nu
Krijgt het koloniale verleden genoeg aandacht? Nee, zegt Van den Heijkant. ‘We behandelen wat verplichte grote onderwerpen, zoals de twee wereldoorlogen, de Koude Oorlog en Nederland na 1945. Maar het helpt leerlingen niet de wereld van nu te verklaren. En dat is het allerbelangrijkste doel van geschiedenisonderwijs.’
 
De nationale geschiedenis, waarbij de focus ligt op Nederland, is niet meer van nu, stellen de beide docentenopleiders Geschiedenis. ‘Je hebt er weinig aan om de moderne wereld mee te begrijpen’, aldus Van den Heijkant. De huidige generatie studenten staan opener in de wereld, zij hebben corona meegemaakt en hebben gezien dat de landsgrenzen zijn vervaagd: een pandemie houdt niet op bij de grens. Studenten van nu willen niet Nederland, maar de wereld begrijpen. Dat moeten we bedienen.’