De HvA als start-up: dit zijn de plannen van de nieuwe rector

19 april 2018
Beeld:

Daniël Rommens | Geleyn Meijer

Geplaatst door
Nina Rijnierse
Op
19 april 2018

Aan beweging zal Geleyn Meijer als nieuwe rector in ieder geval geen gebrek hebben. Maar hij doet het graag: heen en weer fietsen tussen alle faculteiten van de HvA. Hoe zorgt hij ervoor dat hij verder kijkt dan de Amstelcampus, en wat wil hij in zijn eerste jaar als rector bereiken?

Gefeliciteerd met uw nieuwe functie! U zit nu nog in het Benno Premselahuis als decaan van de Faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie. Hoe voelt het dat u straks gaat verhuizen naar het Wibauthuis?

‘Wat hier op de faculteit gebeurt gaat mij na aan het hart, zowel privé als professioneel. Maar ik ga niet naar een andere hogeschool. Anders kun je denken: ik schrijf nog eens goed op hoe het er hier voorstaat, fiets weg en kom nooit meer terug. Nee, ik word rector, en ben dan van alle faculteiten.’

 

Als u alle faculteiten wilt bezoeken, zit u alsnog veel op de fiets.

‘Ik fiets graag wat af en dan knoop ik een praatje aan met studenten en medewerkers. Soms eet ik een broodje in de kantine en zie ik vanuit mijn ooghoeken een groepje studenten. Dan stap ik erop af en vraag ik: wat zijn jullie aan het doen? Soms zullen zij vast ook denken, wie is die meneer, waar bemoeit hij zich mee?’

 

 

Ja, hebben studenten eigenlijk wel een idee van wat decanen en het bestuur doen?

‘Als je vraagt wat het verschil tussen een rector en een decaan is, dan weten ze dat misschien niet. En dat is ook oké, want waarom zou je daar heel ingewikkeld over doen? Wij zijn gewoon de mensen die zorgen dat het hier draait. Behalve als er iets aan de hand is. Dan is het belangrijk dat ze weten waar ik zit. Wat voor vraag studenten ook hebben, ze kunnen altijd even bij me aankloppen.’

 

Straks bent u bestuurder van de hele HvA. Wat wilt u in uw eerste jaar bereiken?

‘Ik vind het belangrijk om de verschillende afdelingen van de HvA beter aan elkaar te knopen, over de grenzen van de faculteiten heen. Dat gebeurt ook al, bijvoorbeeld bij studenten die een studie aan Amfi en economische vakken combineren, of sport en techniek. Het is interessant om vakken te combineren en samen te werken met andere richtingen. Daar verrijk je je geest mee.’

 

‘Ik vind het belangrijk dat de decanen van alle faculteiten meer één groep vormen. Nu is dat nog wat verdeeld en heeft iedereen zijn eigen punten. Dat werkt op zich prima, maar ideeën blijven daardoor geïsoleerd. Dat wil ik eigenlijk begin 2019 al voor elkaar hebben. Daarin ben ik best ongeduldig, maar ik heb ook geleerd dat sommige dingen tijd nodig hebben.’

‘Soms zullen studenten vast ook denken, wie is die meneer, waar bemoeit hij zich mee?’

Sommige medewerkers vergelijken deze grote hogeschool met een mammoettanker, ook omdat het erg bureaucratisch kan zijn. Is er iets wat u daar als rector aan kunt doen?

‘Ik vind deze faculteit al supergroot, met vijf opleidingen die ieder hun eigen dingen willen. Als ik over zeven faculteiten ga, is dat niet anders. Een organisatie begint vaak als een soort start-up met frisse ideeën en bomvol energie. Je ziet dat het vaak uitgroeit tot een grote gestructureerde organisatie –  zoals de HvA – waarin mensen soms vastzitten in de structuren. Dat willen we niet, maar dat is door de jaren heen zo gegroeid, terwijl iedereen hier met de beste intenties aan het werk is. Ik zie het als mijn rol om wat van het idee van de start-up terug te halen om de HvA in beweging te houden.’

 

Dan iets anders: vorige week stapte student Achraf El Johari op uit de medezeggenschapsraad omdat u ‘alweer een witte babyboomer’ zou zijn. Heeft u begrip voor die uitspraak?

‘Die uitspraak gaat over mij, maar niet om mij persoonlijk, dus ik vind niet dat ik daarin een gesprekspartner ben. Maar ik snap de noodzaak om met een diverse organisatie te werken en ben het daar ook volstrekt mee eens. Daar ijver ik binnen mijn faculteit al jaren voor en dat zal ik als rector blijven beijveren.’

 

‘Je moet er enerzijds op letten dat je iedereen als gelijkwaardig beschouwt, wat nog niet wil zeggen dat iedereen gelijke kansen heeft. Maar dat moet je opbouwen, daar gaat tijd overheen. Je kunt het niet mooier maken dan het is. Ook moeten we aandacht geven aan bijvoorbeeld toegankelijkheid van gebouwen. Daar kunnen we echt nog stappen in maken.’

Beeld: Daniël Rommens | Geleyn Meijer

De HvA kwam ook in het nieuws vanwege de gedragingen van een medewerker van uw faculteit, die studenten seksueel zou hebben geïntimideerd. De rechter heeft aangegeven dat de HvA de klachten daarover niet goed heeft afgehandeld, hoe kijkt u daar tegenaan?

‘Het is mijn nummer één prioriteit om op de HvA voor een veilige omgeving te zorgen. Voor studenten nog meer dan voor medewerkers, omdat zij in een zwakkere positie zitten. Sommige dingen ontgaan mij, want de signalen komen er gewoon niet. De signalen die er indertijd waren zijn onvoldoende opgepikt, dat is iets wat de HvA echt fout heeft gedaan. Dat komt niet zozeer door individuen, maar vooral door de manier waarop we dingen regelen.’

 

‘Wat we in die zaak vooral wilden, was waarheidsvinding: wat is daar gebeurd? En wat moeten we doen zodat het niet meer gebeurt? Als dat leidt tot een gang naar de rechter, dan moet je daar niet weg van willen lopen. Anders bedek je de boel toch weer een beetje met de mantel der liefde. We wisten: dit is ernstig. De rechter heeft geoordeeld dat we dat allemaal beter hadden moeten doen. Daar kan ik me alleen maar bij neerleggen.’

U bent nu nog even decaan van de Faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie. Hoe zorgt u ervoor dat de focus niet daar blijft hangen?

‘Ik weet dat dat niet zo zal zijn. Ik heb juist voor deze functie gekozen omdat ik het heel erg leuk vind om op een andere manier nog iets te kunnen bijdragen aan de HvA. Ik verheug me erop om naar andere faculteiten te gaan en daar mensen te leren kennen. De andere faculteiten moeten ook zien dat ik er voor ze ben.’

 

‘Ook op de Fraijlemaborg en het Nicolaes Tulphuis zijn geweldige plekken om iets moois op te bouwen. De Amstelcampus moet in die zin een soort pied-à-terre zijn. Minoren waarbij verschillende opleidingen samenwerken kunnen dan hier plaatsvinden. Ik gun dat die andere faculteiten ook, net zo goed als dat de mensen die hier zitten daarheen kunnen.’