Mbo-doorstromers zijn met veel en hebben het zwaar

2 februari 2018
Beeld:

Daniël Rommens | Eerstejaars studenten bij de HvA introductie (archiefbeeld)

Geplaatst door
Daniël Rommens
Op
2 februari 2018

Ongeveer een derde van alle HvA-studenten komt van het mbo. Deze zogeheten doorstromers hebben het niet makkelijk op de hogeschool. Volgens de laatste cijfers haalt minder dan veertig procent binnen vijf jaar een diploma. Hoe komt dat en wat doet de HvA om ze te helpen?

Waar praten we precies over?

Studenten die doorstromen vanuit het mbo maakten in de afgelopen tien jaar ongeveer een derde uit van het totale aantal inschrijvingen op de HvA. De overige studenten komen van de havo en het vwo, en sommige beginnen aan de HvA nadat ze al een wetenschappelijke opleiding hebben afgerond.

 

(De tekst loopt door onder de grafieken.)

In de jaren voor 2015 steeg het aantal mbo'ers dat zich op de HvA inschreef. Ook het totale aantal inschrijvingen steeg trouwens. In 2015 is een plotselinge daling te zien. In dat jaar voerde het kabinet dat er toen zat het leenstelsel in, waardoor studenten geen basisbeurs meer kregen. De dip in het aantal doorstromers in 2015 kan ook deels komen doordat er op de pabo een instroomtoets werd ingevoerd. Daardoor meldde zich voor die opleiding dertig procent minder mbo'ers aan.

Van de doorstromers die in 2011 begonnen aan de HvA, haalde 38,9 procent binnen vijf jaar een diploma. Ten opzichte van de groep die in 2007 startte, is het studiesucces gedaald. De groep die in 2009 begon deed het het minst goed. Daarvan haalde slechts 35,5 procent binnen vijf jaar een diploma.

 

De HvA laat weten dat die dip toen op alle hogescholen te zien was. ‘Het studiesucces van alle hbo-studenten was laag,’ zegt HvA-woordvoerder Wouter Rutten. ‘Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de hogescholen hebben toen afspraken gemaakt die ervoor hebben gezorgd dat er sinds 2009 weer een stijgende lijn te zien is.’

Wat vinden doorstromers zelf van het hbo?

Farhad Qasemi (23, sociaal juridische dienstverlening) vond vooral zijn eerste jaar op het hbo moeilijk. ‘De taal, dat was in mijn eerste jaar een grote stap. Ik kom oorspronkelijk uit Afghanistan, daardoor waren taal en spelling moeilijk. Ik zit nu in mijn vierde jaar, want ik heb een beetje langzaam aan gedaan.’

 

Heeft hij advies voor aankomende HvA’ers die van het mbo komen? ‘Vooral veel leren, niet te veel chillen net als ik. Maar overschat het ook niet. Veel mensen denken op het mbo dat het hbo heel moeilijk is, terwijl het echt meevalt.’

 

Jaleesa Saro (26, lerarenopleiding Engels) stroomde door vanaf de opleiding onderwijsassistent. ‘In het begin was het wel wennen. Vooral de colleges: in een grote zaal met één leraar die door een microfoon spreekt. We kregen superveel theorie binnen, dus dat was voor mij soms wel moeilijk. Nu niet meer. Je moet gewoon discipline hebben en goed kunnen leren, dan is hbo appeltje-eitje.’

 

Merkt ze nog verschil met haar hbo-klasgenoten? ‘Ik denk dat ik wat langer leer dan de gemiddelde leerling. Ik vind het fijn om de stof langer door te nemen.’

 

(De tekst loopt door onder de afbeelding.)

Beeld: Daniël Rommens | Studenten op het Kohnstammhof (archiefbeeld)

Waar lopen doorstromers tegenaan?

Eén op de drie doorstromers valt in het eerste jaar op het hbo uit. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat ze niet genoeg voorbereid zijn op de zelfstandigheid die van hen wordt verwacht op het hbo. ‘Ik hoefde op het mbo nooit iets zelfstandig te doen,’ hoort lector beroepsonderwijs Louise Elffers mbo'ers vaak zeggen.

 

Doorstromers zeiden in zogenoemde StudentlabsDat is een project waarin studenten zelf verbeterplannen bedachten voor een betere doorstroom van mbo naar hbo. dat ze dachten dat het met de zelfstandigheid op het hbo wel mee zou vallen, maar dat ze nu merkten dat ze slecht waren voorbereid.

Er is een kloof ontstaan tussen het mbo en het hbo

Mbo's hebben in de afgelopen jaren hun opleidingen meer arbeidsmarktgericht en praktischer gemaakt. Hbo's deden juist het tegenovergestelde: daar kwam meer focus op onderzoeksvaardigheden te liggen. Daardoor is volgens Elffers een kloof ontstaan tussen het mbo en het hbo.

 

Daar komt bij dat een deel van de doorstromers uit het mbo de eerste in hun familie zijn die gaan studeren in het hoger onderwijs. Deze eerste generatie studenten hebben te maken met een aantal factoren, zoals minder steun vanuit het gezin en minder toegang tot informatie over hoe je je hbo-studie het beste aan kunt pakken. Dat maakt het studeren lastiger.

 

De afdeling studentzaken van de HvA plaatste onderstaande video, waarin doorstomers vertellen over hun overgang naar het hbo.

 

(De tekst loopt door onder de video.)

Wat wordt er gedaan om doorstromers te helpen?

Nadat het studiesucces sterk gedaald was, werd landelijk bepaald dat mbo'ers niet zomaar elke hbo-opleiding konden kiezen. Alleen doorstromers met een relevante vooropleidingIemand die de pabo wil doen, moet bijvoorbeeld de opleiding onderwijsassistent hebben gedaan op het mbo. werden nog toegelaten. Volgens de HvA heeft dat bijgedragen aan de betere resultaten van de groepen die begonnen in 2010 en 2011.

 

De HvA is ook een paar jaar geleden gaan samenwerken met mbo-scholen uit de regio. Daar bieden ze zogenoemde keuzedelen aan, waarin mbo’ers worden voorbereid op de manier van werken op een hogeschool. Daarnaast biedt de HvA aan doorstromers meer begeleiding aan.