Aan het werk: Afra is verpleegkundige in een ziekenhuis

30 januari 2019
Beeld:

Privéarchief Afra Kiel | Afra werkte vlak na haar studie als vrijwilliger in Cambodja.

Geplaatst door
Emmeke Bos
Op
30 januari 2019

Aan het werk na je studie. Sommigen stellen het zo lang mogelijk uit en anderen kunnen juist niet wachten tot ze aan de slag mogen. Wat vinden oud-studenten van hun werk en hoe kwamen ze aan hun baan? Dit is Afra Kiel en zij werkt als verpleegkundige.

Naam: Afra Kiel
Leeftijd: 23 jaar
Functie: verpleegkundige
Studie: Verpleegkunde
Afgestudeerd: zomer 2016
Salaris: 1700-1800 euro per maand (4 dagen per week, afhankelijk van onregelmatigheidstoeslag)

 

Wat doe je?

‘Ik werk als verpleegkundige in het Dijklander Ziekenhuis in Hoorn. Als verpleegkundige ben je echt het eerste aanspreekpunt. Je hebt steeds ongeveer zes patiënten onder je hoede. Je houdt in de gaten hoe het met ze gaat, je overlegt met artsen en je doet medische handelingen, zoals infusen aanleggen.’

Beeld: Privéarchief Afra Kiel

‘Daarnaast heb je avond- en nachtdiensten. ‘s Nachts is het lekker rustig, er zijn minder afspraken en de meeste mensen slapen. Dan houd ik ook meer tijd over om de administratie bij te werken of verslagen te schrijven.’

 

‘Ook zit ik in een werkgroep die uitzoekt welke medische handelingen goed werken en welke niet. Vaak doe je dingen al heel lang op een bepaalde manier, terwijl de wetenschap misschien al verder is. Dan kijk je bijvoorbeeld wat beter werkt: middel A of middel B.’

 

Hoe ben je aan dit werk gekomen?

‘Ik kom uit de buurt en doordat ik hier stage heb gelopen, kende ik het ziekenhuis al. Toen ik afstudeerde, in 2016, ben ik eerst twee maanden vrijwilliger geweest bij een ziekenhuis in Cambodja, om zo wat andere ervaring op te doen.’

 

‘In die tijd was het nog lastig om een baan te vinden als verpleegkundige. Daarom kwam ik via een flexbureau met een nulurencontract bij het Dijklander Ziekenhuis terecht. Daarmee kon ik op alle afdelingen werken. Ondertussen werk ik er vast: vier dagen per week op de afdeling voor maag-, darm- en leverziekten. Dat is wel prettiger.’

 

Wat leerde je hier wat je niet op je studie leerde?

‘Omdat ik tijdens mijn studie al veel stageliep, was de overgang eigenlijk niet zo groot. Het enige waar ik echt in gegroeid ben, is het begeleiden van mensen na slechtnieuwsgesprekken.’

 

‘Die gesprekken vind ik wel heel zwaar. Zeker als het mensen zijn van je eigen leeftijd. Maar ik merk dat je soms ook heel veel kan betekenen door een luisterend oor te bieden.’

 

Wat vind je leuk aan dit werk?

‘Wat ik heel leuk vind, is dat je het aanspreekpunt van iedereen bent. Je mag veel doen en er is veel afwisseling.’

 

‘En je merkt dat kleine dingen veel kunnen betekenen. Laatst kwam iemand op de afdeling na vier weken op de intensive care te hebben gelegen. Zij was zo blij dat ze kon douchen. Die dankbaarheid is fijn.’

 

‘Het is wel echt een drukke baan, heel leuk, maar ook heel zwaar’

Wat vind je minder leuk?

‘Het is wel echt een drukke baan, heel leuk, maar ook heel zwaar. Je zit nooit stil: als je niet met patiënten bezig bent, is er wel een fysiotherapeut of een diëtiste die iets aan je wil vragen. Soms is het moeilijk om genoeg tijd aan patiënten te besteden.’

 

Hoe zie je de toekomst?

‘Ik zou graag nog door willen leren. Ik zou bijvoorbeeld wel verpleegkundig specialist willen worden. Dan sta je nog dichter bij de arts en mag je nog meer doen. Ik wil daar niet te lang mee wachten, nu ben ik nog gewend om naar school te gaan en dingen te leren.’