Katelijne Boerma: ‘Auto’s en scooters hebben echt hun langste tijd gehad’

4 december 2018
Beeld:

Daniël Rommens

Geplaatst door
Heleen Gorris
Op
4 december 2018

Fietsburgemeester Katelijne Boerma probeert de hele wereld op de fiets te krijgen, van haar eigen studenten tot kinderen in Mexico-Stad. ‘Waarom zou je nog in de auto stappen als je overal sneller met de fiets bent?’

‘Ride with me’. Die tekst staat pontificaal op het krat voorop de fiets van de Amsterdamse fietsburgemeester Katelijne Boerma, opleidingsmanager en docent bij Sport Management & Ondernemen en International Sport Management & Business. Aan het stuur wapperen groene en rode lintjes. Op de stang zit een zadel, waarop ze een van haar kinderen naar school vervoert. Op de bagagedrager een zitje voor een van haar andere kinderen. Aan de zijkant van het achterwiel hangt een rekje voor tassen.

 

Boerma – bruine krullen, blauwe ogen – parkeert haar fiets pal voor de deur van een café tegenover de pontjes in Amsterdam-Noord. Ze houdt grijnzend een groene schoudertas omhoog. ‘Deze heb ik net gevonden op het fietspad! Er zit een iPad in. De eigenaar komt hem hier zo ophalen. Mooi hè, de fiets. Je kunt zonder moeite afstappen en een tas oprapen.’

Beeld: Daniël Rommens | Boerma: ‘Fietsen is mijn dagelijkse work-out.’

Een fietser in hart en nieren noemt ze zichzelf. ‘Boodschappen, meubels, kinderen, het is bizar wat je allemaal op een fiets kunt vervoeren,’ lacht ze. HvA’er Boerma fietst zelf iedere dag van haar huis in Noord naar het Dr. Meurerhuis in Nieuw-West, in totaal ruim twintig kilometer. ‘Voor sporten heb ik minder tijd, dit is mijn dagelijkse work-out.’

 

Het fietsburgemeesterschap is een ceremoniële en vrijwillige functie, in het leven geroepen door Bycs, een organisatie die fietsen wereldwijd wil promoten. Boerma bekleedt de functie sinds 2017 en ze wil ‘iedereen op de fiets krijgen’.

‘Boodschappen, meubels, kinderen, het is bizar wat je allemaal op een fiets kunt vervoeren’

Waar begin je als je de hele wereld op de fiets wil krijgen?

‘In Amsterdam, de fietshoofdstad van de wereld. Een fiets is hier steeds meer een statussymbool. Tenzij je er niet van jongs af aan mee in aanraking bent gekomen, zoals voor Nederlanders met een niet-westerse achtergrond. Bij hen is nog steeds het credo: zodra je een baan hebt en het kunt betalen koop je een auto.’

 

‘Ik ben begonnen met kinderen van andere culturen op de fiets krijgen. Want als kinderen gaan fietsen, gaan ouders ook fietsen. Daarom is er naast de fietsburgemeester nu ook een zogenoemde junior-fietsburgemeester. De kinderen van nu zijn de fietsers van morgen, die hopelijk niet meer allemaal een auto kopen.’

 

De achtjarige Lotta Crok uit Amsterdam is nu de eerste junior-fietsburgemeester ter wereld. Boerma: ‘Zij meldde zich aan met een bijzonder idee: een ov-fiets voor kinderen. Die bestaat namelijk nog niet. Er komt na een aantal gesprekken met de NS nu een pilot met een ov-fiets voor kinderen op Haarlem Centraal.’

 

Kunnen de fietspaden in Amsterdam al die fietsers wel aan?

‘Op het fietspad komt nu van alles samen. Fietsende kinderen, toeristen, racende forenzen en elektrische postkarretjes. Dat gaat niet altijd goed.’

Beeld: Daniël Rommens

‘Als gemeente moet je kiezen wat voor stad je wil zijn. Voor auto’s of voor fietsers? Ik pleit bijvoorbeeld voor een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur binnen de ring van Amsterdam.’

 

‘Fietsstraten, fietssnelwegen rondom de stad, slimme stoplichten, parkeerplekken voor auto’s veranderen in extra ruimte voor fietspaden. Dat zijn allemaal maatregelen om meer ruimte aan fietsers te geven. De Sarphatistraat is een prachtig voorbeeld. Auto’s zijn er te gast en mogen niet harder dan 30 kilometer per uur rijden. Fietsers hebben alle ruimte.’

 

‘Dat kost wel allemaal tijd. Het nieuwe fietspad langs het IJ, van Centraal naar West, bijvoorbeeld. Tussen het besluit in de gemeenteraad en de opening zat jaren.’

 

‘In de tussentijd kunnen fietsers ook zelf iets doen. Wat meer fiets-fatsoen opbrengen bijvoorbeeld. We zijn nu nog onbeschoft tegen elkaar op de weg. Ga bijvoorbeeld eens vijf minuten eerder van huis en kijk hoe veel relaxter je dan op de fiets zit. Geef eens het goede voorbeeld aan een kind en stop voor rood. Of geniet van de stad. Fietsen kan een collectieve mindfulness zijn.’

 

Wat kan de HvA doen?

‘Financieel bijdragen aan een elektrische fiets voor werknemers bijvoorbeeld. De HvA is een grote werkgever in Amsterdam en veel studenten en medewerkers wonen in de wijde omtrek van de stad. In dorpen als Kudelstaart, Duivendrecht, Badhoevedorp en Wilnis. Als je de reiskostenvergoeding voor een elektrische fiets voordeliger maakt dan die van een auto, zullen meer mensen ’s ochtends op de fiets stappen.’

‘Geef studenten een fiets. Ideaal als je studeren, sporten en socializen moet combineren’

‘En waarom zou je studenten eigenlijk geen fiets geven in plaats van een ov-kaart? Studenten zijn geboren en getogen op de fiets, maar nemen het openbaar vervoer als ze gaan studeren. De HvA kan iedere student een fiets geven met het HvA-logo erop. Je bent in Amsterdam overal sneller met de fiets. Ideaal als je studeren, sporten en socializen moet combineren.’

 

Hoe is het in het buitenland gesteld met de fietsers?

‘Hoewel er in Nederland ook nog veel werk te doen is, kijken buitenlandse steden jaloers naar ons. Ik heb mede-fietsburgemeesters in onder andere São Paulo in Brazilië en in Mexico-Stad. In die landen zijn mensen rijker geworden. Dat betekent een enorme toename van auto’s in de stad. Gevolg: eindeloze files en kinderen die om het leven komen in het verkeer.’

 

‘Er sterven nu jaarlijks zeven miljoen mensen aan ongezonde lucht door onder meer uitlaatgassen. Werkgevers willen ook in ontwikkelingslanden gezonde werknemers die op tijd komen. Dat lukt niet met files en uitlaatgassen. De roep om fietsen wordt daarom steeds luider.’

‘Daarvoor moet wel de hele infrastructuur op de schop. Je kunt nu niet eens de straat oversteken in Mexico-Stad, zo hard rijden auto’s. Het lijkt een beetje op Nederland vijftig jaar geleden. Alles is ingericht op de auto.’

 

Wat ga je nog voor elkaar krijgen het komende jaar?

‘Ik zit steeds vaker bij de gemeente aan tafel om mee te praten over de infrastructuur voor fietsen. Nieuw-West, het stadsdeel waar ik werk, is nog steeds een autorijk gebied. Ik zou daar graag meer ruimte voor de fiets zien. Net als op de Overtoom en de Ceintuurbaan, toch straten waar in de spits heel veel mensen fietsen.’

 

‘Deze maatregelen zullen bij auto- en scooterrijders niet in de smaak vallen. Maar auto’s en scooters hebben echt hun langste tijd gehad. Sneller, schoner en gezonder: de fiets is een miracle pill.’