Omar vluchtte voor de oorlog in Syrië: ‘Ik voel me een vreemdeling’

20 april 2021
Beeld:

Marloes van de Wakker | Omar Diab

Geplaatst door
Marloes van de Wakker
Op
20 april 2021

Zes jaar geleden vluchtte Omar Diab uit zijn geboorteland Syrië en kwam hij met zijn familie in Nederland terecht. Ineens moest hij aan een toekomst bouwen in een vreemd land. ‘Nog steeds voelt het alsof ik iets moet bewijzen.’

Vermoeid kwam Omar Diab (33, Media, Informatie & Communicatie) op 8 november 2014 in Nederland aan. De twee weken durende reis en spannende boottocht hadden hem volledig uitgeput en zijn emoties waren verdwenen. ‘Ik stond op de overlevingsstand’, zegt hij.

Beeld: Marloes van de Wakker | Omar Diab

De oorlog in Syrië was ruim drie jaar aan de gang, toen zijn familie besloot het land te ontvluchten. Zelf zat Omar op dat moment in Qatar, om zijn dienstplicht te ontduiken. In Syrië moet je vanaf je achttiende het leger in, maar als je in het buitenland woont en werkt kun je hier vijf jaar uitstel voor vragen.

 

Het waren stressvolle jaren, vertelt Omar, omdat hij nooit precies wist wat er aan de hand was in zijn thuisland. Zijn familie had soms dagenlang geen internet, waardoor hij geen idee had of ze nog in leven waren. En als hij ze sprak, brachten ze regelmatig slecht nieuws. Op een dag kreeg hij te horen dat er twee ooms van hem vermoord waren in de oorlog.

 

Uiteindelijk vluchtten zijn familieleden naar Libanon, waarna ze verder trokken naar Europa en uiteindelijk in Nederland belandden. Een bewuste keuze was dit niet, zegt Omar. Er werd alleen gedacht: hoe verder weg, hoe beter. Omar legde later met zijn broer en tante dezelfde reis af. ‘Ik was heel blij dat ik eindelijk mijn familie weer kon zien. Maar het was ook pijnlijk om te beseffen hoe het leven ons naar de andere kant van de wereld had gestuurd. Ineens zaten we in een vreemd land, waar we nooit hadden gedacht terecht te komen.’

 

Bewijsdrang

Na negen maanden van het ene asielzoekerscentrum naar het andere te zijn verhuisd, kreeg Omar een huis toegewezen in Nieuwegein. Hij vroeg zich af wat hij nu wilde met zijn leven. Hij was inmiddels druk bezig met het leren van de Nederlandse taal, en besloot dat hij hier een opleiding wilde doen. Zo kwam hij op de HvA terecht.

 

Makkelijk was het niet om een studie te volgen in een vreemde taal, zegt Omar. In het begin begreep hij nauwelijks iets van de lesstof. Maar het was niet alleen de taalbarrière die het lastig maakte. ‘Het voelde alsof ik in een hele andere wereld zat dan de andere studenten. Mijn hoofd tolde nog van de oorlog en het vluchten, terwijl zij het hadden over feestjes.’

 

Ook kreeg hij het gevoel dat sommige docenten en medestudenten op hem neerkeken, door bepaalde opmerkingen die ze maakten. Soms werd hij bijvoorbeeld uitgelachen wanneer hij iets in het Nederlands zei dat niet helemaal klopte. En een docent vroeg hem ooit of hij niet beter een mbo-opleiding kon gaan doen.

Hoewel het hem boos maakte, besloot Omar door te gaan en te laten zien dat hij het juist wél kon. Hij haalde nachten door om zijn Nederlands te verbeteren en meer over het land te leren. ‘Vanaf nu was een 5,5 niet meer goed genoeg. Ik werd een enorme perfectionist, die altijd het hoogste cijfer wilde halen. En nog steeds heb ik het gevoel dat ik iets te bewijzen heb.’

 

Toekomst in Nederland

Inmiddels zit Omar in het laatste jaar van zijn studie en denkt hij na over zijn verdere toekomst hier in Nederland. Hij vindt dit nog steeds lastig, omdat het nooit zijn keuze was om hier naartoe te komen. ‘Ik ben heel dankbaar dat ik hier mag zijn, maar het voelt nog steeds alsof ik ergens in de lucht zweef.’

 

De mooie vertrouwde plek waar hij opgroeide is niet meer zoals het was, dus ooit teruggaan naar Syrië is geen optie. Hij is bang om de realiteit onder ogen te komen: om te moeten zien hoe alles is verwoest en te ontdekken dat vrienden het misschien niet hebben gered. Tegelijkertijd voelt hij zich in Nederland nog steeds een vreemdeling en worstelt hij constant met de druk om te laten zien dat het stereotype beeld van vluchtelingen niet klopt. In de media hoor je vaak de negatieve verhalen, bijvoorbeeld dat ze hun best niet doen om te integreren. ‘Ik ben gelukkig koppig en eigenwijs genoeg om door te gaan, maar veel mensen in mijn situatie niet. Daarom vraag ik: geef ons een kans.’