Droombaan: Yadi wil kinderen helpen met communiceren

15 februari 2021
Beeld:

Fleur de Wilde

Geplaatst door
Stella Vrijmoed
Op
15 februari 2021

Wat wil je later worden? Die vraag leek als kind nog ver weg, maar straks ga je toch echt aan de slag. In Droombaan krijgen studenten een podium om te pitchen waarom zij dé kandidaat zijn voor die ene baan. Vandaag: Yadi van Holst (23), die als pedagoog de stem wil zijn van kinderen die moeite hebben met praten. 

Wat is jouw droombaan?  

‘Ik wil graag kinderen helpen die moeite hebben met communiceren. Elk kind heeft iets anders nodig. Het een moet leren zijn eigen sokken aantrekken, het ander moet leren omgaan met boosheid. Dat gaat in kleine stapjes, met uiteindelijk een groter einddoel. Een kind met ADHD dat gaat schoppen en slaan als het boos is, moet eerst leren om samen met een begeleider uit zo’n situatie te stappen. Het einddoel is dat een kind uiteindelijk zelfstandig een conflict kan oplossen.’

CV

Naam: Yadi van Holst

Leeftijd: 23

Opleiding: Pedagogiek, Verpleegkunde

Werkervaring: Verpleging bij dementerenden, doofblinden, op een psychiatrische afdeling en in een privékliniek in Spanje

Hobby's: Fotografie, wintersporten, zeilen, roeien

Uniek kenmerk: Ik ben precies 1,5 meter lang.

‘Ik werk nu als bijbaan bij een buitenschoolse opvang, daar zitten allerlei verschillende kinderen, bijvoorbeeld met autisme of ADHD. Als ik hier mag blijven doorgroeien, is er een grote kans dat ik dit kan combineren met mijn topsport: ik ben namelijk stuurvrouw bij het roeien. Omdat het werk bij de opvang pas ’s middags begint, kan ik dan ’s ochtends trainen. Het is mijn grootste droom om dit allebei te kunnen doen.’

 

Hoe ben je op het idee van deze droombaan gekomen?

‘Tijdens mijn opleiding Verpleegkunde liep ik stage bij een jongerengroep in de gehandicaptenzorg. Daar zat een meisje van dertien met een mentale leeftijd van een kind van anderhalf. In de eerste lockdown was er bij haar veel frustratie, omdat ze niet begreep dat ze niet meer naar school kon. Vanwege de coronacrisis moesten de verpleegkundigen toen praktisch ook de rol van pedagoog aannemen, omdat wij als enigen nog naar de groep mochten. Wij moesten toen duidelijk maken aan de arts wat dat meisje nodig had en wat haar nieuwe dagplan zou worden, omdat zij zelf niet kon praten. Dat deden we door goed naar haar gezichtsuitdrukking of haar houding te kijken. Ook werkten we met plaatjes, zodat ze kon aanwijzen wat ze wilde. In overleg met een gedragswetenschapper en haar begeleider hebben we toen een dagprogramma uitgekozen. Eigenlijk werden wij zo dus haar stem. Dat inspireerde mij om verder te gaan studeren in de Pedagogiek, zodat ik me meer bezig kan houden met de gedachtegang achter de zorg dan met het zorgen zelf.’

Beeld: Fleur de Wilde | Stuurvrouw Yadi

‘Ook in de topsport is communicatie heel belangrijk. Als stuurvrouw vind ik het mooi als ik met mijn stemgebruik de boot zo kan laten roeien dat het goed en hard gaat, supergelijk en in een lekker ritme.’

 

Waarom ben jij geschikt voor deze baan? 

‘Ik krijg vaak te horen dat ik makkelijk contact leg. Omdat ik heel open overkom, durven kinderen sneller naar mij toe te stappen. Ik probeer hen nooit zielig te vinden. Dan kijk je namelijk met een ander oog naar ze, alsof ze ‘minder’ zijn. Ik benader kinderen als gelijk aan mij. Toen er op mijn stage een meisje was dat minder aandacht kreeg omdat ze kwijlde, heb ik haar juist veel geknuffeld. Daardoor kreeg ik het idee dat ze mij na een tijd meer vertrouwde dan andere personeelsleden.’

Denk je dat je iets aan je studie gaat hebben? 

‘Bij Verpleegkunde leerde ik al over bepaalde gesprekstechnieken, maar bij Pedagogiek ga je daar net even wat dieper op in. Het gaat daar heel erg over praten, over sociale omgang tussen jou, kinderen en hun ouders. Ik leer bijvoorbeeld over de techniek om vanuit jezelf naar een cliënt te kijken en samen een relatie op te bouwen en een doel te bepalen. Dus niet dat ik de verzorger ben en dat de cliënt moet luisteren naar wat ik bedacht heb.’

Beeld: Eigen beeld | Yadi haalt haar diploma Verpleegkunde.

Wat heb je geleerd van eerdere baantjes?  

‘In mijn tweede jaar van Verpleegkunde liep ik stage bij een groep doofblinden. Daar is denk ik sowieso mijn interesse gegroeid voor complexere zorg. Ik leerde daar het belang van mijn non-verbale houding. Er was een meneer die ik vaak aan de arm moest begeleiden. Maar ik was een beetje bang voor hem: hij was drie koppen groter dan ik en hij kon heel boos worden. Ik leerde dat hij mijn spierspanning kon voelen als hij mij vasthield. Ik kreeg te horen dat ik me moest ontspannen, en dan zou hij ook ontspannen. Hoe langer ik daar stage liep, hoe relaxter ik werd en hoe beter hij reageerde. Sindsdien ben ik me heel bewust van mijn non-verbale houding.’ 

Wat is je grootste uitdaging? 

‘Ik ben heel perfectionistisch. Dat is lastig, zeker met kinderen, want situaties gaan nooit zoals je denkt dat ze gaan. Als iemand heel boos wordt, denk ik “hè verdikkie, misschien had ik dit kunnen voorkomen.” Dan kan ik daar wel over malen. Sommige collega’s weten dat wel van mij, die zeggen dan: “joh, dit heb je heus wel goed aangepakt.”’