De klas van Asis – Permanent

eergisteren
Beeld:

Lo Andela

Geplaatst door
Asis Aynan
Op
26 maart 2020

Asis Aynan doceert aan de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening en schreef diverse boeken. Elke twee weken neemt hij je mee in zijn belevenissen, verwondering en plezier voor de (digitale) klas. Deze week: een dankwoord aan vakkenvullers.

Op een aantal keer bollenpellen en talloze krantenwijken en folders lopen na, was het vakkenvullen bij Albert Heijn mijn eerste echte bijbaantje. Op de tweede dag van mijn vijftiende levensjaar kon ik via een vriend van mijn oudere broer er aan de slag voor vier gulden dertig per uur – dat is nog geen twee euro.

 

Luister je de column liever? Asis leest hem zelf aan je voor vanaf de keukentafel.

Ik weet dat veel van onze hogeschoolstudenten de supermarktschappen vullen met ons dagelijks brood.

 

Zodra het deze dagen over de supermarkt gaat, denk ik direct aan het trieste volksdeel dat hamstert. Ik durf te wedden dat die gasten die blikken gevuld met weet-ik-veel inslaan, dezelfde lui zijn die het park, het bos en het strand hamsteren. Ik vroeg mij altijd af wie die mensen zijn die weken voor Koningsdag onze grond met tape afplakken en met hetzelfde kleefspul BEZET schrijven. Die vraag is beantwoord.

En dan gebeurde waar ze een week op had gewacht. Ze ging met haar hand door mijn krullen.

Voor ik mij verlies in een aanklacht tegen de supermarktknaagdieren wil ik al onze hogeschoolstudenten die iedere dag naar de super gaan enorm bedanken voor hun werk en inzet.

 

De herinneringen aan mijn supermarktperiode zijn er trouwens in overvloed. Misschien omdat ik in het hart van mijn puberteit aan het baantje begon.

 

Zoals die oude vrouw die haar bruine hond altijd in een kartonnen doos zette en die weer in het winkelwagentje plaatste. Ze liep dan net zo lang rond tot ze mij vond. Op haar knalrood slordig gestifte lippen verscheen dan de meest ondeugende lach, terwijl ze naar me toe schuifelde. Ze vroeg dan altijd waar een bepaald product stond, waarvan ik wist dat zij allang wist waar het lag. Ik liep met haar mee en wees het aan. En dan gebeurde waar ze een week op had gewacht.

 

Ze ging met haar hand door mijn krullen.

 

Ik liet het maar gebeuren, want het was per slot van rekening een eenzaam vrouwtje.

 

Over de bol aaien deed ze alleen bij mij, omdat ik van de vulploeg de enige was met krullen. En de mevrouw was stapel van krullen. Haar hond was een poedel en zij zette wekelijks zo goed en zo kwaad als dat ging een permanent.

 

Gelukkig is de situatie waarin wij verkeren niet permanent. Nog even doorzetten en we zien elkaar weer in de meest dynamische omgeving die er is: de hogeschool.