Stagemisbruik: Wat doe je als student en hoe voorkom je het als hogeschool?

6 juni 2019
Beeld:

iStock

Geplaatst door
Kyrie Stuij
Op
6 juni 2019

Een stage laat je ervaren hoe jouw vak daadwerkelijk bevalt. En vaak doet het dienst als eerste trede op de carrièreladder. Maar wat als je continu moet overwerken, geen begeleiding krijgt of als je je niet veilig voelt op de werkvloer? Stagebureaus- en begeleiders geven tips. 

Het is misschien wel de belangrijkste opdracht tijdens je studie. Niet alleen om te leren hoe het is om te werken in jouw vakgebied, ook omdat deze ervaring de weg kan zijn naar je droombaan. En dat kan best spannend zijn. Opeens ben je niet meer omgeven door bekende studiegenoten en docenten, maar moet je op zoek naar jouw plek binnen het bedrijf. 

 

Dat die zoektocht niet altijd vlekkeloos verloopt, blijkt uit ons eerder geschreven artikel over stagemisbruik. HvA’ers vertellen hierin over hun slechte ervaring. Zoals geen begeleiding krijgen, ingezet worden voor andere taken dan vooraf zijn afgesproken of geïntimideerd worden en je door je functie niet zelfverzekerd genoeg voelen om aan de bel te trekken. 

Ook Yma van den Bron, beheerder externe relaties bij Amfi, kent die geluiden. Al bijna twintig jaar is zij de contactpersoon tussen de opleiding en de bedrijven waar studenten stage lopen. Amfi levert stagiaires aan ruim 2500 bedrijven en Van den Bron ontvangt per semester bijna 700 aanvragen van nieuwe bedrijven. Volgens haar moet een opleiding zich altijd afvragen met welk bedrijf die geassocieerd wil worden. Betrouwbaarheid is daarin de sleutel. 

 

‘Elke aanvraag bekijk ik kritisch. De werkgever moet motiveren waarom die een stagiaire wil. “We hebben extra handjes nodig” is echt niet genoeg. Wat verwacht de werkgever concreet van de student? En wat kan het bedrijf aan ervaring en begeleiding bieden? Daarover maken we vooraf duidelijke afspraken en ik weet dan precies met wie ik contact moet hebben als zich een probleem voordoet.’

 

Dag en nacht doorwerken

En ondanks die strenge selectie komen er soms problemen voor. Van den Bron ziet dat voornamelijk tijdens stages bij bedrijven die studenten zelf hebben uitgezocht. Of bij bedrijven die wel aan Amfi zijn verbonden, maar die toonaangevend zijn in de modewereld. ‘Het gaat dan om zeer grote designers in het buitenland waar de werkdruk erg hoog is. In aanloop naar een grote show werken medewerkers soms dag en nacht door. Ook stagiaires. Het is weleens voorgekomen dat een stagiair 48 uur niet geslapen had en nauwelijks tijd had om te eten.’

Beeld: Privéarchief Mieke Bierbooms | Mieke Bierbooms

‘Dat is lastig, want die werkdruk is inherent aan de modewereld,’ vervolgt Van den Bron. ‘In dat geval zoek ik het bedrijf op en vertel ik dat dit absoluut niet de bedoeling is. Af en toe overwerken hoort er misschien bij, maar niet voor langere tijd achter elkaar. Het belangrijkst is dat studenten weten waar ze aan beginnen. Als dit hun droom is, dan houd ik ze niet tegen. Maar ik vertel ze wel wat ze kunnen verwachten en vraag hen heel goed na te denken over of ze dat aan kunnen.’

 

‘Onmiddelijk ontslaan’

Hoe bedrijven stagiairs behandelen is misschien afhankelijk van de werkgelegenheid in het vakgebied. De opleiding Hbo-ICT ervaart weinig klachten van studenten over hun stageplekken. ‘Maar, onze studenten doen het goed op de arbeidsmarkt,’ vertelt stagecoördinator Mieke Bierbooms. Bedrijven moeten zich daarom van hun beste kant laten zien om een stagiair binnen te halen. 

Beeld: Privéarchief Ton van den Broek | Ton van den Broek

Als er toch iets gebeurt, dan maakt Bierbooms er korte metten mee. ‘Een student moest ooit tijdens zijn stage de helpdesk bemannen – in ons vakgebied een mbo-functie. Het argument was dat de student op die manier werd ingewerkt. Dat kan, maar in dit geval werd hij daar veel te lang neergezet. Als zo’n bedrijf zich na een waarschuwing niet aanpast, dan staat het bij ons op de zwarte lijst en hoeft het geen stagiaires meer te verwachten. Hetzelfde geldt overigens andersom. Komt een stagiair regelmatig niet opdagen of misdraagt die zich? Onmiddelijk ontslaan. Anders ervaart een student nooit hoe het er in de realiteit aan toe gaat.’

 

Ook bij Hbo-verpleegkunde zijn studenten gewild op de arbeidsmarkt. Omdat er een groot personeelstekort is in dit vakgebied, let de opleiding er wel extra scherp op dat de werkdruk voor hun stagiaires niet te hoog wordt. Ton van den Broek, programmacoördinator buitenschools leren: ‘Idealiter zijn er meer handen aan het bed dan er feitelijk zijn. We hebben met elke zorginstelling de strenge afspraak dat studenten altijd boventallig zijn. Daar vragen we ook expliciet naar tijdens stagegesprekken.’

‘Het is slim om vooraf onderzoek te doen naar het bedrijf waar je stage wil lopen’

Volgens Van den Broek profiteert de opleiding van vaste stageplaatsen. ‘Landelijk geldt de afspraak met zorginstellingen dat verpleegkunde-opleidingen zorgen voor de stageplaatsen, en dat studenten dit dus niet zelf regelen. Daardoor hebben we nauw contact met de werkgevers en kunnen we eventuele problemen snel oplossen.’

 

Recensie

Maar wat kun je doen als student? De geïnterviewden in dit stuk geven aan dat een eerlijke recensie over het bedrijf niet alleen jou maar ook volgende studenten helpt. Vertel aan je stagebegeleider hoe je dagen eruit zien. Bij sommige opleidingen, zoals Hbo-ICT, moeten studenten na hun stage een recensie invullen die alleen met de HvA wordt gedeeld.

Beeld: HvA | Rob van Burik

‘Ook is het slim om vooraf onderzoek te doen naar het bedrijf waar je stage wil lopen,’ zegt Rob van Burik, docent en stagebegeleider bij Creative Business. Bij deze opleiding zoeken studenten meestal zelf een stage. ‘Hoe hebben je voorgangers het bedrijf ervaren? Welke werkzaamheden staan er op de planning? Hoe zit het met werkuren en vakantiedagen? Deze vragen stel je ook in een sollicitatiegesprek na je opleiding, waarom zou je dat nu niet doen?’

 

‘Stagiaire? Graag! Betaalde kracht? Liever niet’

Van Burik begeleidt als oud-journalist veel studenten die stage lopen in de media. Hij ziet regelmatig studenten via deze weg doorstromen naar een betaalde baan bij hetzelfde bedrijf.

 

Alleen bij de Nederlandse Publieke Omroep en productiebedrijven signaleert hij een zorgelijke ontwikkeling. ‘Daar wordt steeds vaker hetzelfde werk met minder personeel gedaan. Stagiaires zijn daar meer dan welkom, maar worden vaak ingezet als volwaardig medewerker. Dat is op zich niet verkeerd – het is ook leerzaam. Maar als de stagiair uiteindelijk in aanmerking wil komen voor een betaalde functie, dan is dat vaak niet mogelijk. Een stagiair wordt dan een vervanging van een betaalde kracht, in plaats van een aanvulling op een redactie.’

 

Van Burik benadrukt bij deze organisaties altijd dat er tijd vrijgemaakt moet worden voor een wekelijks begeleidingsgesprek. ‘In deze mediatak gaan begeleiders soms zo op in de hectiek voor een uitzending dat ze vergeten de stagiar apart te nemen. Hoe gaat het met de stagiair? Heeft die het nog naar z’n zin? Wat wil die nog meer leren? Dat zijn cruciale vragen die gesteld moeten worden.’