Deze HvA’ers van de bibliotheek helpen je aan een aha!-momentje

20 februari 2018

Je kunt ze sinds kort herkennen aan buttons met I am a librarian op hun borst, de medewerkers van de bibliotheek. Deze HvA’ers staan altijd voor studenten klaar. Met tips, de uitslag van Ajax of  ‘dat ene groene boek’.

Wie zijn het nou eigenlijk, die mysterieuze mensen van de bibliotheek? Hoe lang werken zij al in de bieb van de HvA, wat vinden ze leuk, en wat is het raarste dat studenten ooit aan hen hebben gevraagd? Wij interviewden er zeven, op zeven verschillende locaties.

Beeld: Floor Hoogeboom

Loes Kors-Smit (57) - senior informatiespecialist in het Wibauthuis
‘Sommige studenten denken dat ze alles kunnen googelen, maar dat is natuurlijk niet zo. En dan ben ik er om ze dat te vertellen. Ik geef instructies over hoe je het best een theoretisch kader voor je scriptie kan maken. Superleuk, want je helpt studenten echt een beetje verder. Vooral als je ziet dat ze een aha!-momentje hebben.’

‘Soms vragen studenten aan mij: “Kun je niet mijn afstudeerbegeleider worden?” Dat kan natuurlijk niet, maar ik vind dat wel een mooi compliment. Ik denk dat dit komt omdat ik redelijk verzorgend ben. Niet met thee en koekjes hoor, maar omdat ik graag wil helpen. Ik denk met studenten mee.’

‘Laatst vertelde een student mij over zijn onderzoek en toen zei ik: “Ik wil me nergens mee bemoeien, maar dat klinkt gewoon niet erg logisch.” Ik denk dat studenten dat wel fijn vinden. Eerst moest ik mensen echt naar binnen trekken voor mijn inloopspreekuur, maar de laatste tijd is het elke dag vol.’

Beeld: Floor Hoogeboom

Giorgi Tujishvili (33) - bibliotheekmedewerker in de Fraijlemaborg
‘Sinds 2009 woon ik in Nederland, toen ben ik met mijn Nederlandse vrouw naar Amsterdam verhuisd. Inmiddels werk ik al zes jaar aan de hogeschool als bibliotheekmedewerker. In Georgië was ik architect, maar in Nederland kon ik daar geen werk in vinden.’

‘Ik besloot Nederlands te leren en begon als werkstudent in de bibliotheek, vooral in de Universiteitsbibliotheek op het Singel. Daar maakte ik echt rare dingen mee: zo zat een student zich een keer af te trekken in de studiezaal. Dat gebeurt hier gelukkig niet.’

‘Ik geniet erg van mijn werk en vooral van mijn collega’s, we hebben het echt gezellig samen. Ook maak ik soms tentoonstellingen en posters voor opleidingen in het gebouw, daar kan ik mijn creativiteit een beetje in kwijt. Ik hield altijd al van boeken, in Georgië had ik een mini-bibliotheek op mijn kamer. De studenten hier, die maken dit werk leuk. Dan komt er een student binnengewandeld en vraagt die aan mij: “Hey! Heeft Ajax gewonnen of niet?”, daar moet ik dan om lachen.’

‘De bibliotheek is voor studenten de huiskamer van het onderwijs’
Beeld: Floor Hoogeboom

Hanny van Egmond (58) - locatiecoördinator Koetsier-Montaignehuis en Wibauthuis

‘Toen ik zes jaar geleden na een reorganisatie in het bedrijfsleven mijn baan kwijt was, besloot ik iets anders te gaan doen.  Ik dacht: “Ga ik nu nog naar een snel en commercieel bedrijf? Ik ben al best wel oud”.’

 

‘Ik deed al vrijwilligerswerk bij een openbare bibliotheek, omdat ik de bieb al van jongs af aan geweldig vond. Na een omscholing ben ik hier aan de slag gegaan, als locatiecoördinator. Ik zorg ervoor dat werkstudenten worden begeleid, dat de balies bezet zijn en dat de apparatuur het doet.’

 

‘Als “meewerkend voorvrouw” zit ik veel aan de balie, daar geniet ik van. Zo’n back office-kantoorbaan, niks voor mij. Het contact met de studenten maakt deze baan leuk. Laatst zei een meisje tegen mij “Hey! Jij werkt toch in de bieb? Ken je me nog? Ik ben net afgestudeerd.” Dat vind ik dan echt leuk. De bibliotheek is namelijk de huiskamer van het onderwijs, studenten moeten zich er op hun gemak voelen. En ik vind het leuk om daaraan mee te helpen.’

Beeld: Floor Hoogeboom

Evert den Ouden (47) - informatiespecialist in de Leeuwenburg

‘Ik heb de opleiding tot bibliothecaris gevolgd, dat leek me toentertijd een goed idee. Ik weet niet of ik dat nu zou overdoen, haha. Ik wist niet wat ik wilde gaan studeren, en deze opleiding leek me wel wat. Bovendien was het in Amsterdam.

 

‘Als ik opnieuw moest kiezen, zou ik iets in de gezondheidszorg gaan doen. Dan kan je mensen echt helpen. Dat vind ik namelijk het leukst aan mijn werk: studenten helpen. Dat komt het beste tot uiting in de instructies die ik geef, bijvoorbeeld over hoe je een catalogus gebruikt.’

 

‘Daarbij moet je echt opletten dat de instructie niet saai wordt, de studenten zijn namelijk praktisch ingesteld. Pas als ze het onderzoek gaan uitvoeren, willen ze weten hoe je aan boeken of bronnen kan komen. Ik vind zelf dingen ook best snel saai, tijdens vergaderingen over protocollen en processen zak ik altijd even weg. Ik snap dus als geen ander dat ik het kort moet houden en veel voorbeelden moet gebruiken. Daar geniet ik dan ook het meest van. Mails beantwoorden of projecten uitwerken? Laat mij maar studenten helpen.’

‘Ik zoek dus een boek, ik weet de titel niet, maar hij is groen’
Beeld: Floor Hoogeboom

Jitse Senf (27) - bibliotheek-technisch medewerker in het Kohnstammhuis

‘Liefde voor boeken had ik al, misschien ben ik daarom tijdens mijn studie als werkstudent in de bibliotheek begonnen. Nu werk ik hier alweer zes jaar, geef ik voorlichting over de catalogus en help ik studenten in de bieb.’

 

‘Ik weet niet of mijn leeftijd een voordeel is, misschien ben ik iets toegankelijker. Grappig is het wel, soms kom ik studenten tegen tijdens het uitgaan. Toen ik hier net werkte, vond ik het lastig om studenten aan te spreken. Nu heb ik daar minder last van.’

 

‘Het geven van voorlichting is leuk, omdat je dan in contact komt met studenten en docenten. Dan krijg je een persoonlijke band met de “vaste klanten” van de bibliotheek en doe je meer dan het geven van de standaard antwoorden. Grappige dingen gebeuren er ook, zo krijg ik bijna elke dag een vraag als: “Ik zoek dus een boek, ik weet de titel niet, maar hij is groen.” Ik kan daar natuurlijk weinig mee, want hoeveel groene boeken staan er in de bieb? Toch probeer ik dan mee te denken, in plaats van een wandelende catalogus te zijn.’

Beeld: Floor Hoogeboom

Esther Verloop (41) - informatiespecialist in het Nicolaes Tulphuis

‘Ik werk hier al 17 jaar, ik hoor praktisch bij het meubilair. Ik zorg voor de collectie en instructie van de opleidingen ergotherapie en fysiotherapie. Toen ik voor het eerst een instructie gaf, vond ik dat spannend. Ik stond in de grote collegezaal en dacht: “dat zijn toch best wel veel studenten.” Dat is nu wel over, de studenten en docenten zijn namelijk supervriendelijk en open. Ik pas goed bij ze, veel beter dan bij bijvoorbeeld “de snelle jongens” van economie.’

 

‘Dat ik een band met ze heb, merk ik ook als ik ’s morgens het terrein op loop en een voorbijfietsende student “Hey Esther!” naar me roept. Ook het contact met de internationale studenten vind ik bijzonder, omdat zij het studeren in Nederland vanuit een ander perspectief zien. Er zijn bijvoorbeeld grote verschillen in humor. Zo probeerde ik een tijd geleden een instructie op te leuken met wat grapjes, toen een Israëlische student vroeg: Are you being sarcastic now?’

‘In 1991 heb ik tegen mijn baas gezegd dat ik een computer nodig had’
Beeld: Floor Hoogeboom

Jan Botman (62) - informatiespecialist in het Dr. Meurerhuis

‘Toen ik begon met werken in de bibliotheek, was er nog geen papieren catalogus. Ik heb toen, in 1991, tegen mijn baas gezegd dat ik een computer nodig had. En ik heb later ook om een printer gevraagd. Toen heb ik titelbeschrijvingen van de boeken gemaakt, deze uitgeprint en in kaartenbakken neergelegd. Dat kan je je nu niet meer voorstellen.’

 

‘Er is veel veranderd in de bibliotheek. In mijn eerste jaren kwam er nauwelijks iemand, zat ik een hele dag achter de balie en kwamen er twee mensen langs. Een paar jaar later zat ik in een gigantische ruimte met overal studenten: wat een verandering.’

 

‘Nu deel ik als informatiespecialist met docenten een kantoor en heb ik dus minder contact met de studenten. Dan mis je dat wel. Een tijd geleden praatte ik met een student over de boeken van Dan Brown. Hij deed me een week later Browns nieuwste boek cadeau. Dat vind ik bijzonder.’