Amfi-studenten vertellen over bont: ‘Het erge is, ik vind het prachtig’

20 februari 2018
Beeld:

Publiek domein

Geplaatst door
Carlijn Schepers
Op
20 februari 2018

Elke winter komen de jassen met bontkragen weer tevoorschijn. Maar wordt niet tijd dat er een einde komt aan dode dieren als kledingstuk? Zeker nu grote modemerken als Gucci en Michael Kors ermee zijn gestopt? We vroegen vier studenten van het Amsterdam Fashion Institute hoe ze tegen bont aankijken.

Beeld: Maxim Kuijper | Charlotte Verdegaal

Charlotte Verdegaal (22), derdejaars branding
‘Ik heb vier bontjassen, maar ben zeker niet voor bont. Ik denk mijn hele generatie niet. Ik kocht mijn eerste vijf jaar geleden, maar ik merk dat mijn mening inmiddels is veranderd. Eerst liep ik er zonder schaamte mee over straat. Nu voel ik me bezwaard. Ik draag ze ook minder vaak.

Er komt steeds meer een taboe op bont. Ook toonaangevende merken als Gucci zijn ermee gestopt. Tegelijkertijd is bont nog niet verdwenen uit de modewereld en het straatbeeld. Kijk naar alle bontkragen. Maar bont is vergelijkbaar met kinderarbeid: dat moeten we niet meer willen.

Ik koop geen bont meer, ook al is het tweedehands en zijn de dieren niet direct voor mij gestorven. Bont is ongepast geworden, asociaal zelfs. Het kan gewoon niet meer, hoewel ik het moeilijk vind het helemaal uit mijn systeem te krijgen. Het is een luxueus product dat me aanspreekt. Net als dat ik graag zijde draag in plaats van viscose. En alternatieven komen niet altijd in de buurt qua kwaliteit.

‘Bont is vergelijkbaar met kinderarbeid’

Op Amfi leren we dat alles zo duurzaam mogelijk moet en zijn we veel bezig met de mode van de toekomst. Maar daarbij bespreken we bont niet nadrukkelijk. Gelukkig krijgen we geen filmpjes van doodgeknuppelde zeehondjes te zien!

Ik weet niet precies hoe de wereld achter bont in elkaar zit. En dat wil ik ook liever niet. Maar het zou goed zijn als – net als met die documentaires over de vleesindustrie – de ogen van meer mensen worden geopend. Inclusief de mijne.’

Beeld: Privéarchief Paulina Pabst | Paulina Pabst

Paulina Pabst (23), vierdejaars design
‘Ik zag laatst een bontjas in een van de Amfi-shows en was in shock. Het bleek ook nog nieuw bont te zijn. Belachelijk en absoluut onnodig! Er is zoveel nepbont om uit te kiezen. Vroeger kon bont misschien, toen het werd gebruikt om warm te blijven. Maar tegenwoordig zijn er synthetische materialen die perfect isoleren.

Er wordt elk jaar wel door een student bont gebruikt en ik vind het onacceptabel dat Amfi dat toestaat. Je moet als mode-opleiding niet willen uitdragen dat je zulk controversieel materiaal accepteert. We moeten stoppen met bont modieus te houden. Door er moderne ontwerpen mee te maken houd je het namelijk cool.

En waarom spreken de docenten zich er niet tegen uit? Zij kunnen toch nepbont adviseren? Sommige noemen het zelfs “mooi”, in plaats van “afschuwelijk”. Dat is geen moderne visie, maar enorm ouderwets. Terwijl Amfi een koploper in de industrie wil zijn en een duurzaam ideaal uitdraagt. Er wordt bovendien te weinig over bont gediscussieerd en ik kan me er ook geen colleges over herinneren.

‘Waarom spreken docenten zich niet uit tegen bont?’

Het grappige is: ik heb zelf ook een bontjas, geërfd van mijn oma. Het duurde vijf jaar voordat ik hem ging dragen. Ik ben gehecht aan de jas; hij herinnert me aan mijn oma. Toch voelt het soms ongemakkelijk ermee over straat te gaan, ik wil bont ook niet promoten. Maar ik wil hem ook niet in de kast laten hangen, juíst omdat er dieren voor zijn gestorven.’

Beeld: Ferry Schiffelers | Pip Balhuizen

Pip Balhuizen (22), vierdejaars branding
‘Ik ben over het algemeen tegen bont, maar ik heb wel drie tweedehands bontjassen en een tweedehands bontmuts. Ik draag ze niet zo vaak. Mijn andere jassen vind ik leuker. Het is dus niet zo dat ik me zorgen maak over wat anderen vinden.

Ze zijn gemaakt van tweedehands bont en dat vind ik toch minder erg. Het is al oud en ligt toch op de markt. Dan kun je het net zo goed dragen, want weggooien is ook zonde. Nieuw bont daarentegen kan écht niet meer. Dat is zo ouderwets. Niet voor niets stoppen steeds meer modehuizen ermee.

Het lijkt erop dat veel Amfi-studenten daar ook zo over denken en dat het daarom amper wordt gebruikt. Er wordt niet echt over bont gepraat, ook niet in colleges, maar het lijkt een ongeschreven regel het niet te gebruiken. Bovendien wordt er steeds mooier nepbont gemaakt, bijvoorbeeld door het merk Baum und Pferdgarten. Hun ontwerpen met mooie prints en kleuren zijn prachtig.

‘Er wordt steeds mooier nepbont gemaakt’

Ik draag mijn bontjassen sowieso al minder, maar op een gegeven moment ben ik er misschien wel helemaal klaar mee. Het is denk ik hetzelfde als met vlees. Vroeger at ik dat elke dag en nu nog maar een paar keer per week. Zoiets sluipt erin en dat is alleen maar goed. Het belangrijkste is dat je achter je keuze staat, welke je ook maakt. En dat je weet wat de consequentie is van de producten die je draagt.’

Beeld: Marc Deurloo | Jessica van Halteren

Jessica van Halteren (22), vierdejaars design
‘Ik vind bont zo erg, dat de tranen in mijn ogen springen als ik het zie. Hoe dom is het om dieren te doden alleen om iets moois te dragen? Het wordt tijd dat meer mensen de waarheid achter bont ontdekken. Er zijn genoeg documentaires en er wordt genoeg over gecommuniceerd. Mensen die nog steeds zeggen: “Worden de dieren in kooien gehouden? Ik dacht dat ze in het wild geschoten werden,” kun je niet meer serieus nemen.

Ook op Amfi zou er meer over bont moeten worden nagedacht. Er zouden regels moeten komen. Ik vind dat je als modeacademie een industrie die zo schadelijk is voor dieren niet moet steunen. Want dat doe je als je het toestaat. Door nieuwe ontwerpen ermee te maken wordt het namelijk sexy en zo promoot je het.

Het is te gemakkelijk creatieve vrijheid als excuus te gebruiken. Het is belangrijker een duidelijk standpunt in te nemen als mode-opleiding. Diervriendelijk bont bestaat namelijk niet. De inkoopprijs van bont is lager dan dat van nepbont. Dan weet je onder welke verschrikkelijke omstandigheden de dieren hebben geleefd.

‘Het wordt tijd dat meer mensen de waarheid achter bont ontdekken’

Daarnaast vind ik dat áls Amfi bont toestaat, er ook in het onderwijs aandacht voor moet zijn. Dat is nu niet zo. Een medestudent gebruikte bont in zijn ontwerpen, maar ik vond mezelf niet in de positie hem daarop aan te spreken. Dat zou vanuit de academie moeten gebeuren.

Mijn mening is misschien heftig, maar wel te verantwoorden. Dat dieren worden afgemaakt voor hun bont niet.’

Visie Amfi
Bont is op Amfi in principe toegestaan en wordt soms ook gebruikt. De designstudenten mogen zelf hun materialen kiezen. Dat is volgens Peter Leferink, hoofddocent design, belangrijk voor het ontwikkelen van een eigen visie en een duidelijke handtekening. ‘Dat heb je nodig voor een succesvolle carrière als designer.’

Wel ziet hij de laatste jaren meer bewustwording bij studenten over dierenleed. ‘Hierdoor is het bontgebruik verminderd.’ Studenten die toch bont willen gebruiken worden voorgelicht over alternatieven en verschillende soorten bont. ‘Bont van een IJslands schaap wordt anders verkregen dan dat van een zilvervos of nerts. Persoonlijk vind ik daardoor schapenbont beter te verdedigen.’

‘Zeehondenbont is sowieso niet te verantwoorden’

Leferink benadrukt dat studenten moeten kunnen verantwoorden waarom ze het nodig hebben. ‘Amfi wil niet het imago krijgen bontgebruik te stimuleren. We gaan dus niet akkoord met “het is gewoon mooi”. Ook moeten ze de afkomst onderzoeken en kunnen verdedigen. En natuurlijk zijn er grenzen: zo is zeehondenbont bijvoorbeeld sowieso niet te verantwoorden.’