Niet alleen studenten, ook de HvA worstelt met geloof

6 februari 2019
Beeld:

Marc Kolle

Geplaatst door
Suzanne Wijnker
Op
6 februari 2019

‘Hoe vrij ben jij om te geloven?’ Of: ‘Hoe vrij ben je om het geloof juist los te laten?’ Over deze vragen ging het dinsdag tijdens het Floor-evenement Van God los. Vooral de rol van de hogeschool leverde flink wat voer voor discussie op.

De locatie voor de bijeenkomst was ditmaal anders dan andere evenementen van Floor. Niet open en bloot op de begane grond van het Kohnstammhuis, maar in een kleiner, bijna verborgen zaaltje in het Wibauthuis. Het was dan ook een gevoelig onderwerp. Fatima El Mourabit en studentpastor Maarten Vogelaar vertelden er over hun worsteling met het geloof.

Dat ze hun dochter niet meer tegen zouden komen in het paradijs, was ondragelijk

Fatima El Mourabit groeide op in een islamitisch gezin. De islam was, zoals zij zei, iets vanzelfsprekends. Toch voelde ze zich vaak niet op haar plek, en begon ze steeds minder te geloven in een god. Ze belandde in een identiteitscrisis, en naar de moskee gaan en bidden voelde steeds meer als ‘vreemdgaan’. Rond haar 30ste stapte ze naar haar ouders om te vertellen dat ze niet meer geloofde. Zij waren in shock, en enorm verdrietig. Dat ze hun dochter niet meer tegen zouden komen in het paradijs, was ondragelijk, vooral voor haar moeder.  

 

Fatima had lang het gevoel alleen te zijn met haar worsteling, totdat zij in 2015 een groot interview gaf aan het tijdschrift Vrouw van de Telegraaf, en er plotseling veel reacties binnenkwamen van mensen die zelfde ervaringen hadden.

Beeld: Eva Hofman | CvB-voorzitter Huib de Jong opent met een studente een rustruimte, 2017

Anti-moslim
Op de vraag of de HvA ook een rol kan spelen om dit soort taboes te doorbreken, antwoord ze volmondig met ‘ja’. Zelf zou ze er veel aan hebben gehad als er destijds bij haar op school aandacht werd besteed aan dit onderwerp. ‘Het geeft steun als je weet dat je niet de enige bent en als je er met gelijkgestemden over kunt praten.’ Belangrijk: geef mensen niet het gevoel dat je anti-moslim bent, maar dat je open staat voor het gesprek.

 

Ook studentpastor Maarten Vogelaar heeft geworsteld met het geloof. Hij voelde zich anders, juist omdat hij wél in een god geloofde. Hij belandde in een ‘geloofscrisis’ toen hij begon met studeren in Amsterdam. Hij wilde graag met studiegenoten kunnen praten over God, maar dit was geen succes. Net als Fatima had hij behoefte om met mensen in gesprek te gaan die hem begrepen. Volgens hem zou de HvA ook kunnen laten zien wat religie jou kan bieden.

‘De naam rustruimte is een verkapte naam voor een gebedsruimte’

De hogeschool geeft in de statuten aan een ‘niet-religieuze instelling’ te zijn. Dat zorgt voor veel discussie tijdens de vragenronde. Niet alleen studenten worstelen met het geloof, maar vooral de HvA lijkt moeite te hebben met de plaats van geloof op de hogeschool. De vraag die tijdens de discussie naar voren komt, is dan ook voornamelijk: hoe vrij ben jij om binnen de HvA te geloven en daar praktisch iets mee te doen?

 

Een onderwerp waar fel over werd gediscussieerd, zijn de rustruimtes binnen de HvA. Deze ruimtes zijn bedoeld voor studenten die zich in stilte willen terugtrekken, en kunnen worden gebruikt voor bijvoorbeeld yoga of meditatie. Docent Asis Aynan stelde dat de ruimtes in de praktijk uitsluitend worden gebruikt door moslims die willen bidden, en dat de naam rustruimte een verkapte naam is voor ‘gebedsruimte’.

 

Atheïsten

‘Moet de HvA dit soort ruimtes wel faciliteren als ze zeggen een niet-religieuze instelling te zijn?’ vroeg iemand in de zaal. Fatima gaf aan dat het geloof iets ‘dwingends’ heeft. ‘Binnen een islamitische school is er geen ruimte voor atheïsten, waarom moet er wel ruimte zijn voor het geloof binnen een niet-religieuze instelling?’

 

Voorstanders van de rustruimtes gaven aan dat het een plek is voor iedereen: of je gelovig bent of niet. Volgens studentenpastor Maarten hoort dat ook juist bij een openbare onderwijsinstelling anno 2019. ‘Dat er ruimte is voor het geloof, en dat dit wordt geaccepteerd.’