Studenten over schrijven: ‘Ik moet alle taalregels opnieuw gaan stampen’

6 februari 2019
Beeld:

pexels

Geplaatst door
Suzanne Wijnker
Op
6 februari 2019

Schrijfopdrachten zijn veel studenten een doorn in het oog. Gelukkig is er spellingscontrole op de computer, maar die biedt niet altijd de juiste oplossing. Deze drie studenten vertellen hoe ze worstelen (of juist niet) met taal.

Ryanne de Roos (18) studeert Human Resource Management

‘Toen ik net begon met studeren moest ik al snel twee artikelen schrijven. Daar ging ik direct de mist in, want er stonden teveel fouten in. Beide opdrachten moest ik herkansen.’

Beeld: Privéarchief Ryanne | Ryanne de Roos

‘Ik ben heel lang bezig met schrijfopdrachten, omdat ik moeite heb met spelling en grammatica. Ik zie niet wanneer ik werkwoorden moet vervoegen of wanneer de zinsopbouw niet klopt. Voordat ik iets inlever laat ik het vaak door mijn vader checken.’

 

‘Nederlands werd bij mij op de middelbare school niet echt gepusht. We mochten alles op de laptop doen met de spellingscontrole aan, waardoor we best wel laks werden.’

 

‘Ik denk niet dat het taalniveau op het hbo te hoog ligt, maar de overstap was voor mij groot. Dat vind ik jammer. Eigenlijk denk ik dat ik nu alle spellingsregels en taalregels opnieuw moet gaan stampen.’

 

‘Als ik bijlessen kon volgen op de HvA zou ik dat zeker doen. Je hebt wel een taalspreekuur, geloof ik. Maar ik heb het gevoel dat het niet voor mij is, maar voor mensen met een erkend probleem, zoals dyslexie.’

Beeld: Privéarchief Merlijne Rietveld

Merlijne Rietveld (18) studeert International Business

‘Ik heb dyslexie en ik maak veel spellingsfouten en grammaticale fouten. Hierdoor krijg ik vaak minder punten. Ik ben heel lang bezig met spellingcontrole en het nakijken van verslagen. Vaak met het woordenboek ernaast of met online programma’s, zodat ik dingen kan opzoeken. Dat duurt allemaal veel langer. 

 

‘Soms denk ik dat ik een prima verslag heb geschreven, maar als ik dan het dan terug krijg, blijkt dit niet het geval te zijn. Mijn moeder en vriendinnen kijken weleens mijn verslagen na. Sommige fouten kunnen ze er moeilijk uit halen, omdat ik vaak hele zinnen verkeerd schrijf. De zinsopbouw en interpunctie kloppen dan bijvoorbeeld niet.’

 

‘Bij groepsverslagen valt het op dat ik anders schrijf dan de rest. Het is lastig om het tot een goed geheel te maken. Ik begrijp dat mijn groepsgenoten het vervelend vinden, want zij moeten het verbeteren. Ik kan mijn fouten er zelf gewoonweg niet uit halen. Zij zijn daar dus extra tijd aan kwijt.’

Beeld: Privéarchief Dorien de Brouwer

Dorien de Brouwer (20) studeert Sociaal Pedagogische Hulpverlening

‘Ik ben altijd al goed in spelling geweest, en haalde op de middelbare school goede cijfers voor Nederlands. Je zou mij een perfectionist kunnen noemen. Ik lees mijn eigen verslagen vaak nog drie à vier keer na voordat ik het inlever. Mijn ouders verbeterden mij vroeger ook altijd als ik een taalfout maakte. Het zit er van jongs af aan al in.’

 

‘Ik vind het fijn om mensen te helpen, daarom ben ik deze studie gaan doen. Ik heb mensen met dyslexie en studenten met een buitenlandse komaf in mijn samenwerkingsgroepje. Dan komt het weleens voor dat de lidwoorden of d’s en t’s niet kloppen. Dat vind ik geen probleem en ik help ze graag het te verbeteren. Zij helpen mij ook weer door feedback te geven over hoe ik het doe binnen de groep.’

 

‘Het is vervelender als iemand inhoudelijk niet zijn best doet. Als iemand theoretisch iets goed kan onderbouwen, vind ik dat belangrijker dan dat de taal perfect is. Ik help nu ongeveer zes mensen met taal, bijvoorbeeld door hun verslagen na te kijken.’

 

‘Ik hoor nu al van medestudenten dat ze opzien tegen hun scriptie in jaar vier, vanwege de taal. Dan denk ik: als de inhoud goed is en er een paar taalfoutjes inzitten, wat maakt dat dan uit? Ik vind het jammer dat deze mensen slechtere beoordelingen krijgen, omdat ze veel moeite hebben met taal. Aan de andere kant is het wel een hbo-opleiding. Dat is wel lastig.’