Zij-instromen in het basisonderwijs? ‘Je bent het laatste redmiddel’
Wie als zij-instromer voor de klas wil in Amsterdam, merkt dat de werkelijkheid weerbarstig is. Steeds meer startende leraren vinden geen school, en áls ze een plek krijgen, is dat vaak op de zwaarste scholen van de stad. Zonder eerlijke verwachtingen en betere plaatsing, dreigt zij-instroom niet de oplossing voor het lerarentekort, maar een nieuwe bron van uitval te worden.
Na twintig jaar in de financiële wereld besloot Jurgen van den Bragt (41) het roer om te gooien. Hij wilde iets goeds doen voor de wereld, en dan met name voor Amsterdam. Het lerarentekort (zie kader) bood een kans. ‘Ik begon aan dit traject (zie kader) omdat ik dacht: er is een groot probleem, en daar kan ik iets in betekenen.’
Jurgen meldde zich aan, zegde zijn baan op en stond in de startblokken van zijn nieuwe loopbaan. Nog geen jaar later zit hij thuis, met lege handen.
Eén ding wist hij wel: hier klopt iets niet.
Lange zoektocht naar een school
Al na de crash course merkte Jurgen dat het vinden van een werkervaringstraject (WET) allesbehalve vanzelfsprekend was. ‘Mijn twijfels begonnen toen het lastig bleek om een WET-plek te vinden. Dat vond ik gek, er is toch een groot lerarentekort?’
Uiteindelijk vond hij een plek. In de eerste week sprak hij met een intern begeleider op zijn nieuwe school. ‘Die vertelde me dat ze heel veel moeite hadden om zij-instromers te plaatsen’, vertelt Jurgen. Weer werd hij van zijn stuk gebracht: ‘Wat is hier aan de hand? Ik heb net mijn baan opgezegd.’
Omdat hij al moeite had met het vinden van een WET-plek, wilde Jurgen vooraan staan in de zoektocht naar de volgende stap in het traject, de zij-instroomplek. Zijn voorkeur ging uit naar een school in Amsterdam-Noord, waar hij woont. ‘En ik dacht, als er zo’n grote vraag is, dan kan ik kiezen waar ik ga werken.’

Beeld: Tessel Bruns | Jurgen van den Bragt
Niets is minder waar. Hij mailde meer dan vijftien scholen in Amsterdam-Noord, benaderde verschillende schoolbesturen en probeerde via 1Loket – het centrale aanmeldpunt voor zij-instromers in Amsterdam – een plek te krijgen. Overal liep hij vast. ‘Ik werd continu van het kastje naar de muur gestuurd. “Je moet bij 1Loket zijn”, “Nee, je moet zelf scholen benaderen”. Het was eindeloos pingpongen.’
‘Niet overal ligt meer een rode loper klaar voor zij-instromers’
Jurgen stond op het punt met zijn gezin op zomervakantie te gaan en nog steeds had hij geen zij-instroomplek. Hij ging daarom akkoord met een zogenoemd ‘mini-instituut’ op IJburg waar zij-instromers intensieve begeleiding krijgen, en maar één in plaats van twee jaar mogen blijven. ‘Het was niet de plek die ik voor ogen had, maar ik had gewoonweg geen andere optie.’
Rode loper
Jacqueline Sweerts, projectleider van het zij-instroomtraject in Amsterdam, herkent Jurgens worstelingen. ‘Het wordt inderdaad steeds moeilijker om zij-instromers te plaatsen. Sinds de start in 2020 zijn bijna achthonderd zij-instromers opgeleid in Amsterdam. We hebben zo hard gewerkt om het lerarentekort terug te dringen, dat we nu slachtoffer zijn geworden van ons eigen succes. Het tekort neemt op sommige plekken af, dat is goed nieuws. Maar het betekent ook dat er niet overal meer een rode loper klaar ligt.’
Het zij-instroomtraject
Wie zij-instromer in het basisonderwijs wil worden, meldt zich bij 1Loket, het centrale aanmeldpunt voor het Amsterdamse onderwijs. Kandidaten starten met een elfdaagse crash course om te ervaren of het vak bij hen past.
Daarna volgt het werkervaringstraject (WET): een stage van drie tot vier maanden waarin ze meedraaien op een school en deels zelfstandig lesgeven.
Na een succesvolle afronding schrijven zij zich in bij een pabo en beginnen als ZiB’er (Zij-instroom in Beroep): vier dagen voor de klas, één dag opleiding. Binnen twee jaar ronden zij het traject af met een bekwaamheidsonderzoek en ontvangen zij hun lesbevoegdheid.
Over Jurgens ervaring met het gebrek aan keuze voor scholen, zegt ze: ‘We moeten de verwachtingen bijstellen. Het is niet meer zo dat je je aanmeldt en meteen op een school naar keuze kunt starten.’ Ook bredere stadsontwikkelingen spelen volgens Sweerts een rol. ‘Door de hoge woonkosten vertrekken jonge gezinnen uit Amsterdam, waardoor in sommige wijken de leerlingenaantallen juist dalen. Op bepaalde plekken is er niet zozeer meer een lerarentekort, maar een leerlingentekort.’

Beeld: Mariëlle Kolmschot | Jacqueline Sweerts
Allocatieprobleem
Jurgen analyseerde de situatie zelf. Niet alleen omdat hij dat gewend was van zijn oude werk, ook om zijn gevoel te bevestigen. Hij kwam tot de conclusie dat de landelijke cijfers van het lerarentekort een vertekend beeld geven.
‘De vergrijzing is grotendeels voorbij, de instroom en uitstroom is nagenoeg gelijk en de leerlingenpopulatie in Amsterdam daalt de komende drie jaar met bijna vijfduizend kinderen.’
Hoe kan het dan dat de cijfers nog steeds tekorten laten zien? Het echte probleem is allocatie: er zijn niet te weinig leraren, ze staan alleen niet op de juiste plek. Dat liet het ESB vorig jaar al zien in een onderzoek. De tekorten zijn ongelijk verdeeld over de stad en de grootste problemen zitten in Zuidoost en Nieuw-West. Jurgen laat weten dat dat precies de scholen zijn waar je geen zij-instromers kunt neerzetten. ‘Daar heb je serieuze ervaring voor nodig.’
‘Starten op zo’n school als zij-instromer is een ‘setup for failure’
Marco Snoek, lector Leren en Innoveren aan de HvA, bevestigt dat. ‘De plekken waar zij-instromers het hardst nodig zijn, zijn vaak de moeilijkste scholen. De grootste tekorten zitten daar, terwijl de minst ervaren leraren op die scholen worden ingezet. Daarmee ontstaat een hele rare discrepantie en verhoogt de kans op uitval.’
Gemiste kans
Volgens Snoek raakt het probleem ook aan een andere vraag: hoe kijken scholen eigenlijk naar zij-instromers? ‘Zie je het vooral als oplossing voor het lerarentekort? Of ook als een kwaliteitsimpuls voor het onderwijs, omdat je mensen met andere expertise en werkervaring binnenhaalt?’
Zij-instromers brengen nieuwe kennis, perspectieven en professionele vaardigheden mee, alleen is het onderwijs daar in de praktijk vaak niet op ingericht, legt Snoek uit. ‘Scholen zijn georganiseerd rond één principe: leraren die lesgeven en klassen draaien. Als er geen structuur is om die andere expertise te benutten, dan wordt die ervaring simpelweg niet gezien of gewaardeerd. Het gaat er vooral om de lokalen gevuld te krijgen.’
Het lerarentekort in Amsterdam
Uit de jaarlijkse arbeidsmarktmeting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) blijkt dat het tekort in het basisonderwijs is gedaald van 15,5 procent in 2024 naar 12,2 procent in 2025.
Ondanks deze daling, die sterker is dan in andere grote steden, blijft de krapte in met name kwetsbare wijken zorgelijk. In de stadsdelen Zuidoost, Nieuw-West en Noord kampen basisscholen met grotere tekorten dan in het Centrum en Zuid. Het aantal scholen met een tekort groter dan 20% nam af van 45 naar 29.
Volgens Snoek is dat een gemiste kans. ‘Veel zij-instromers brengen jaren werk- en levenservaring mee. Dat kan juist helpen om de soms gesloten wereld van het basisonderwijs open te breken.’
‘Dat zij-instromers op de moeilijkste scholen terechtkomen, is een groot risico’
Mismatch
Waar zij-instromers vroeger nog keuze hadden tussen scholen, worden ze nu vaak alleen ingezet als ‘laatste redmiddel’, zegt Jurgen. Schoolleiders vullen vacatures eerst intern in of kiezen voor bijna-afgestudeerde pabo-studenten. De plekken die overblijven voor zij-instromers, zijn die op de scholen met meer problematiek. Jurgen vermoedt dat het starten op zo’n school als zij-instromer een ‘setup for failure’ is.

Beeld: Eigen foto | Marco Snoek
‘Klassenmanagement is uitdagend, zeker op scholen met veel gedrags- en ordeproblemen. Je hoort het op de pabo van iedereen, en zelf merkte ik het op mijn crash course-school. Ik had niet het reflectievermogen en de ervaring om zelfstandig moeilijke situaties te hanteren. Misschien over vijf jaar, maar nu nog niet.’
Snoek: ‘Het is een groot risico dat juist zij-instromers op de moeilijkste scholen terechtkomen, terwijl zij de minste ervaring hebben.’ Volgens Jurgen leidt dat bovendien tot het label dat de zij-instroom faalt. ‘Terwijl het probleem niet bij de zij-instromers ligt, maar bij de mismatch die wordt gemaakt.’
Kwalijk
Jurgen zag door de signalen die hij kreeg niet voor zich dat hij binnen afzienbare tijd een baan zou krijgen op een school waar hij ook wílde werken. ‘Sterker nog, ik vraag me af of ik überhaupt een plek had gevonden. Dat risico vind ik zo groot dat ik dat voor mezelf niet kon verantwoorden.’
‘Je zou denken dat ervaren leerkrachten naar de scholen met tekorten worden verplaatst, zij kennen de klappen van de zweep’
‘Ik begon als zij-instromer omdat ik dacht: er is een lerarentekort, scholen zitten op mij te wachten. Ik stelde me voor dat ik elke school kon binnenlopen en kon zeggen: hallo, ik ben zij-instromer, wanneer kan ik beginnen? Maar zo werkt het helemaal niet. Het frame is: er is een lerarentekort en dat is nijpend. Daarmee worden zij-instromers een beetje voor de gek gehouden.’
Dat is kwalijk, vindt Snoek. ‘Juist omdat het om mensen gaat die hier een stap in zetten, daarin investeren en vervolgens daarop uitvallen. Dat moet je ten alle tijden proberen te voorkomen. En daar is te weinig aandacht voor, voor die complexiteit.’
Jurgen denkt dat zij-instromers op dit moment alleen nog iets kunnen bijdragen als er mobiliteit onder leraren ontstaat. ‘Je zou denken dat ervaren leerkrachten naar de scholen met tekorten worden verplaatst. Zij kennen de klappen van de zweep, zij-instromers moet je nog even in de luwte houden.’
