‘Studenten is jarenlang geleerd dat alleen het eindresultaat telt’

februari 4, 2026
Beeld:

Nina Bakker

Naïm Asbaâ

Geplaatst door
Naïm Asbaâ
Op
04 februari 2026

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist. Deze week vraagt hij zich af waar het naartoe moet met het hbo, waar veel opleidingen zich in een ‘crisis’ wanen. ‘Je kunt studenten niet dwingen om naar de les te komen.’

Bij de koffie na afloop van de tweedaagse van Bedrijfskunde ging het nergens anders over. Niet over roosters of toetsdeadlines, maar over één idee dat was blijven hangen. Dat AI ons niet zozeer dwingt om anders te toetsen, maar vooral zichtbaar maakt wat eigenlijk allang aan de gang was.

Felienne Hermans, hoogleraar Computer Science Education aan de Vrije Universiteit Amsterdam, had die ochtend gesproken over menselijk onderwijs in tijden van AI. Niet over slimmere systemen om werk over te nemen, maar over de vraag wat we in ons onderwijs werkelijk waarderen. Technologie, zo maakte zij duidelijk, legt genadeloos bloot hoe ons beoordelingssysteem in elkaar zit. We zeggen dat leren een proces is, maar belonen vooral het eindproduct.

We dwingen studenten steeds vaker met toetsen en opdrachten om aanwezig te zijn

Dat inzicht werkte door in de gesprekken daarna. Docenten stonden in kleine groepjes bij elkaar. Iemand zei: ‘Dit verklaart zó veel.’ Een ander: ‘Geen wonder dat studenten zo met AI omgaan.’ Er werd geknikt, herkend, gelachen. Niet omdat het luchtig was, maar omdat het pijnlijk klopte.

In het gesprek kwam ook naar boven dat we steeds vaker toetsen inzetten om studenten in beweging te krijgen. Kleine opdrachten, verplichte inlevermomenten, tussentoetsen… niet omdat ze inhoudelijk noodzakelijk zijn, maar omdat ze studenten moeten activeren. Eerlijker nog: we dwingen studenten via toetsen om aanwezig te zijn.

Dat is geen onwil van docenten. Het is een reactie op een praktijk waarin het klaslokalen soms stiller zijn dan de stoelen zelf. We weten dat aanwezig zijn samenhangt met studiesucces, maar we voelen dat leren steeds meer iets wordt wat je alleen, thuis en op het laatste moment doet. Dus voeren we prikkels en sancties in. Ondertussen laait de discussie over het opnieuw invoeren van de aanwezigheidsplicht weer op.

We zeggen wel dat leren een proces is, maar we belonen vooral het eindproduct. We hebben studenten jarenlang geleerd dat dát telt. Een netjes resultaat, efficiënt geproduceerd, professioneel ogend. Of dat resultaat voortkomt uit oefenen, feedback, samenwerking of uit een slimme prompt doet nauwelijks ter zake. Het cijfer staat er. Klaar.

Studenten handelen daar naar. Ze optimaliseren. Ze rekenen. Ze maken keuzes. Soms uit gemakzucht, vaak uit rationaliteit, omdat het systeem dat gedrag beloont. En nu proberen we datzelfde systeem te repareren met weer meer toetsen, meer verplichte momenten en steeds ingewikkeldere controlemechanismen. Aanwezigheid wordt afgedwongen in plaats van gewenst. Activatie wordt iets wat je organiseert met cijfers, niet iets wat ontstaat uit onderwijsontwerp.

Wat zegt het eigenlijk over je onderwijs, als studenten alleen komen vanwege de toets?

Dat wringt. Want wat zegt het eigenlijk over ons onderwijs als studenten alleen komen omdat er een toets aan hangt? Dat studenten strategisch zijn, of dat wij ze te weinig reden geven om te komen? Als aanwezigheid geen intrinsiek onderdeel is van leren, maar een af te vinken voorwaarde?

In de geest van het pleidooi van Hermans dwingt labor-based grading ons om daar anders naar te kijken. Niet als kant en klare oplossing, en zeker niet als iets dat je zomaar moet invoeren, maar als denkraam. Het vraagt ons om leren te definiëren als arbeid, niet als aanwezigheid om de aanwezigheid zelf, maar als zichtbare inzet. Meedoen. Oefenen. Reflecteren. Feedback verwerken. Bewust omgaan met AI. Keuzes maken en verantwoorden.

Dat voelt spannend, want het schuurt aan diepgewortelde aannames: dat excellentie vooral in het eindresultaat zit, dat inspanning lastig meetbaar is en dat cijfers objectief zijn. Maar het huidige systeem is allesbehalve neutraal. Het bevoordeelt wie het academische spel al kent. Wie weet hoe je twijfel omzet in een strak verslag. Wie de tijd heeft om te polijsten. Het beloont uiterlijk vertoon boven leerarbeid.

Bij labor-based grading zie je aanwezigheid als leerhandeling. Reflectie als denkwerk. Feedback als intellectuele arbeid. En AI als een hulpmiddel dat je moet verantwoorden, niet verbergen. Het verplaatst het gesprek van ‘is dit goed genoeg’ naar ‘hoe heb je gewerkt en wat heb je geleerd’. Natuurlijk vraagt dit om zorgvuldigheid. Leerarbeid mag geen urenwedstrijd worden. Beroepskwaliteit vraagt om duidelijke ondergrenzen. En werkdruk voor docenten is reëel. Dit is geen quick fix, maar een ontwerpopgave.

Maar het gesprek bij de koffie liet iets zien wat belangrijker is dan welk didactisch model ook. Veel docenten voelen feilloos aan dat de spanning rond AI, aanwezigheid en toetsdruk geen losse kwesties zijn. Het zijn symptomen van één systeem waarover opnieuw moet worden nagedacht. De vraag waar de HvA nu voor staat is niet of we aanwezigheid moeten verplichten. De echte vraag is waarom studenten niet vanzelf willen komen.

Blijven we vasthouden aan een systeem dat het eindproduct beloont en het leerproces negeert? Of durven we eindelijk zichtbaar te maken dat leren arbeid is, en dat dát telt? Zolang we die vraag blijven ontwijken, blijven we studenten activeren met toetsen en dreigen met verplichtingen. Terwijl zij allang begrijpen wat wij nu pas beginnen te erkennen. Misschien was dat wel de belangrijkste opbrengst van die tweedaagse. Niet een nieuw concept, maar het besef dat deze discussie niet langer over aanwezigheid gaat, maar over wat we eigenlijk waarderen in ons onderwijs.

Deel dit verhaal op je socials:

Lees ook

Geplaatst door

Naïm Asbaâ

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist: onderwijs gaat immers over meer dan het verdienen van je studiepunten. Voor HvanA schrijft hij om de week een column.