Wat zeggen de politieke partijen over… jouw geld?
HvanA
De verkiezingen komen eraan en dus spit HvanA de partijprogramma’s door op alles wat jij als student wilt weten. Vandaag, deel 2: het financiële plaatje. Wat zeggen de partijen over het minimum(jeugd)loon? En moet je altijd een vergoeding krijgen als je stageloopt?
Studeren is duur. Huren stijgen, de supermarkt is geen pretje meer en de studieschuld voelt voor velen als een molensteen. Dat zien politieke partijen ook: bijna allemaal willen ze iets doen aan de financiële positie van jongeren. Maar hun plannen verschillen flink — in tempo, doelgroep en toon.
Minimumjeugdloon
Wie jonger is dan 21, verdient nu volgens de wet minder dan oudere collega’s. Een achttienjarige krijgt bijvoorbeeld zo’n tachtig procent van het minimumloon, een negentienjarige 85 procent.
Dat jongeren tot hun 21ste minder betaald krijgen, vinden veel partijen achterhaald
Dat systeem stamt uit de tijd dat jongeren nog grotendeels thuiswoonden en weinig vaste lasten hadden, maar in de praktijk werkt het al lang niet meer zo. Dat jongeren tot hun 21ste minder betaald krijgen, vinden veel (linkse) partijen daarom achterhaald. Zowel SP, GroenLinks-PvdA, PvdD, D66, DENK als ChristenUnie willen het minimumjeugdloon afschaffen vanaf achttien jaar: volwassen is volwassen.
Ook daarna mag het loon omhoog, vinden partijen als NSC, PvdD, D66, BBB, DENK en ChristenUnie. NSC wil het minimumloon zelfs verhogen naar achttien euro per uur, hetzelfde bedrag dat ook DENK voorstelt. GroenLinks-PvdA en SP spreken van ‘fors omhoog’, in lijn met de stijgende prijzen. De ChristenUnie pleit voor een ‘rechtvaardig loon’ dat meegroeit met de inflatie, zodat ook jongeren en starters kunnen rondkomen.
DENK legt sterk de nadruk op bestaanszekerheid: het minimumloon moet niet alleen omhoog, ook uitkeringen moeten automatisch meestijgen met de prijzen. De partij wil dat je als achttienjarige voortaan het volledige wettelijk minimumloon krijgt, omdat jongeren volgens de partij eerlijk moeten worden beloond voor hun werk.
Tegelijk speelt er wrijving tussen de wens om iedereen meer te laten verdienen en de noodzaak om werk betaalbaar te houden voor werkgevers. Vooral in sectoren met veel studentenbanen. Hogere lonen klinken aantrekkelijk, maar betekenen ook dat cafés, winkels en zorginstellingen mogelijk minder mensen (jongeren) kunnen aannemen. PVV, JA21, BBB, SGP, VVD en CDA lijken het minimumjeugdloon om die reden te willen behouden.
Stagelopen mag niet meer gratis zijn, Groenlinks-PvdA wil 750 euro
Stagevergoeding
Een ander heet hangijzer: de stagevergoeding. Veel partijen vinden dat stagelopen niet meer gratis mag zijn, ook aan de rechterkant van het politieke spectrum.
Bedragen lopen uiteen: NSC en CDA willen een minimumvergoeding van 450 euro per maand, PvdD wil 500 euro, Volt 550 euro, GroenLinks-PvdA en DENK zelfs 750 euro. Die laatste partij wil net als SP en D66 dat de stagevergoeding wettelijk wordt vastgelegd, voor mbo-, hbo- én wo-studenten. DENK maakt hier trouwens sowieso een groot punt van. Ze willen een landelijke stagegarantie én een hardere aanpak van stagediscriminatie via mystery guest-onderzoeken, sancties en naming & shaming van bedrijven die zich schuldig maken aan uitsluiting.
De ChristenUnie zit op dezelfde lijn waar het gaat om eerlijke beloning, maar benadrukt vooral dat onderwijs en stage toegankelijk moeten blijven voor iedereen — ook bij kleinere werkgevers. De partij pleit voor afspraken tussen onderwijsinstellingen en werkgevers om te voorkomen dat het aantal stageplekken afneemt door hogere kosten.
BBB en FvD noemen geen vast bedrag, maar vinden dat bedrijven verplicht een redelijke vergoeding moeten betalen. Voor hbo-studenten die fulltime stage lopen, kan dat verschil honderden euro’s per maand betekenen. Ook demissionair onderwijsminister Gouke Moes (BBB) benadrukte eerder al dat een stagevergoeding eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn: ‘We gaan gewoon een stagevergoeding voor iedere stagiair regelen,’ zei hij daarover in de Tweede Kamer.
Maar net als bij het minimumloon wringt het hier ook. Hoewel een eerlijke vergoeding vanzelfsprekend lijkt, kunnen sommige stagebedrijven dat simpelweg niet betalen. Vooral kleinere organisaties en maatschappelijke instellingen, waar studenten vaak graag stagelopen, vrezen dat ze straks minder plekken kunnen aanbieden. De ChristenUnie en DENK zoeken daarom beiden naar manieren om rechtvaardigheid en haalbaarheid in balans te houden.
Studieschulden en geldzorgen
Sinds de invoering van het leenstelsel in 2015 bouwden studenten samen miljarden euro’s aan schuld op. Er kwam wel compensatie voor, maar veel partijen vinden dat die nauwelijks de schade dekt.
Dat jongeren tot hun 21ste minder betaald krijgen, vinden veel partijen achterhaald
SP wil daarom dat studieschulden grotendeels worden kwijtgescholden, met een fonds dat door de overheid wordt gevuld. De partij wil ook dat commerciële bedrijven die verdienen aan leningen, zoals kredietverstrekkers en incassobureaus, aan strengere regels worden gebonden. PvdD stelt een vergelijkbaar fonds voor, waarmee jongeren een ‘schuldenvrije herstart’ kunnen maken. DENK wil de rente op studieschulden afschaffen en volledige compensatie voor de pechgeneratie. Daarnaast moete starters met een studieschuld makkelijker een hypotheek kunnen krijgen, met meer maatwerk van banken.
De ChristenUnie deelt dat uitgangspunt: studeren mag geen bron van stress en schuld zijn. De partij wil dat de terugbetaaltermijn eerlijker wordt ingericht en dat de rente laag blijft. Bovendien wil de ChristenUnie meer aandacht voor financiële vorming op scholen: jongeren moeten volgens de partij beter voorbereid worden op het omgaan met geld en leningen.
NSC pakt het probleem breder aan: jongeren moeten volgens de partij beschermd worden tegen nieuwe schulden. Zo wil NSC dat ‘Buy Now, Pay Later’-apps zoals Klarna verboden worden onder de 21 jaar. GroenLinks-PvdA wil juist dat consumenten altijd een deel van hun aankoop eerst moeten aanbetalen, zodat ze minder snel in de schulden schieten.
Om jongeren in brede zin goed met geld om te leren gaan, willen CDA, ChristenUnie en PvdD dat geldlessen op school verplicht worden. Het CDA wil zelfs het oude Zilvervloot-sparen terug invoeren. Dat is een spaarrekening waarbij jongeren een bonus krijgen als ze hun spaargeld jaren laten staan, om ze financiële discipline aan te leren.
Meer weten over de plannen van de partijen? Lees ook onze andere aflevering over de verkiezingsplannen van partijen (onderwijs en wonen/welzijn). Of stel je vraag via DM aan de redactie of per mail aan info@hvana.nl.
[molongui_author_box]