De vijf van ’25 – Jolien Dopmeijer over het welzijn van studenten

december 4, 2025
Beeld:

Benne van de Woestijne

Trimbos-onderzoeker Jolien Dopmeijer

Geplaatst door
Benne van de Woestijne
Op
04 december 2025

Het jaar loopt ten einde. HvanA kijkt vooruit naar wat het hbo na 2025 te wachten staat en houdt er vijf verdiepende gesprekken over. Deze keer met Trimbos-onderzoeker Jolien Dopmeijer, over het welzijn van studenten. Waarom lijkt het erop dat veel studenten nog altijd zo slecht gaan? En wat staat het hbo te doen? ‘Mentale gezondheid is een negatieve term geworden.’

Als je al een tijdje schrijft over het reilen en zeilen van het hoger onderwijs weet je dat er één onderwerp is dat steeds weer terugkeert om de koppen van grote media te sieren. Het welzijn van studenten. En dan met name: het lage welzijn van studenten.

Het uitkomen van de Monitor Mentale Gezondheid en Middelengebruik van onderzoeksinstituut Trimbos is zo’n moment. Deze november toonde het de nieuwe cijfers over studentenwelzijn. De boodschap was voorzichtig positief: het gaat net ietsjes beter met studenten, zeker in vergelijking met de coronatijd. En toch – ook zonder lockdowns – zijn er veel klachten en is er veel stress. ‘Corona is te lang als de oorzaak van problemen gezien’, zegt Trimbos-onderzoeker Jolien Dopmeijer.

De boodschap van Trimbos was dit jaar – met een slag om de arm – positief. Het studentenwelzijn zou ‘licht zijn verbeterd.’ Waarom vooral?
‘Op een aantal vlakken gaat het wat beter, zeker als je het vergelijkt met de eerste meting die we deden in 2021. Studenten voelen bijvoorbeeld net wat minder druk. Er is nèt wat minder eenzaamheid. Ook sommige drugs worden minder gebruikt. Daar zien we wel iets ontstaan. En tegelijkertijd…’

…is er die slag om de arm. Statistieken die nog steeds zo’n negatief verhaal vertellen, dat je mond er bijna van open valt. Een kwart van de studenten zou weleens levensmoe zijn. Ik geloof het bijna niet, is het echt zó erg?
‘Dat is zorgelijk, tegelijkertijd is het misschien goed daar meteen even bij stil te staan. Ik was er namelijk niet blij mee dat sommige media weer zó gretig op die statistiek sprongen. Dat percentage, over levensmoeheid onder studenten, is ten eerste helemaal niet veranderd ten opzichte van 2021.’

Jolien Dopmeijer welzijn van studenten

Beeld: Benne van de Woestijne | Jolien Dopmeijer

Maar het is wel hoog.
‘Ja. Het ís ook heel ernstig dat er een groep is die hiermee kampt. Maar je moet het wel op de juiste manier interpreteren. Levensmoeheid betekent niet per se dat je een actieve doodswens hebt. Veel vaker betekent het dat studenten overwhelmed zijn door alles. Het is meer een soort voorstadium van suïcidaliteit.’

‘Somberheid hoort bij het leven, maar we mogen ons niet bij deze cijfers neerleggen’

‘Binnen die groep studenten leven er soms suïcidale gedachten. De meeste studenten hebben die gedachten af en toe of soms, slechts vier procent heeft ze regelmatig. Ja, die groep heeft het heel erg zwaar. En ja, daar moet blijvende aandacht naar uitgaan.’

Dat de aandacht voor het onderwerp groeit, is volgens Dopmeijer misschien nog wel ‘de grootste winst’ van de afgelopen jaren. Welzijnsproblematiek, gestreste gevoelens: je leest er een stuk meer over dan tien jaar terug. Terwijl de problemen er toen ook al waren.

Ik vraag me soms wel af wat ik met die cijfers moet. Zo zou ruim tachtig procent van de studenten weleens stress of depressieve gevoelens ervaren. Wat betekent dat?
‘Ook hier is in eerste instantie een interpretatie op zijn plaats. Dat het percentage zo hoog is komt vooral doordat de MHI-5, een meetnorm die wij als onderzoekers verplicht moeten gebruiken, dit jaar anders is dan twee jaar terug. Het cijfer betekent niet per se dat ze er allemaal hinder van hoeven te ondervinden, of dat 83 procent van de studenten érnstig in de problemen zit.’

Maar zeggen die statistieken dan niet vooral dat het normaal is om je af en toe wat minder te voelen? Of vindt u dat we dit écht niet mogen accepteren?
‘Ik denk… allebei. Kijk, sombere gevoelens horen bij het leven. Dat een groot deel van de mensen – zeker in de studentenfase – die gevoelens heeft, is niet gek.’

Wie is Jolien Dopmeijer?
Als onderzoeker houdt Jolien Dopmeijer zich al meer dan vijftien jaar bezig met studentenwelzijn. Ze promoveerde op het onderwerp in 2020 waarbij ze onderzocht wat de relatie tussen welzijn en studievertraging is.

Sinds 2020 is ze aangesloten als onderzoeker bij het Trimbos-instituut, dat sinds 2021 elke twee jaar cijfers uitbrengt over het welzijn van studenten. Dopmeijer is projectleider van deze Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik.

‘Tegelijkertijd zijn de cijfers over stress en eenzaamheid al zó lang zó hoog… daar mogen we ons gewoon niet bij neerleggen. Zeker niet omdat we ook zien dat de “normale” dip die studenten altijd hebben gehad, sinds de coronatijd minder snel herstelt dan vroeger. Daar moeten we echt iets mee.’

Ik weet nog goed dat het ten tijde van de coronacrisis voortdurend over het slechte welzijn van studenten ging. Toch lijken de cijfers nu nog steeds vrij slecht, en er is allang geen pandemie meer. Ik dacht juist: misschien is de rol van corona wel overschat.
‘Heel veel gezondheidsproblemen werden toen direct aan corona gekoppeld. Studenten hebben stress? Ze zijn eenzaam? Corona. Punt. Terwijl angst, somberheid en het middelengebruik problemen zijn die al veel langer bij studenten speelden. De coronatijd was meer een katalysator dan alleen maar oorzaak.’

‘Dat geneuzel over de sneeuwvlokjesgeneratie: daar kan ik echt boos om worden’

En ze komen dus moeizamer uit hun dip?
‘Bij een bepaalde groep heeft die coronatijd er echt ingehakt. Vergeet niet: veel van die jongeren hebben allemaal belangrijke, leuke momenten in hun leven gemist. Het vieren van je diploma. De examenreis. Het begin van je studententijd… die belangrijke rites de passages hebben ze geskipt. Sommigen hebben een soort vertraging opgelopen in hun sociale ontwikkeling. Dat herstelt moeizaam.’

Dat geldt voor alle jongeren, lijkt mij, niet alleen studenten.
‘Deze issues treffen alle jongeren. Het is ook de situatie in de wereld. De context waarin ze opgroeien is volledig veranderd, als je dat vergelijkt met mijn studententijd. Ik bedoel: ik kocht een huis op mijn 21e, hoe abnormaal is dat nu?’

U vindt het maar niets, hoor ik al, dat jongeren van nu soms als sneeuwvlokjes worden gezien.
‘Man, daar kan ik echt boos om worden. Natúúrlijk zie ik wel meer gevoeligheden in deze tijd, natuurlijk is de mentaliteit wat veranderd. Maar dat geneuzel over sneeuwvlokjes geeft alleen maar het idee alsof het volledig op het conto van jongeren geschreven kan worden. Ja, jongeren hebben zelf een verantwoordelijkheid, dat zeggen ze zelf ook. Maar we moeten ook een omgeving bieden waarin ze zich sterk kunnen ontwikkelen. Jongeren die minder veerkracht hebben, hoe kan dat nou hun eigen schuld zijn? Kijk dan ook naar de rol van de ouders.’

Waar ik soms wel een beetje bang voor ben is dat het een selffulfilling prophecy wordt, al die berichten over het lage welzijn van studenten. Gaan jongeren er op een gegeven moment niet ook zelf in geloven dat het slecht gaat?
‘Klopt. Dat is ook onderzocht. Jongeren gaan soms in diagnosetaal praten om zichzelf negatief te beschrijven. Mijn dochter doet dat ook weleens. Dan zegt ze: mam, ik had vandaag echt een depressieve dag. Dan zeg ik: nee, je was wat verdrietig. Dat is echt wat anders.’

‘Of het gros van de studenten ooit wél gelukkig is? Ik denk dat het mogelijk is’

‘Mede hierom probeerde het Trimbos dit jaar ook een positief geluid te brengen. Daarom zetten we ook niet de term ‘levensmoeheid’ in de kop. Mentale gezondheid is een beladen, negatieve term geworden. Terwijl het dat helemaal niet is.’

Laten we tot slot vooruit kijken. Jullie deden in het rapport van dit jaar weer aanbevelingen. Wat is de belangrijkste?
‘Een van de hoofdthema’s is wat mij betreft belonging. Daarmee bedoel ik: thuisgevoel. Als je dat ervaart, in je studententijd of bij de instelling waar je studeert, vormt dat een stevig fundament voor je welzijn. Dat zie ik ook in de les, als docent. Wat die verbinding doet. Hoe jongeren het waarderen als je ze serieus neemt, ook als mens. Laten we daar de komende tijd zo veel mogelijk op inzetten.’

Kunt u zich voorstellen dat we ooit in een monitor van Trimbos zullen lezen dat de meeste studenten gelukkig zijn? 
‘Ja. Ik denk het eigenlijk wel. Ik denk alleen wel dat het heel lang gaat duren. Het zal nooit helemaal perfect gaan met jongeren, en we zullen specifiek moeten blijven kijken met wie het goed gaat en met wie het minder goed gaat. Dit is geen eindig project.’

Het volgende eindejaarsinterview van De vijf van 25 is met ombudsfunctionaris Jacqueline Schoone, over sociale (on)veiligheid aan de Hogeschool van Amsterdam. 

Lees ook

Deel dit verhaal op je socials:

Geplaatst door

Eindredacteur bij HvanA. Ik volg en schrijf van alles en luister graag naar de verhalen die je te vertellen hebt. Tips voor zo’n goed verhaal op HvanA? Stuur een mailtje naar benne@hvana.nl.