‘Hoe moet ik studeren als ze intussen Palestijnse kinderen martelen?’

april 15, 2026
Beeld:

Nina Bakker

Naïm Asbaâ

Geplaatst door
Naïm Asbaâ
Op
15 april 2026

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist. In de huiskamerlounge van Bedrijfskunde ving hij afgelopen week een gesprek op van een groep studenten en hun zorgen over een wereld die hen voortdurend met ellende confronteert. Naïm luistert mee, en noteert.

De afgelopen weken stonden in het teken van deadlines, assessments, presentaties en herkansingen. In de gangen van Bedrijfskunde werd zachter gepraat en sneller gelopen. Laptops onder de arm, oortjes in, blikken die verraden dat het hoofd al vol zit voordat de dag echt begonnen is.

In die drukte is er één plek waar het tempo anders ligt. De huiskamerlounge. Op de achtste verdieping ligt een knusse ruimte met banken en losse stoelen, direct naast de tafeltennistafel. Een plek waar studenten even kunnen zitten zonder dat er iets van hen verwacht wordt. Waar je kunt landen tussen twee colleges door, of juist even niets hoeft.

‘Even niet aan die assessments denken’, zegt een student terwijl ze haar tas neerzet. ‘Mijn hoofd zit al vol genoeg.’ Er wordt instemmend geknikt. Maar de rust duurt niet lang, want een telefoon verschijnt op tafel. Een scherm wordt gedraaid. ‘Hebben jullie dit gezien vanochtend?’

Wat begint als een losse opmerking, trekt langzaam de aandacht van de groep. Stoelen schuiven dichterbij. Iemand legt zijn laptop dicht zonder hem echt af te sluiten. ‘Het voelt alsof het nooit stopt’, zegt een student. ‘Elke dag weer dat nieuws over Palestina. En je ziet die beelden en dan moet je gewoon weer een assessment maken.’

‘Eerlijk, ik neem niets van die assessments op als dit nieuws zo blijft doorgaan’

‘Ik zat net nog in een assessment’, reageert een ander. ‘Maar eerlijk, ik neem daar niks van op als dit door mijn hoofd blijft gaan.’ Verwacht wordt dat studenten presteren en deadlines halen, denk ik bij mezelf, terwijl het nieuws zich ondertussen opdringt met verhalen die veel groter aanvoelen dan hun studie. De lounge is een plek waar dat naast elkaar mag bestaan.

‘Wat mij boos maakt’, zegt een student, ‘is dat het soms lijkt alsof mensenrechten selectief zijn. Dat het voor de ene groep zwaarder telt dan voor de andere.’ Nu schuift ook hij zijn telefoon naar voren. ‘En dan lees je dat rapport van Save the Children, over Palestijnse kinderen die zonder aanklacht vastzitten en worden mishandeld, en als ik dat dan lees, dan kan ik niet gewoon doorgaan alsof het er niet is.’

‘Je raakt er gewoon moe van’, zegt dan een andere student. ‘Niet alleen verdrietig, maar echt moe. Alsof je hoofd geen pauze krijgt.’ Die vermoeidheid keert vaker terug in het gesprek. Niet als groot statement, maar steeds in kleine zinnen: ‘Ik merk dat ik me minder kan concentreren’; ‘ik slaap slechter als ik te lang blijf scrollen’; ‘ik voel me schuldig als ik er even niet aan denk.’

‘Soms denk ik bij andere studenten: hoe kijk jij naar mij? Als je weet dat ze op Forum hebben gestemd, zeg maar’

Ook toen ik studeerde rond 9/11 kwam de wereld dichtbij, maar was het nog meer in golven. Nu brengen sociale media het geweld voortdurend en ongefilterd binnen, waardoor nieuws en beelden zich opstapelen en de ruimte om even niet geraakt te worden bijna verdwijnt.

Dan verschuift het gesprek langzaam naar de klas zelf. ‘Het is niet alleen het nieuws’, zegt iemand. ‘Het is ook dat je in een klas zit met mensen die daar heel anders naar kijken.’ Hij aarzelt even. ‘Mensen die op Forum hebben gestemd’, zegt hij dan. ‘En waarvan je het gevoel hebt dat ze jou er eigenlijk niet bij willen.’ Er valt een korte stilte.

‘Dat vind ik soms nog het moeilijkst’, reageert een ander. ‘Je zit naast elkaar, werkt samen, maar je denkt tegelijk… hoe kijk jij naar mij?’ Niemand reageert direct. ‘Je gaat dingen invullen’, zegt iemand. ‘Misschien klopt het niet eens altijd. Maar het gevoel is er wel.’

Het maakt de mentale belasting voor deze studenten complexer. Niet alleen het nieuws van ver weg speelt mee, maar ook de verschillen die je in de klas voelt. Die waren er vroeger ook, al studeerde ik zelf tussen veel gelijkgestemden. Opvattingen die eerder minder zichtbaar of minder geaccepteerd waren, worden tegenwoordig openlijker gedeeld, waardoor die verschillen niet alleen bestaan, maar ook sterker en directer worden gevoeld.

‘En dan moet je gewoon samenwerken aan een project’, zegt een student. ‘Alsof dat losstaat van alles.’

‘Ik vraag me soms af’, zegt een student, ‘of je hiermee ergens terecht kunt’

Terwijl ik met het gesprek meeluister, realiseer ik mij iets dat zelden expliciet wordt gemaakt. Dat studentenwelzijn niet alleen gaat over studiedruk of persoonlijke omstandigheden, maar ook over hoe veilig en gezien je je voelt in je leeromgeving.

‘Ik vraag me soms af’, zegt een student terwijl hij zich nu tot mij richt, ‘of je hiermee ergens terecht kunt.’ ‘Waar bedoel je?’ meng ik mij in het gesprek.

‘Bijvoorbeeld bij een studentendecaan’, zegt ze. ‘Als dit invloed heeft op je concentratie of je studie. Maar ik heb geen idee of dat hier ook onder valt.’ Een ander knikt. ‘Je denkt al snel dat het niet erg genoeg is. Dat je het gewoon zelf moet oplossen.’ ‘Er wordt niet echt over gesproken’, zegt iemand. ‘Wat dit met je doet als student.’

‘Ik heb soms het idee’, zegt een student, ‘dat de Nederlandse politiek niet voor mensen zoals wij spreekt.’ ‘Wat mis je dan?’ vraag ik door. Hij denkt even na. ‘Dat er wordt erkend wat dit met mensen doet. Het blijft vaak abstract.’ ‘Alsof je eerst moet laten zien dat je objectief bent voordat je iets mag voelen’, zegt een ander. Halverwege het gesprek aarzelt iemand opnieuw. ‘Mag ik dit eigenlijk wel zeggen?’

‘Voel jij je hier thuis?’ vraag ik later. Er wordt niet meteen geantwoord. ‘Meestal wel’, zegt een student uiteindelijk. ‘Maar bij dit soort onderwerpen wordt het ingewikkelder.’ ‘Alsof je automatisch ergens voor staat’, zegt iemand anders. ‘Of dat je moet uitleggen wie je bent’, vult een ander aan. En toch blijft er iets overeind.

‘Wat mij hoop geeft’, zegt een student, ‘is dat we hier nog gewoon kunnen praten.’ ‘Dat je niet meteen wordt weggezet’, zegt een ander. Aan het eind van het gesprek worden telefoons weer opgepakt. Iemand checkt een deadline. Een ander begint over een herkansing. De wereld komt weer binnen, samen met de studie. Maar op deze bank blijft iets achter.

Meer columns lezen van Naïm? Klik hier voor het overzicht. 

Deel dit verhaal op je socials:

Lees ook

Geplaatst door

Naïm Asbaâ

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist: onderwijs gaat immers over meer dan het verdienen van je studiepunten. Voor HvanA schrijft hij om de week een column.