Geen nieuwe eerstejaars: hoe is het om te studeren aan een opleiding die stopt?
Basia Elting
Studenten Marianne, Nina en Luc vertellen hoe het is dat hun opleiding stopt
De ene opleiding gaat terug tot 1785, de andere bestaat pas vier jaar. Toch delen HvA-opleidingen Maritiem Officier en Interprofessionele Paramedische Zorg hetzelfde lot: ze nemen geen nieuwe studenten meer aan. Luc, Nina en Marianne zien hoe hun opleiding langzaam stopt. ‘Alsof de opleiding had gefaald.’
Luc Kagenaar (22) was vier toen hij voor het eerst op de brug van een cruiseschip stond. Een vriend van zijn vader, kapitein bij de Holland-Amerika Lijn, liet hem alles zien: de machinekamer, de knoppen, het uitzicht over zee. Sindsdien wil hij kapitein worden.
Nu is hij derdejaars Maritiem Officier aan de HvA, een opleiding die studenten opleidt tot officier in de koopvaardij. Maar terwijl zijn jongensdroom dichterbij komt, verdwijnt de opleiding langzaam uit beeld. Komend studiejaar begint er geen nieuwe lichting, aan een opleiding die haar wortels heeft in 1785, toen nog de Kweekschool voor de Zeevaart.
Dertien studenten over
Het nieuws kwam per mail. Kort daarna volgde een gesprek met docenten en studenten. Voor Luc telde maar één ding: kon hij zijn opleiding afmaken? ‘Gelukkig was al snel duidelijk dat dat kon.’
De lessen gaan door. Docenten blijven tot de laatste student klaar is, zegt hij. Over zijn diploma maakt Luc zich geen zorgen, al leefde die vraag wel onder studenten. ‘Je diploma blijft je diploma. De certificaten die we halen zijn hetzelfde als op andere zeevaartscholen.’
Helemaal onverwacht kwam het besluit niet. Luc begon met ongeveer 24 studenten in zijn jaar; inmiddels zijn er nog dertien over. ‘Dan weet je dat er iets speelt.’ Toch voelt het wrang. ‘Het is een van de oudste opleidingen van Amsterdam en van Nederland. Er zit zo veel geschiedenis achter.’

Beeld: Basia Elting | Luc: ‘Het is een van de oudste opleidingen van Amsterdam en Nederland’
‘Ze twijfelden of ik wel een goede student was om daar stage te lopen’

Beeld: Nina de Graaf | Nina: ‘Ik twijfelde of ik wel volwaardig zou zijn’
‘Dit is perfect’
Bij Nina de Graaf (22) speelt iets anders. Zij zit in het vierde jaar van Interprofessionele Paramedische Zorg (IPZ) en behoort tot de eerste lichting studenten. Geen opleiding met eeuwen geschiedenis, maar een nieuw onderwijsconcept dat fysiotherapie, oefentherapie en ergotherapie combineert.
Juist dat brede sprak haar aan. Ze wist nog niet precies welke kant ze op wilde. ‘Ik dacht: dit is perfect. Dan kan ik eerst ontdekken welk beroep het beste bij me past.’ Inmiddels specialiseert ze zich in ergotherapie.
Als eerste lichting merkte Nina ook dat de opleiding nog moest worden uitgevonden. Docenten waren volgens haar zoekende.
Beoordelingen veranderden, competenties kregen andere namen, en op stage werd soms ineens iets anders verwacht. Inmiddels raakt haar dat minder. ‘Ik raak nu niet meer uit het veld geslagen als iets anders loopt.’
Toch kwam de studiestop dichtbij tijdens een kennismakingsgesprek voor haar stage. Haar begeleiders kenden IPZ niet goed, zochten de opleiding op en zagen dat er geen nieuwe studenten meer komen. Ze begonnen vragen te stellen. ‘Ze twijfelden een beetje of ik wel een goede student was om daar stage te lopen.’
Die twijfel kende Nina zelf ook. Zou ze straks net zo veel weten als iemand van een reguliere ergotherapieopleiding? ‘Ik twijfelde of ik wel volwaardig zou zijn.’
‘Aan het begin dacht ik: waar moet ik beginnen?’
Toen ze hoorde dat IPZ geen nieuwe studenten meer aanneemt, voelde dat als een oordeel. ‘Alsof de opleiding had gefaald. Alsof de studie niet goed genoeg was ontvangen.’
Op stage kantelde dat gevoel. Haar begeleiders zijn zo blij met haar dat ze na haar stage mag blijven werken. ‘Nu denk ik: volgens mij komt het echt wel goed.’
Meer houvast
Marianne Hoogendoorn (21) had dezelfde reden. ‘Na de havo wist ik nog niet goed welke kant ik op wilde. Het brede sprak mij aan, net als het praktijkgerichte onderwijs: leren door te doen.’
Maar later liep ze daar ook tegenaan. Er waren weinig colleges en veel kennis moesten studenten zelf verzamelen. Dat merkte ze vooral op stage, waar de koppeling tussen theorie en praktijk niet altijd vanzelfsprekend was.
Anatomieles had ze bijvoorbeeld nauwelijks gehad. ‘Aan het begin dacht ik: waar moet ik beginnen? Je wordt gewoon in het diepe gegooid.’
Dat de HvA nu pas op de plaats maakt, begrijpt ze. Het idee achter IPZ vindt Marianne sterk, maar de basis kan steviger. ‘Meer houvast, meer lessen om op terug te vallen.’ Van studenten uit latere jaren hoort ze dat daar inmiddels meer aandacht voor is.

Beeld: Basia Elting | Marianne: ‘Meer houvast, meer lessen om op terug te vallen’
‘Nu zien mensen alleen een schip dat vaart’
Het zou jammer zijn als IPZ helemaal zou verdwijnen, vindt Marianne. In de zorg werken fysiotherapeuten, ergotherapeuten en oefentherapeuten vaak rond dezelfde cliënt. Wie tijdens de opleiding al leert wat andere disciplines doen, kan later beter samenwerken. ‘Het heeft echt meerwaarde voor de zorg. Maar dan moet de opleiding wel zo worden ingericht dat studenten genoeg houvast krijgen.’
‘Eén school minder’
Luc maakt zich weinig zorgen om zijn eigen toekomst. Hij wil nog steeds kapitein worden. Wat hem bezighoudt, is wat er verdwijnt als de opleiding wegvalt.
‘Als deze opleiding verdwijnt, heb je weer één school minder die zeevarenden opleidt. En dat terwijl er steeds meer mensen nodig zijn in de maritieme sector.’
Definitieve stop
Toen HvanA Luc, Nina en Marianne sprak, was nog niet zeker of de opleidingen definitief zouden stoppen. Zij wisten toen vooral dat er komend studiejaar geen nieuwe eerstejaars zouden beginnen en dat zij zelf hun opleiding mochten afmaken.
Inmiddels lijkt een definitieve stop bij beide opleidingen waarschijnlijk. Voor IPZ adviseert de faculteit om de opleiding te beëindigen. Maritiem Officier komt volgens de HvA waarschijnlijk niet terug in de huidige vorm. Het College van Bestuur neemt na de vakantie over beide opleidingen een besluit.
Daarom probeert hij anderen enthousiast te maken voor het vak. Binnenkort spreekt hij bij Nautilus, de vakbond voor maritieme professionals, over de terugloop van studenten op zeevaartscholen. ‘Nu zien mensen alleen een schip dat vaart,’ zegt hij. ‘Ze zien niet de mensen aan boord, de landen die je ziet, het werk dat erbij komt kijken, en hoe het leven op zee echt is.’
