Jelle Jolles: ‘Het studentenbrein werkt anders dan de hogeschool denkt’

december 3, 2025
Beeld:

Paul Disco

Prof. dr. Jelle Jolles

Geplaatst door
Paul Disco
Op
03 december 2025

Waarom haken zoveel eerstejaars af? En waarom worstelt het hbo met motivatieproblemen onder studenten? Volgens neuropsycholoog Jelle Jolles komt dat doordat hun brein nog volop in ontwikkeling is. ‘We overschatten de zelfstandigheid van achttienjarigen enorm’, zegt Jolles. Hij pleit voor een ander soort hbo.

Deze maand verscheen het boek Het Tienerbrein: een ander perspectief van Jelle Jolles, waarin leren, denken en ontwikkelen van jongeren centraal staan. Jolles (76) is klinisch neuropsycholoog en emeritus hoogleraar. Hij onderzoekt al decennia hoe jongeren leren en pleit voor een sterke uitwisseling tussen wetenschap van hersenen en gedrag, en onderwijspraktijk.

In een uitgebreid gesprek legt Jolles ons uit wat er volgens hem misgaat in het hbo – en vooral: wat er wél werkt. Zijn boodschap is: als hogescholen begrijpen hoe jongeren écht leren leren en hoe ze zich ontwikkelen in deze cruciale fase in hun leven, kunnen ze de motivatie vergroten, de uitval drastisch verminderen én studenten een veel betere start geven.

U zegt dat achttienjarigen helemaal niet zo zelfstandig zijn als op hogescholen vaak gedacht wordt. Waar gaat het mis?
‘We behandelen studenten al decennialang alsof ze al volwassen zijn. We denken: ze zijn achttien, ze mogen stemmen en autorijden, dus ze kunnen ook plannen, prioriteiten stellen en zichzelf aansturen. Maar veel van die vaardigheden zijn nog in ontwikkeling tot hun 25ste. Het denken van jongeren is nog fundamenteel anders dan dat van volwassenen.’

Wat betekent dat in de praktijk?
‘Doordat jongeren nog relatief weinig kennis en ervaringen hebben opgedaan zijn ‘kapstokjes’ in het brein nog niet goed gevormd. Er zijn nog te weinig plekken in het brein om kennis op te bergen. Ze hebben minder ervaring, minder taal, minder overzicht. Een 27-jarige laagopgeleide heeft twee keer zoveel woorden als een 15-jarige. Dat verschil heeft grote impact. Je kunt jongeren niet vragen om studieonderwerpen zelfstandig te structureren als ze die nog nauwelijks kunnen overzien en er de woorden niet voor hebben.’

U schrijft dat leren veel breder is dan alleen informatie, kennis, verwerken. Wat missen opleidingen nu?
‘We hebben leren gereduceerd tot iets cognitiefs, vooral met tekst: lezen, samenvatten, toetsen. Terwijl jongeren óók leren via beweging, beelden, sociale interactie en door verbeelding: zich dingen voorstellen. Het onderwijs gebruikt maar een klein deel van wat het brein kan. Daardoor sluit het te weinig aan op hoe jongeren werkelijk leren.’

Jelle Jolles over het studentenbrein

Beeld: Paul Disco | Neuropsycholoog Jelle Jolles

‘Aanwezigheid in de eerste tien weken is wél essentieel’

Is er ook niet grote invloed van corona en social media?
‘Ja, de huidige studenten hebben twee cruciale jaren van sociale ontwikkeling gemist. Dat remde hun groei in zelfstandigheid, identiteit en sociale vaardigheden. Veel jongeren zijn daardoor kwetsbaarder, onzekerder of sneller overprikkeld.’

‘En de smartphone zorgt voor een bubbel waarin ze vooral interactie hebben met gelijkgestemden. Dat is geen goede voedingsbodem voor brede ontwikkeling: sociaal en interesse in de wereld.’

Studenten komen ook te weinig naar de hogeschool. Er wordt gedacht aan verplichte aanwezigheid, is dat een goede oplossing?
‘Verplichting werkt maar beperkt, omdat het ervaren wordt als een soort straf, maar niets doet aan de leermotivatie. Maar aanwezigheid in de eerste tien weken ís wél essentieel, omdat je dan de gelegenheid krijgt om als persoon te groeien en zelfinzicht te krijgen. Omdat je dan het gesprek moet voeren over: wie ben jij, waarom doe je deze studie, wat wil je bereiken? Dat gebeurt nu te weinig. Studenten snappen vaak niet echt waarom ze op de hogeschool zijn.’

‘Laat studenten wekelijks in kleine groepen werken aan hun zelfkennis en schrap de eindeloze rubrics’

Hoe ziet een betere start er dan uit?
‘Richt een tweede ‘‘leerlijn’’ in: een vast onderdeel naast de gewone vakken van je opleiding. Laat studenten wekelijks in kleine groepen van vier werken aan hun zelfkennis, taal, denkvaardigheden en sociale vaardigheden. Maak dat de basis van elk eerste jaar.’

Klinkt dit niet te kinderachtig voor hbo-studenten? Veel jongeren haken juist af bij alles wat voelt als ‘mentorles’ of een soort kringgesprek.
‘Ik begrijp dat beeld heel goed, maar dat is níét wat ik bedoel. Dit is geen zachte praatgroep en ook geen herhaling van middelbare schoolbegeleiding. Het gaat juist om volwassen denkvaardigheden: argumenteren, verbanden leggen, wereldkennis opbouwen, kritisch kijken naar je eigen aanpak. Jongeren leren dat niet vanzelf — ze hebben er begeleiding bij nodig. Niet omdat ze dom zijn, ze hebben er alleen nog weinig ervaring mee. Ze hebben nog te weinig taal, en daardoor is hun denkproces nog niet volledig uitgerijpt. Taal is het voertuig van het denken.’

Waarom juist in groepjes van vier?
‘Omdat niemand zich dan kan verstoppen. In zo’n kleine groep moet je praten, luisteren, argumenteren, samenwerken. En je leert hoe anderen het aanpakken, welke strategieën ze hanteren voor het leren. Dat helpt enorm om je eigen aanpak te verbeteren. En het is veel effectiever dan grote projectgroepen waarin de helft niet meedoet.’

U zegt dat jongeren meer wereldkennis nodig hebben. Waarom hoort dat voor u in het hbo?
‘Veel jongeren weten nog erg weinig over maatschappelijke thema’s: politiek, cultuur, ongelijkheid, diversiteit. En ook over emoties en bedoelingen van andere mensen. Terwijl dat allemaal nodig is om verbanden te leggen tussen je opleiding en het werk in de samenleving waarvoor je wordt opgeleid. Zonder dat inzicht voelt een studie al snel losgezongen van de werkelijkheid.’

Is er ook iets dat het hbo direct kan schrappen?
‘De eindeloze beoordelingslijsten en rubrics; ze zijn te abstract en helpen de student niet om hun leergedrag aan te passen. Studenten lezen dat niet. Wat wél werkt: docenten die feedback geven en helder uitleggen waarom een opdracht een 6 of een 8 is, wat er goed ging en wat beter kan, en welke opties er zijn om dat aan te pakken. Gebruik cijfers niet als een strikt oordeel, maar als hulpmiddel, als spiegel. Dat helpt studenten om zichzelf en de eigen aanpak beter te begrijpen en als dat nodig is een andere aanpak te nemen.’

‘Toegenomen prestatiedruk ontstaat door onzekerheid: studenten weten niet wat er van hen verwacht wordt’

Veel studenten ervaren prestatiedruk, terwijl de eisen niet per se zwaarder zijn dan vroeger. Waar komt die druk vandaan?
‘Uit onzekerheid. Jongeren, ook studenten op een hogeschool, weten vaak niet wat er precies van hen verwacht wordt. Onzekerheid is slopender dan de studie zelf. Als je snapt waarom je iets moet doen en hoe het bijdraagt aan je toekomst, daalt de stress enorm.’

Wat vraagt dit van docenten?
‘Docenten moeten méér zijn dan kennisoverdragers: ze zijn ook coach, inspirator en adviseur. Zij zijn een gids, iemand die ondersteunt, richting geeft en inspireert. Juist in de propedeuse heb je zulke mensen nodig. Laat daar de beste docent lesgeven, niet degene die toevallig vrij is.’

Kan meer sturing door docenten eigenlijk wel samengaan met keuzevrijheid, flexibiliteit en zelfregie?
‘Absoluut. Studenten hebben vrijheid nodig – maar wel binnen duidelijke kaders. Vrijheid werkt alleen als je je veilig voelt, als je weet waar je staat en iemand hebt die je ziet. Dat noem ik: vrijheid in geborgenheid. De docent verschaft de voorwaarden die nodig zijn om jongeren zelfstandig te laten worden.’

Lees ook

Deel dit verhaal op je socials:

Geplaatst door

Ik ben hoofdredacteur van HvanA. Heb je nieuws over de HvA, wil je wat kwijt of gewoon even bijpraten: mail gerust naar paul@hvana.nl