‘Pas op met wat je zegt, voor je het weet staat de taalpolitie op de stoep’
HvanA
Jacob Eikelboom
Docent Jacob Eikelboom schrijft elke twee weken een column over het verwarrende leven op en rond de hogeschool. Deze week leest hij de nieuwe taalgids van het ministerie van onderwijs, waarin staat wat je wel en niet mag zeggen. ‘Op de HvA doen we dit ook: de kerstvakantie heet nu wintervakantie.’
Leuk, er was weer eens ophef over taal. Deze keer over een taalgids met richtlijnen voor inclusief taalgebruik, opgesteld voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Een groot deel van de Tweede Kamer heeft geen behoefte aan die taalgids en ook de staatssecretaris vindt de gids overbodig. ‘Ambtenaren van OCW zijn professioneel genoeg om zonder deze lijst zorgvuldig, gelijkwaardig en begrijpelijk te communiceren’, zei ze in het debat.
Dat vertrouwen in de taalvaardigheid van de bewindspersoon siert haar. Maar is die gids echt zo onnodig? Is die 40.000 euro weggegooid geld of kan ik er misschien nog iets mee in mijn schrijfonderwijs?
De gelekte inhoud bestaat uit een hoop tips die overkomen als open deuren. ‘Beste lezers’ in plaats van ‘Beste dames en heren’, die kennen we al uit 2007 toen de NS Beste reizigers als neutrale aanspreekvorm invoerde.
Mijn gedachten gaan uit naar lezers die laaggeletterd zijn, sorry: basisgeletterd
Je krijgt in de gids honderden fomuleertips die gekoppeld zijn aan specifieke identiteitskenmerken (gender, afkomst, kleur, leeftijd, geloof, seksuele voorkeuren, fysieke, mentale, financiële en maatschappelijke omstandigheden, zijn we nu echt niemand vergeten?), maar ook tips hoe je zo genuanceerd en volledig mogelijk formuleert. In plaats van ‘buitenlandse studenten’ adviseert de gids ‘internationale studenten die naar Nederland komen om een bachelor- of masterdiploma te behalen’ te gebruiken.
Mijn gedachten gaan uit naar lezers die laaggeletterd zijn, sorry, basisgeletterd of lezers met een extra ondersteuningsbehoefte. Ik vind de gids een staaltje van dwingende en wereldvreemde arrogantie. De regels zijn betuttelend en de hoeveelheid tips voor elke specifieke doelgroep zijn oneindig. Voor je het weet staat de morele taalpolitie op de stoep.
Daarnaast vraagt deze nieuwe manier van schrijven ook veel van de lezer, de burger. Om alles te snappen wat in de gids staat, heb je brede kennis van de wereld, kennis van taal en ervaring in lezen nodig. Het vergroot eerder de kloof tussen overheid en burger, dan dat die kleiner wordt, wat een doel is van de gids. Als deze richtlijn daadwerkelijk wordt ingezet, dan kan er direct een nieuwe taalgids aan worden toegevoegd over helder, leesbaar en toegankelijk formuleren.
Potten en flikkers spraken elkaar vroeger aan als potten en flikkers
Iets anders wat mij opviel in de taalgids is de talige worsteling tussen inclusief en neutraal taalgebruik. Die twee botsen namelijk nogal eens. Het gebruik van timmermens of menskracht (tips uit de taalgids) is genderneutraal. Timmerman en timmervrouw zijn genderinclusief, maar worden afgeraden door de gids. Middel en doel lopen nogal eens door elkaar in de gids. Wil je dat het timmervak gemengder wordt? Zeg dat dan en noem wat je zoekt. We zoeken timmervrouwen, timmermannen en andere timmerkrachten. Hoe beter de lezer zich herkent, hoe meer die zich aangesproken voelt.
Op de HvA hadden we ook zo’n neutrale uitglijder. Bij mijn faculteit FMR heet de kerstvakantie sinds vorig jaar wintervakantie. ‘Dat hebben we geleerd op een HvA-cursus over inclusief taalgebruik’, biechtte één van de bedenkers van het nietszeggende gedrocht mij een keer op. Een goedbedoelde poging om inclusief te zijn die uitmondt in iets waar niemand een beeld bij heeft. Een iftar op de HvA noem je toch ook niet een sunset diner? Op de HvA kan je alles vieren, een kerstvakantie, een iftar, een seider, een bevrijdingsmaal, Noeroez, Keti Koti: dat is inclusief.
Ondertussen is één doel van de taalgids wel behaald: nadenken over de kracht van taal. Jij en ik zijn nu bezig met nadenken over taal, hoe je lezers betrekt of juist van je vervreemdt. Natuurlijk zijn er veel geslaagde voorbeelden te noemen die wel werken. Zo hebben wij op de HvA een ombudsfunctionaris en de eerdergenoemde bewindspersoon klinkt best oké, toch?
Ik kwam laatst een nieuwsbrief tegen van niet eens heel lang geleden waarin de lezers worden aangesproken met potten en flikkers, als potten en flikkers onder elkaar. Diezelfde zender van deze nieuwsbrief spreekt mij nu aan met lhbtiq+’er. Taal als de spiegel van de tijd. Voor die reis door de tijd heb ik echter geen gids met dwingende regels nodig. Daar komen we samen wel uit.
Meer columns lezen van Jacob? Je vind ze hier allemaal verzameld.
Deel dit verhaal op je socials
Geplaatst door
Jacob Eikelboom is naast overtuigd twijfelaar ook docent bij de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening. Elke twee weken schrijft hij een column voor HvanA over het verwarrende leven op en rond de hogeschool.

