Op kamers gaan is iets beter te betalen, maar zie er maar één te vinden

september 3, 2026
Beeld:

HvanA

Het kamertekort blijft 'onverminderd groot'

Geplaatst door
Benne van de Woestijne
Op
03 september 2026

Niet op kamers wonen tijdens je studietijd? Dat wordt almaar normaler. Dat blijkt opnieuw uit de jaarlijkse cijfers over studentenhuisvesting. Ondanks alle nieuwbouw én de net iets ruimere portemonnee van studenten, blijft het erg moeilijk om een kamer te vinden in de grote stad.

Het tekort aan kamers blijft ‘onverminderd’ groot. Dat schrijft Kences, het kenniscentrum voor studentenhuisvesting over de nieuwste cijfers. Ieder jaar laat Kences door ABF Research onderzoeken hoe het staat met de beschikbaarheid van kamers en de zoektocht van studenten, een zoektocht die de afgelopen jaren steeds hopelozer lijkt te zijn geworden.

Het verhaal is bekend. Nederland komt tienduizenden kamers tekort, studenten wonen steeds vaker thuis, reizen steeds langer voor hun opleiding. Naar eigen zeggen zijn studenten vandaag de dag gemiddeld vijf maanden op zoek naar een eigen plek – als ze al op zoek zijn. Door de hoge prijs en alle moeite die er bij het vinden van een kamer komt kijken, laten studenten het er steeds vaker bij zitten.

Woningbouwcorporaties ‘maken hun beloftes waar’, vindt Kences. Maar ze kunnen niet tegen alle verkoop in bouwen

Inmiddels wil minder dan de helft van de studenten nog op kamers (48 procent). Kences schreef vorig jaar al over deze ontwikkeling. Studenten passen hun verwachtingen aan de markt aan, hebben het geld niet of vinden het dat niet waard. Meer dan de helft van de hbo-studenten doorloopt vandaag de dag de hele opleiding zonder uit huis te gaan, noteerde het CBS eerder dit jaar.

20.000
In de nieuwste editie van de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting noemt Kences een tekort van ruim 20.000 kamers. Dat cijfer had nog dramatischer kunnen uitvallen, maar omdat het aantal studenten afneemt, is het tekort aan kamers ook net wat kleiner geworden.

Aan het aantal nieuwbouwprojecten ligt het niet, zou je zeggen. Woningbouwverenigingen leveren elk jaar zo’n 5.000 woonruimtes op en ‘maken daarmee hun beloftes waar’, vindt Kences. Maar zoals Rome niet in één dag werd gebouwd, heb je een tekort van tienduizenden kamers ook niet zomaar weggewerkt. Zeker omdat het niet alleen draait om bouwen.

De portemonnee is iets ruimer, maar studenten wonen niet vaker op kamers

Wat de ambities met name in de weg zit, is dat huisbazen sinds 2024 in groten getale hun woningen zijn gaan verkopen. Vooral in Amsterdam gebeurt dit massaal. Vorig jaar verdwenen er ruim 2.000 van dit soort kamers in de stad. In heel Nederland zijn, sinds 2024, maar liefst 32.000 studenten minder een kamer bij een huisbaas gaan huren, rapporteert Kences.

Woningbouwverenigingen vangen dat voor een deel op. Op zich geen slechte ontwikkeling: wie bij een corporatie huurt, is niet de dupe van de woekerprijzen op de vrije markt (zie kader). Maar het kamertekort zelf wordt er niet kleiner op. Zelfs als alle huidige bouwplannen de komende tijd doorgaan, zit Nederland over een paar jaar nog steeds met een tekort van 15, 20, mogelijk 35 duizend woningen, voorspelt Kences. Zolang huisbazen hun woningen verkopen, wordt de groei van het aantal woningen ‘volledig tenietgedaan’.

Oplossingen
Kences drong er vorig jaar nog op aan om ‘woningdelen’ makkelijker te maken. Daar wordt werk van gemaakt, al is het nog niet duidelijk hoeveel kamers dit precies oplevert. Dit jaar stelt kersvers Kences-directeur Reijnder Jan Spits voor om de winstbelasting voor woningbouwverenigingen af te schaffen. Dat zou ‘15 tot 25 duizend woningen kunnen opleveren’, denkt Spits.

Vrijwel altijd te duur
Onderzoeksprogramma Argos toonde deze zomer aan hoe vaak kamers te duur worden aangeboden. Het onderzocht de prijzen van studentenkamers in Nederland en vergeleek die met de wettelijk toegestane huurprijs. Zes op de tien kamers is te duur, zo blijkt.

Gemiddeld vragen verhuurders van te dure kamers 239 euro te veel. In Amsterdam is het helemaal uit de hand gelopen: daar is vrijwel elke kamer te duur (97 procent). Gemeenten grijpen niet in, ook omdat huurders vaak geen klachten indienen.

Opvallend is dat hij ongemoeid laat wat voor woningen er precies voor studenten bij moeten komen. De afgelopen jaren maakte Kences er nog een punt van dat studenten steeds vaker in hun uppie in een studio wonen, in plaats van samen op kamers met gemeenschappelijke ruimtes. Zo’n eenzame woonsituatie was niet goed voor hun mentale welzijn, luidde het. Dit jaar rept Kences hier niet over en lijkt de nadruk weer te liggen op bouwen, bouwen, bouwen.

Meer huurtoeslag
Positief eindigen dan maar: het huren van een kamer lijkt wel iets goedkoper te zijn geworden. Vorig jaar waren studenten gemiddeld 610 euro kwijt per maand, dit jaar noteert Kences een bedrag van 590 euro. De reden daarvoor is dat studenten vaker en al vóór hun 21e huurtoeslag kunnen aanvragen, als ze een zelfstandige woning huren. Dat dempt uiteindelijk de kosten.

Ook hebben studenten dit jaar iets meer ruimte in de portemonnee gekregen. Uitwonende studenten kregen in een jaar tijd bijna 5 procent meer te besteden. Maar thuiswonende studenten gingen er nog meer op vooruit. Als de portemonnee steeds vaker leidend is bij jongeren, en geld belangrijker dan gezelligheid, zoals soms wordt beweerd, nee: dan loont het inderdaad niet om het ouderlijk nest te verlaten.

Deel dit verhaal op je socials:

[molongui_author_box]