‘Homohaat is er nog altijd, van mijn studenten hoor ik de ergste verhalen’
Christa Romp
Suzanne Okkes
Nieuws, memes, viral TikTok-trends? De wereld van haar studenten gaat razendsnel, weet Suzanne Okkes. Maar soms lijkt alles ook weer een stap terug te gaan. Zo ziet ze dat mensen om haar heen nog altijd met homohaat te maken hebben. ‘Ik voel het optimisme dat ik vroeger had niet meer zo.’
In het Stedelijk Museum staat sinds kort een tijdmachine: je kunt er zó het Amsterdamse uitgaansleven van de jaren 80 instappen, via de Erwin Olaf-tentoonstelling. Zijn werk uit die periode knált je tegemoet.
Misschien omdat de eighties mijn vormende jaren waren, maar ik kreeg er zwaar heimwee van. De speelsheid en openheid waarmee seksualiteit in al z’n vormen werd gevierd, de vrolijke lichamelijkheid, de outfits, de glittermake-up, veren, leer, latex, de uitbundigheid, en vooral de roep om vrijheid van en voor iedereen die een beetje buiten ‘de norm’ valt.
En ik ben zeker niet de enige die warmloopt voor die tijd. Dat zie je bijvoorbeeld aan de populariteit van de jaren 80-avonden bij Paradiso, mijn favoriete clubavonden, waar alle generaties door elkaar dansen. Ik kom er geregeld studenten van me tegen, collega’s van alle leeftijden, zelfs mijn eigen kinderen met hun vriendengroep. Ze dragen Prince-shirts, kleden zich als de jonge Madonna en zingen de teksten van Kate Bush en Duran Duran woordelijk mee. Wat bezielt ze om de hele avond los te gaan op de muziek van hun ouders? Ik vroeg het eens aan een groepje dat zich helemaal uitleefde op Take On Me. Dansten ze ironisch? “Nee, we vinden het echt mooi,” lachten ze.
Ik voel het optimisme dat ik vroeger had over emancipatie helaas niet meer zo
De revival van de jaren 80 is al een jaar of tien gaande, aangejaagd door series als Sex Education met z’n eighties-esthetiek en vooral de Netflix-hit Stranger Things. Het laatste seizoen kwam onlangs uit en de hele wereld keek mee. Slim van de makers om de serie in de jeugd van Gen X te plaatsen: voor tieners en twintigers een ontspannend uitstapje naar een andere wereld, voor meekijkende ouders een warm bad van herkenning.
Een van de belangrijke plotpunten in Stranger Things loopt over een aantal seizoenen: de coming-out van Will Byers. Dat Will op jongens valt, is tot op dat moment een groot geheim voor zijn vrienden en familie. De serie koppelt er een mooie metafoor aan: zodra Will accepteert wie hij is, komen ook zijn paranormale gaven tot bloei.
In de échte jaren 80, op de middelbare school in Lelystad, had ik één vriend die homo was: Matthias. Althans, hij was de enige van wie ik ‘het’ wist. Ik vond het vooral eervol dat hij me in vertrouwen had genomen – ik stond er nog niet zo bij stil hoe moeilijk en eenzaam het voor hem misschien was om zo’n groot geheim mee te dragen. Op school dachten mensen dat we verliefd op elkaar waren. Vonden wij grappig. Nee, wij gingen samen naar leuke jongens kijken bij de Free Record Shop in het mythische Amsterdam. En we snakten naar de tijd dat we van school zouden zijn, zodat we ergens anders konden uitgaan dan bij de Polder-Inn in Harderwijk.
In de eerste jaren van mijn studie ging er inderdaad een wereld voor me open; niet alleen voor mij, het leek alsof de hele wereld openging. Door de open sfeer op de universiteit, een diverse vriendenkring en de vrijheid van het studentenleven, leefde bij mij het gevoel dat homohaat, racisme en seksisme ouderwetse dingen waren. Dat we dat allemaal achter ons lieten, dat discriminatie het nieuwe millennium niet zou binnendringen. Dat optimisme zag ik ineens weer terug in de foto’s van Erwin Olaf.
En dáár zit mijn nostalgie. Niet in de jaren 80 zelf, maar in de overtuiging dat alles beter zou worden.
Bij de oprichting van HvA Pride gingen er stemmen op dat het niet zo nodig was. Nou, het is kéíhard nodig
Ik voel dat jammer genoeg niet meer zo. Sterker nog: ik ben ongeduldig aan het worden. Homohaat is er nog altijd, en het lijkt eerder meer dan minder. Erwin Olaf vertelt in een buitengewoon schrijnend tv-fragment uit 2023 over een taxichauffeur die hem bijna aanrijdt op het zebrapad. ‘Homo’s hebben geen voorrang’, bijt de chauffeur hem toe. Olaf deed aangifte; het voorval maakte hem niet angstig, maar superstrijdbaar: ‘Nee. Dit ga ik niet laten gebeuren.’ Die kracht en dat vuur zijn geweldig om te zien, maar wát een treurigheid dat zulke dingen nog steeds gebeuren.
Want van mijn studenten en in de docentenkamer hoor ik geregeld verdrietige en woestmakende verhalen. Uitgestoten worden door je familie vanwege je geaardheid. Uitgescholden worden als je met je geliefde hand in hand loopt. Een pestverleden meedragen, omdat je niet in de norm past. Zoveel jaren na Will en Matthias moeten mensen zich nog steeds verstoppen. Dat Grote Geheim is niet iets van lang geleden, het is de harde realiteit dat lhbti’ers het ook vandaag extra lastig hebben, alleen maar vanwege hun geaardheid of genderidentiteit.
Bij de oprichting van HvA Pride in 2018 gingen er stemmen op dat het niet zo nodig was, een apart clubje voor lhbti’ers. We hebben toch allemaal gelijke rechten? En ja, bij wet heeft iedereen gelijke rechten; je mag trouwen met wie je wilt, maar als je vervolgens niet veilig samen over straat kunt, ben je er nog steeds niet.
HvA Pride is keihard nodig. Voor studenten, voor medewerkers, voor de hele hogeschool. Ik heb niet de illusie dat vroeger alles beter was, maar ik verlang wel terug naar het optimisme van toen. En ik verlang vooruit naar een tijd waarin iedereen écht vrij en veilig zichzelf kan zijn.
Deel dit verhaal op je socials:
Geplaatst door

Suzanne Okkes
Suzanne Okkes is al meer dan tien jaar docent bij de opleidingen Communicatie en Creative Business (CO+CB). Ze is dol op schrijven, popular culture, media - eigenlijk alles wat met beeld en geluid te maken heeft. Voor HvanA schrijft ze elke twee weken een column over haar ervaringen als mediadocent.
