‘Deze column is een ode aan mijn mannelijke studenten’
HvanA
Jacob Eikelboom
Docent Jacob Eikelboom schrijft elke twee weken een column over het verwarrende leven op en rond de hogeschool. Deze week las hij dat er in het onderwijs zorgen zijn over mannen. ‘Natuurlijk ken ik ook van die eikels, maar de manosfeer is een frame dat te vaak niet klopt.’
Deze columns is een ode aan mijn mannelijke studenten. De jonge mannen die ik in mijn klassen heb zijn sociaal, nieuwsgierig, grappig, samenwerkend, uitdagend, betrokken en soms wat onhandig en kort door de bocht. Ik ben over het algemeen dol op ze.
Menig collega denkt daar anders over, zo moet een onderzoek van School & Veiligheid ons doen geloven. Jongens zijn de lul, ook in het onderwijs. Ze worden weggezet als seksistisch, discriminerend, grof en ongemanierd. Bijna tachtig procent van de onderwijsprofessionals in dat onderzoek (daarover later meer) vindt jongens die zich laten inspireren door mannelijke influencers uit de manosfeer een bedreiging voor sociale veiligheid, zowel voor meiden als voor docenten.
Natuurlijk ken ik ook van die eikels, Andrew Tate-zielenpieten, opgeblazen mannetjes met issues. En ja, de invloed van allerlei conservatieve opvattingen online is enorm. Ik ken echter ook de vrouwelijke variant, de betweterige zeur die iedereen de les leest. Ook die laat zich online beïnvloeden door waanbeelden die andersdenkenden uitsluiten en veroordelen. Beide vind ik ze oervervelend en idiote karikaturen. Het verschil is dat alleen de jongens van nu worden overladen met berichten hoe vreselijk en bedreigend ze wel niet zijn. Daarom breek ik een lans voor hen. De manosfeer is een frame dat te vaak niet klopt.
Die onhandigheid, eerlijkheid en humor is nu net wat ik zo waardeer aan mijn mannelijke studenten
Je bent zelf een man, hoor ik je denken. Klopt, maar ik voldoe niet aan het beeld van de manosfere man. Ik ben te liberaal, te veel een vrijdenker en homo. Op papier zouden de jonge mannen in mijn klas een afkeer van mijn doen en denken moeten hebben, maar het tegenovergestelde is waar.
Mijn studenten zijn eerlijk, ze delen hun twijfels, angsten en hun geluk. Tegelijk zijn ze enorm streetwise, hebben praatjes, zijn bezig met imposant uiterlijk vertoon, hebben vaak een migratieachtergrond en een conservatief-religieuze opvoeding gehad. Ik denk dat menig wereldvreemd Trouw- en NRC-lezer de manosfeerkriebels van mijn jongens krijgt. Donder op met je angsten en oordelen.
Kort door bocht, hè? Precies. Dat is meteen het probleem van deze tijd. Je woordkeuze moet je uren afwegen, gevoelige thema’s moet je mijden, spannend is het modewoord en humor lijkt uit de samenleving verdwenen. Die onhandigheid, eerlijkheid en humor is nu net wat ik zo waardeer aan mijn mannelijke studenten. Jongens zijn vaak een verademing tussen al die saaiheid van niets meer durven zeggen enerzijds en de betuttelende wijsvingertjes anderzijds.
Ik ben meer dan een homo, net zoals jij meer dan een heteroman bent
Toen ik laatst het onderwerp manosfeer besprak met een klas, zei een student: ‘U bent een normale homo, niet zo’n transformer of hoe dat heet.’ ‘Ik ben precies zo, zoals die transformers’ zei ik tegen de student. Alleen ben ik meer dan een homo. Dat is maar een klein stukje van wie ik ben. Net als jij. Jij bent ook meer dan een heteroman. En ik denk dat wij meer op elkaar lijken dan je op het eerste oog zou zeggen. Laat je niet in een hokje duwen, niet door manfluencers, niet door red pill goeroes en niet door hun critici.
Nog even over dat onderzoek, dat een deel van mijn studenten stigmatiseert. Een kleine zoektocht leert dat er honderdduizenden onderwijsprofessionals werken in het vo, po en mbo. De vragenlijst voor dit onderzoek is op eigen initiatief ingevuld door 487 onderwijsprofessionals. Voor mij is deze publicatie vooral te gebruiken als lesmateriaal over de betrouwbaarheid van onderzoeken en over het klakkeloos nakakelen van saaie meningen.
Deel dit verhaal op je socials
Jacob Eikelboom is naast overtuigd twijfelaar ook docent bij de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening. Elke twee weken schrijft hij een column voor HvanA over het verwarrende leven op en rond de hogeschool.

