Nederlands leren in het Taalcafé: ‘Mooi om zoveel mensen te leren kennen’

november 19, 2024
Beeld:

Nina Bakker

Obaid en Robiel bij het Taalcafé

Geplaatst door
Nina Bakker
Op
19 november 2024

Hoe begin je met studeren als je net in Nederland woont? In het maandelijkse Taalcafé bij cultureel platform Floor, leren toekomstige studenten uit het buitenland Nederlands. Hoe gaat dat eraan toe? ‘Ik kan niet wachten om eindelijk te kunnen werken.’

Terwijl het buiten donker wordt, brandt er nog licht in het Taalcafé. Chips staat op tafel, kaarsen zijn aangestoken en door de zaal klinkt geroezemoes: overal worden drukke gesprekken gevoerd. Aan een tafel zitten klasgenoten Robiel Abrhale (19) en Obaid Rehman (20).

Robiel komt uit Eritrea, is nu vijf jaar in Nederland, woont in Alkmaar en wil volgend jaar Software Engineering studeren aan de HvA. Obaid is ruim twee jaar geleden vanuit Pakistan naar Nederland gekomen. Hij woont in Oosthuizen en wil automonteur of tandheelkundige worden.

Naar de Huurcommissie stappen loont dus meestal: uitspraken die de commissie doet, zijn namelijk bindend. Als je als huurder in het gelijk wordt gesteld, kun je vervolgens van de verhuurder eisen om het teveel betaalde geld terug te vragen. Soms moeten verhuurders daardoor duizenden euro’s terugbetalen aan hun huurders én de huur fors verlagen.

Taalschakeltraject
Bij het Taalschakeltraject van de HvA kunnen aankomende studenten uit het buitenland terecht om in te burgeren en zich voor te bereiden op studeren in Nederland. Je leert in maximaal twee jaar Nederlands van taalniveau 0 naar B2+ en Engels van A1 naar B1. Daarnaast leer je bijvoorbeeld ook in groepen te werken en krijg je nog vakken als wiskunde en geschiedenis.

Leerlingen van dit Taalschakeltraject worden uitgenodigd voor het Taalcafé in Floor.


Beeld: Nina Bakker | Obaid Rehman

‘Ik woonde namelijk met mijn familie in een hotel in Amsterdam, omdat er geen woningen beschikbaar waren. We konden niks. We hadden geen werk, geen geld om iets te ondernemen en er was geen kans om taalles te volgen. Het enige wat we deden was eten en slapen. Nu woon ik in een klein dorp met mijn vader, moeder, broertje en twee zussen.’

‘We waren naar Nederland gekomen, omdat we moesten vluchten voor de Taliban. Ik heb af en toe contact met mijn neefjes, die nog in Pakistan zijn. Niet vaak, want het internet is heel duur. Ik hoop ze wel ooit weer te zien hier in Nederland. Hoe mijn toekomst eruit ziet, weet ik niet. Maar hier in Nederland kan ik niet wachten om een studie af te maken en eindelijk te beginnen met werken.’

‘Het is mooi om zoveel mensen te leren kennen, meestal praat ik over studeren aan de HvA’

Robiel: ‘Toen ik hier op mijn veertiende kwam, zat ik in een taalklas op de middelbare school en leerde ik Nederlands. Het is best een moeilijke taal, vooral het accent met de harde ‘g’ en de grammatica. Als je jong bent, pik je het makkelijker op.’


Beeld: Nina Bakker | Robiel Abrhale

‘Nu leer ik in het Taalcafé nog meer. Meestal praat ik bij deze gesprekken over studeren aan de HvA. Omdat ik dat volgend jaar ga doen, wil ik er van alles over weten. De vorige keer sprak ik met een meneer van vijftig, hij werkte zelf twintig jaar als software engineer. Hij gaf me handige tips. Ik vind het mooi om zoveel mensen te leren kennen.’

‘Thuis woon ik met mijn moeder, twee zusjes en broertje. Mijn zusje van drie en broertje van vijf weten niets van Eritrea, zij zijn hier geboren. Ik heb alles in Eritrea verlaten, dat was moeilijk. Maar mijn vrienden wonen ook verspreid over de wereld. Inmiddels heb ik hier Nederlandse, Somalische en Surinaamse vrienden gemaakt, via het voetbal. Ook kan ik hier werken. In Eritrea mag dat niet op je achttiende. Als je je schoolexamen niet haalt, moet je verplicht het leger in.’

Een tafel verder zit Giulietta Sipos (22). Ze is geboren en getogen Amsterdammer en is derdejaars Communication en Multimedia Design (CMD). Als ‘taalbuddy’ helpt zij de buitenlandse jongeren met het leren van Nederlands door met ze in gesprek te gaan.

‘Mijn moeder is Italiaans en kwam vijfentwintig jaar geleden naar Nederland. Zelf ben ik tweetalig opgevoed: thuis aan tafel spreken we altijd Italiaans. Mijn moeder leerde Nederlands via verschillende taalcursussen. Nu kan ze het redelijk, al oefent ze niet veel, waardoor veel kennis weer wegvalt. Ik zie dus van dichtbij hoe belangrijk het is om vaak te oefenen.’

‘Ik vind het leuk om verschillende talen te oefenen. In mijn vrije tijd leer ik Frans. Het zou wel tof zijn om Franstalige mensen te ontmoeten, zodat ik mijn Frans in de praktijk kan brengen. Mijn vriendengroep bestaat eigenlijk allemaal uit Nederlands sprekende mensen. Ik zou dat graag willen uitbreiden met mensen uit het buitenland, om meer culturen te leren kennen.’

‘Ik vind het fijn om mensen te helpen in het Taalcafé. Omdat ik zelf ook een taal aan het leren ben, snap ik hoe fijn het is om met iemand te kunnen oefenen.


Beeld: Nina Bakker | Giulietta Sipos

Er liggen vaak lijstjes klaar met vragen, maar ik vind het leuk om daarvan af te wijken en spontane gesprekken te voeren. Ik probeer mijn gesprekspartners veel te laten praten, het is goed dat ze ook gewoon fouten durven te maken. Zo leer je het snelst. Het is bijzonder om te horen hoe ze de switch hebben gemaakt van hun eigen land naar Nederland, en te zien hoeveel moeite ze doen om deze moeilijke taal te leren. Soms valt er een stilte, dan is het aan mij om weer met een leuke vraag te komen.’

‘Ik kan het iedereen aanraden taalbuddy te worden. Ik heb ook geprobeerd studiegenoten over te halen, maar iedereen heeft het druk de laatste tijd. Terwijl je eigenlijk gewoon even een uurtje een praatje maakt in het Nederlands. Dat kan je toch wel?’

Ook eens naar het Taalcafé? Check hier de volgende editie.

Geplaatst door

Nina Bakker

Redacteur bij HvanA. Ik duik graag in nieuws en achtergrondverhalen rondom de Hogeschool van Amsterdam. Heb je een tip of wil je eens in gesprek? Mail naar nina@hvana.nl.