‘Meneer, heeft u enig idee waar lokaal 4.124 is?’
Christa Romp
Naïm Asbaâ
Een nieuw studiejaar, een nieuwe campus. Naïm Asbaâ is deze zomer met Bedrijfskunde verhuisd naar de businesscampus in Zuid-Oost. ‘De toegangspas werkt niet en de printer is nog niet aangesloten: we zijn allemaal nog onze weg aan het vinden.’
Een groepje studenten kijkt me vragend aan. Ik weet het ook niet, maar besluit met ze mee te lopen. Vijf minuten lang zoeken we naar lokaal 4.124. We bekijken de nummers op de deuren, proberen de logica van de verdieping te begrijpen en belanden uiteindelijk bij de plattegrond.
Daar ontdekken we het probleem: lokaal 4.124 bestaat helemaal niet. In de e-mail van hun docent blijkt een typefout te staan. Ze moeten in 4.024 zijn.
De eerste dagen in het Corry Tendeloohuis zie ik meer van zulke zoektochten. Eerstejaarsstudenten lopen door de gangen met hun telefoon in de hand, kijken naar lokaalnummers en komen soms te laat een les binnen. Mijn eerste gedachte zou gemakkelijk kunnen zijn: had je maar beter op je rooster moeten kijken. Alleen weet ik inmiddels wel beter. Zelf zijn wij als docenten ook vaak nog aan het zoeken.
En ineens blijkt dat ergens lesgeven iets anders is dan er daadwerkelijk werken
Bedrijfskunde gaf in de propedeuse al les in het Corry Tendeloohuis, maar sinds deze zomer zijn we volledig verhuisd van de Amstelcampus. En ineens blijkt dat ergens lesgeven iets anders is dan er daadwerkelijk werken. Mijn toegangspas geeft me nog geen toegang tot de kamer van de studieadviseurs. Sommige collega’s kunnen de docentenkamer niet in. De printer op de vierde verdieping is nog niet aangesloten. We pakken dozen uit, vragen nieuwe kluisjes aan en proberen te begrijpen hoe de even en oneven lokaalnummers over de verdieping zijn verdeeld. Docenten staan voor plattegronden omdat ook zij niet altijd precies weten waar hun lokaal is. En tussendoor probeer ik uit te zoeken waar de studentendecanen tegenwoordig zitten.
Kortom: we zijn allemaal onze weg aan het vinden.
Ja, misschien heeft die student slecht gepland. Of misschien zoekt hij gewoon nog steeds naar 4.124
Toch is er een verschil. Wanneer een docent verkeerd loopt, noemen we dat wennen. Wanneer een student te laat binnenkomt omdat hij zijn lokaal niet kon vinden, zijn we sneller geneigd het verantwoordelijkheid te noemen. Dat verschil begon me de laatste tijd op te vallen.
Niemand zegt tegen mij dat ik meer eigenaarschap moet tonen omdat mijn toegangspas niet werkt. Niemand noemt een collega onvoldoende zelfstandig omdat die op een plattegrond moet zoeken naar een lokaal. We accepteren dat een nieuwe omgeving tijd nodig heeft om vertrouwd te worden. Waarom verwachten we van eerstejaarsstudenten dan wel iets anders?
Een student die te laat binnenkomt, heeft niet automatisch slecht gepland. Een student die niet weet waar informatie staat, heeft niet per definitie slecht gezocht. En een student die vijf minuten door een gebouw dwaalt, heeft soms gewoon keurig de instructie van zijn docent opgevolgd. Dat laatste weet ik dus uit ervaring.
Over een paar weken kennen we waarschijnlijk de kortste route naar onze lokalen. De dozen zijn uitgepakt, de printer werkt hopelijk naar behoren en ik kan met mijn pas mijn eigen kamer in. Eerstejaarsstudenten lopen dan waarschijnlijk net zo vanzelfsprekend door het gebouw als de rest. Tot die tijd probeer ik iets minder snel te oordelen wanneer een student te laat mijn lokaal binnenloopt. Misschien heeft die student slecht gepland. Of misschien zoekt hij gewoon nog steeds naar 4.124.
Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en vooruit: een beetje idealist. Sinds 2025/26 is hij columnist voor HvanA. Wil je meer columns van hem lezen? Klik hier voor het overzicht.
Deel dit verhaal op je socials:
[molongui_author_box]
