‘Meer studenten willen leerkracht worden, maar waar gaan ze aan de slag?’
Nina Bakker
Naïm Asbaâ
Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist. Afgelopen week zag hij dat meer jongeren kozen voor de pabo. Mooi nieuws in de strijd tegen het lerarentekort, maar juichen doet Naïm nog niet. ‘Gaan ze wel werken op de scholen waar dat het hardst nodig is?’
De Vereniging Hogescholen meldde afgelopen week dat de instroom in de pabo opnieuw flink is gestegen. Ruim zeven procent meer eerstejaars, landelijk meer dan zesduizend nieuwe studenten. Eindelijk een grafiek die omhooggaat in een sector die al jaren wordt geassocieerd met tekorten en noodscenario’s.
Zonder twijfel is dat mooi nieuws. Maar het moment waarop dit nieuws verschijnt, wringt. Want terwijl de instroom stijgt, bevinden hogescholen zich midden in een periode van bezuinigingen. Opleidingen worden aangespoord efficiënter te werken, teams krimpen, tijdelijke contracten staan onder druk. Groei klinkt hoopvol, maar groei kost geld. En dat is er juist minder.
Meer pabostudenten betekent meer onderwijs, meer begeleiding, meer stages, meer toetsing. Dat vraagt om docenten, tijd en aandacht. De vraag is dan ook niet of deze groei wenselijk is, maar of de randvoorwaarden meebewegen. Stelt de HvA extra docenten aan, terwijl de organisatie tegelijkertijd moet inkrimpen? Wat betekent dit concreet voor werkgroepen, stagebezoeken en persoonlijke begeleiding?
In Nieuw-West en Noord is de schoolse praktijk heel wat anders dan het ideaalbeeld uit de studiegids
In Amsterdam krijgt dit vraagstuk nog een extra dimensie. Basisscholen in de stad staan al jaren onder druk, maar dan vooral in wijken waar armoede en complexe thuissituaties samenkomen. Klassen waarin meerdere leerlingen juist extra ondersteuning nodig hebben, op scholen waar het personeelstekort structureel is en de werkdruk hoog. Juist op die plekken zijn goed opgeleide en stevig begeleide leraren essentieel. Leraren die kunnen omgaan met meertaligheid, uiteenlopende ondersteuningsvragen en de sociale realiteit van de stad.
Lang niet alle startende leraren voelen zich daar voldoende op voorbereid. Uit een rapport van de Onderwijsinspectie (2023) bleek dat startende leraren in hun eerste jaren soms zoekende zijn, onder meer op het gebied van verschillende onderwijsbehoeften. Eerder onderzoek van Lisa Gaikhorst en collega’s (2019) laat zien dat de grootstedelijke context om kwaliteiten van leraren vraagt die niet altijd vanzelfsprekend tijdens de opleiding worden ontwikkeld. Hierdoor hebben sommige scholen structureel meer moeite hebben om vacatures te vervullen. Sommige leraren kiezen bewust voor scholen met minder uitdaging. Dat is begrijpelijk, maar het vergroot de ongelijkheid tussen scholen.
Vrienden van mij die in het basisonderwijs werken in Nieuw-West en Noord vertellen hoe anders de praktijk daar is dan het ideaalbeeld uit de studiegids. Een van hen nam vorig jaar een groep over nadat twee collega’s waren uitgevallen. ‘Je wilt er zijn voor elk kind’, zei ze, ‘maar soms ben je vooral brandjes aan het blussen.’ Een ander vertelde dat hij naast lesgeven voortdurend bezig is met oudergesprekken, zorgvragen en het regelen van extra ondersteuning. ‘Het lesgeven zelf is prachtig’, zei hij, ‘maar het systeem eromheen is zwaar.’
De kwaliteit van de opleiding is minstens zo belangrijk als het aantal studenten dat begint
De HvA presenteert zich terecht als grootstedelijke hogeschool: diversiteit en ongelijkheid hoort bij haar identiteit. Maar grootstedelijk onderwijs vraagt meer dan bewustwording en theoretische kaders. Het vraagt oefening, herhaling, intensieve stagebegeleiding en ruimte voor fouten. In een tijd waarin de organisatie moet bezuinigen, is het de vraag of die intensieve begeleiding voldoende geborgd blijft. Juist daar wordt bepaald of een student zich na afstuderen zeker genoeg voelt om ook op de meest uitdagende scholen te blijven.
De stijgende instroom is politiek aantrekkelijk. Zij suggereert dat het beroep weer aan aantrekkingskracht wint en dat het lerarentekort misschien beheersbaar wordt. Maar instroom is slechts het begin. Studenten moeten afstuderen, zich ontwikkelen tot zelfverzekerde professionals en duurzaam inzetbaar blijven in een veeleisende praktijk. Als de omstandigheden waarin zij worden opgeleid onder druk staan, wordt dat kwetsbaar.
Misschien moeten we daarom terughoudend zijn met juichen. Niet omdat het geen goed nieuws is dat meer jongeren kiezen voor het basisonderwijs, maar omdat cijfers zonder context weinig zeggen. In een stad met hardnekkige ongelijkheid is de kwaliteit van de opleiding minstens zo belangrijk als het aantal studenten dat begint. De echte maatstaf is niet hoeveel eerstejaars zich inschrijven. Het is hoeveel goed toegeruste leraren uiteindelijk voor de klas staan, ook op de scholen waar het het hardst nodig is. En of de HvA, juist in tijden van bezuinigingen, de ruimte krijgt om hen daar degelijk op voor te bereiden.
Deel dit verhaal op je socials:
Geplaatst door

Naïm Asbaâ
Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist: onderwijs gaat immers over meer dan het verdienen van je studiepunten. Voor HvanA schrijft hij om de week een column.
