‘We leren bij bestuurskunde veel te weinig over de omgang met AI’

januari 23, 2026
Beeld:

HvanA

ChatGPT

Geplaatst door
Redactie HvanA
Op
23 januari 2026

OPINIE – Steeds meer overheidsorganisaties maken gebruik van artificiële intelligentie. Toch blijft het bij de opleiding Bestuurskunde nog opvallend stil over de impact van deze technologie. Dat is zorgelijk, vindt student Aynur Can (Bestuurskunde). ‘Als we AI niet kritisch leren bevragen, ontstaat het risico op gedachteloos handelen.’

Een maand lang zat ik in Italië met niets anders dan een stapel boeken en mijn aantekeningen. Dat was geen vlucht uit mijn studie, maar een poging om die studie juist beter te begrijpen. In gesprekken met anderen begon zich in Italië een vraag op te dringen die mij sindsdien niet meer loslaat: waarom wordt er binnen mijn opleiding nauwelijks gesproken over de algoritmes die steeds vaker het werk van ambtenaren bepalen?

Als student bij Bestuurskunde leer ik hoe beleid tot stand komt, hoe bestuurlijke processen verlopen en hoe publieke organisaties zijn ingericht. Maar over de technologieën die dit beleid in toenemende mate mede vormgeven – algoritmes, automatische classificatiesystemen en generatieve AI – blijft het opvallend stil.

Dat is opmerkelijk, want het gebruik van AI binnen het openbaar bestuur groeit snel. De Overheidsbrede Monitor Generatieve AI 2025 identificeert inmiddels 81 toepassingen van generatieve AI bij Nederlandse overheden, waarvan een groot deel bij gemeenten. Het gaat om systemen voor tekstverwerking, dossiervorming, beleidsanalyse, risicoselectie: toepassingen die mede bepalen welke burgers of dossiers extra aandacht krijgen.

Algoritmes lijken objectief, maar sturen keuzes, prioriteiten en aandacht

Veel van deze systemen worden niet alleen via formele trajecten ingezet, maar ook op initiatief van ambtenaren zelf. Dat gebeurt vaak zonder duidelijke kaders, zonder scholing en (belangrijker nog) zonder voldoende inzicht in wat deze systemen precies doen. Uit dezelfde monitor blijkt bovendien dat bij meer dan de helft van de toepassingen onduidelijk is in welke risicocategorie zij vallen of er een impacttoets is uitgevoerd. Dit wijst op een structureel gebrek aan transparantie en gedeelde normen rondom het gebruik van AI in het openbaar bestuur.

Om te begrijpen wat hier op een dieper niveau gebeurt, helpt het denken van de filosoof Michel Foucault. In het boek Discipline, toezicht en straf laat hij zien hoe macht niet alleen werkt via zichtbare besluiten of hiërarchische bevelen, maar juist via alledaagse systemen, routines en praktijken die als neutraal of technisch worden gepresenteerd. Precies zulke systemen sturen het handelen binnen instituties, vaak zonder dat betrokkenen zich daar expliciet van bewust zijn.

Algoritmes functioneren op vergelijkbare wijze: ze lijken objectief, maar sturen keuzes, prioriteiten en aandacht. Iedereen herinnert zich de Toeslagenaffaire, waarbij de Belastingdienst een systeem gebruikte dat bepaalde welke dossiers voor controle werden geselecteerd.

Het negeren van deze dynamiek is niet neutraal. Het heeft gevolgen. Want zonder inzicht en zonder ruimte om kritisch te bevragen wat begrippen als ‘efficiëntie’ of ‘objectiviteit’ in de praktijk betekenen, ontstaat het risico op gedachteloos handelen. De filosoof Hannah Arendt noemde dit de banaliteit van het kwaad. Kwaad kan ontstaan zonder ideologie of kwaadaardige intenties, maar door het routinematig volgen van procedures zonder nog te vragen wat men eigenlijk doet. Wanneer toekomstige ambtenaren leren om beslissingen te legitimeren met “het systeem zegt het”, zonder het systeem te begrijpen of te bevragen, ontstaat precies dat risico: niet omdat mensen onwelwillend zijn, maar omdat systemen het steeds eenvoudiger maken om verantwoordelijkheid uit handen te geven.

Ambtenaren worstelen nu al met algoritmes. Waar blijft de kritische reflectie binnen onze opleiding?

Als studenten bestuurskunde worden we voorbereid op het openbaar bestuur van morgen. Maar wie bereidt ons voor op deze nieuwe vorm van onzichtbare sturing? Wat als de systemen waarmee wij straks werken impliciet keuzes maken die we niet herkennen als keuzes? En als zelfs zittende ambtenaren vandaag al worstelen met het interpreteren van algoritmische uitkomsten, waar blijft dan de kritische reflectie binnen onze opleiding?

Die reflectieruimte vond ik pas echt toen ik mijn opleiding bestuurskunde begon te bekijken vanuit het perspectief van mijn minor filosofie aan de HvA. Daar werd mijn manier van denken niet afgeremd, maar juist aangescherpt. Filosofie bood taal en kaders om vragen te stellen over macht, verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid en om die vragen te verbinden aan concrete maatschappelijke ontwikkelingen. Door filosofische theorieën toe te passen op actuele vraagstukken leerde ik dat kritisch denken geen vrijblijvende extra is, maar een noodzakelijke vaardigheid voor publieke professionals.

Binnen bestuurskunde had ik bij opdrachten regelmatig het gevoel dat verder denken werd ontmoedigd: dat analyse moest stoppen bij wat praktisch uitvoerbaar was. Terwijl de minor liet zien dat diepere vragen geen vertraging veroorzaken, maar inzicht opleveren. Dat verschil maakte voor mij duidelijk wat er binnen de opleiding bestuurskunde nog ontbreekt.

De overheid verandert, en daarmee verandert ook het werk van de ambtenaar. Dat vraagt om een onderwijspraktijk die meebeweegt. Daarom pleit ik voor structurele aandacht binnen bestuurskunde voor bewustzijn van de rol en impact van AI in het openbaar bestuur. Niet in de vorm van technische modules, maar als ruimte voor kritische reflectie: leren bevragen hoe algoritmes werken, welke aannames erin zijn ingebouwd en wat hun invloed is op besluitvorming en burgers. Die reflectie begint bij dialoog tussen studenten en docenten, maar ook met ambtenaren die dagelijks met deze systemen werken. Hoe ervaren zij deze technologie in de praktijk? Welke vragen kunnen zij stellen, en welke niet?

Het vermogen om niet gedachteloos te handelen is altijd een kernvaardigheid van het ambt geweest. In een tijd waarin algoritmes steeds vaker richting geven aan het bestuur, wordt dat vermogen urgenter dan ooit.

Deze opinie werd geschreven door Aynur Can, student aan de HvA-opleiding Bestuurskunde.

Deel dit verhaal op je socials

Lees ook
Website |  + posts