De lerarenopleidingen verliezen studenten en geld, hoe nu verder? ‘Het is alle zeilen bijzetten’
Benne van de Woestijne
Sander Nieuwland, decaan van O&O
Duizend studenten minder in vijf jaar tijd: bij de tweedegraads lerarenopleidingen, waar de HvA studenten opleidt als docent voor middelbare scholen en mbo, lijkt de instroom te kelderen. Om het financieel te bolwerken moeten de opleidingen stevig bezuinigen, legt decaan Sander Nieuwland uit. ‘We mogen het lerarentekort niet nog groter laten worden.’
‘Als een student langskomt op onze open dag, waarom zou je dan niet net zo goed proberen de ouders van die student voor het vak warm te maken, als ze hier binnenlopen?’
Hij lijkt het gekscherend te bedoelen. Maar Sander Nieuwland, decaan van de Faculteit Onderwijs & Opvoeding, meent wat hij zegt. ‘Het is niet dat we mensen flyers in het gezicht gaan drukken, maar als je hier in het Kohnstammhuis binnenkomt, zou de inspiratie voor het vak je bij de keel moeten grijpen.’
Het tekent de opdracht die Nieuwland en zijn collega’s zich hebben voorgenomen. Zij willen zo veel mogelijk mensen geïnspireerd krijgen voor het onderwijs. Maar hoe gaan ze dat de komende tijd voor elkaar krijgen? Terwijl scholen nog altijd kampen met een lerarentekort, blijft het aantal studenten bij de tweedegraads lerarenopleidingen maar teruglopen. Financieel krijgen de opleidingen het niet meer rond. Er moeten keuzes worden gemaakt, en stevige ook.
Het idee is nu dat opleidingen zoals Leraar Duits en Leraar Wiskunde nog meer met elkaar samen komen te werken op de HvA. Ook wil de faculteit dat minder studenten te lang over hun opleiding doen: de zogeheten langstudeerders. Op zijn kantoor in het Kohnstammhuis geeft de decaan tekst en uitleg over wat dit allemaal betekent, voor student, opleiding en sector. ‘De bottom line is dat we creatief moeten zijn.’
In vijf jaar tijd is het aantal studenten bij de opleidingen teruggelopen met 31 procent. Dat klinkt giga.
‘Ja. Tegelijk is het misschien goed om te zeggen dat het een beetje is hoe je ernaar kijkt. Tussen 2005 en 2008 hadden we bijvoorbeeld minder studenten dan nu. Je kunt ook zeggen: nog altijd hebben 2.500 studenten bij ons de keuze gemaakt om het verschil te maken als docent in het vo of mbo. En er zijn steeds meer zij-instromers bijgekomen.’
Maar vijf jaar geleden waren het er nog 3.500.
‘Zeker. Het is een forse terugval die de komende tijd veel van onze organisatie en mensen vraagt. Ik zeg het alleen wel om de boel enigszins in perspectief te plaatsen. De golfbeweging van studentaantallen zie je in het onderwijs wel vaker.’

Beeld: Benne van de Woestijne | FOO-decaan Sander Nieuwland
De golf gaat niet de goede kant op. De verwachting bij jullie is dat het aantal studenten de komende tijd nog verder afneemt. Wat is er aan de hand, willen steeds minder jongeren leraar worden?
‘Er is niet één specifieke oorzaak. Feit is dat alle hbo’s in Nederland hiermee te maken hebben, en dat zit hem in verschillende factoren. Demografie, bijvoorbeeld: minder mensen zijn geboren, dus wordt de groep jongeren waaruit wij putten ook kleiner. Het imago van de leraar speelt soms ook een rol, al doet iedereen hard zijn best dat beeld bij te stellen.’
‘De realiteit is dat de lerarenopleidingen al jaren met enorme tekorten te maken hebben’
‘Financieel komen wij mede hierdoor niet uit. De realiteit is dat we al jaren met enorme tekorten te maken hebben. De HvA heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd om alles goed in de lucht te houden. Zo heeft de hogeschool in 2024 nog vier miljoen euro extra gestoken in de lerarenopleidingen. Maar op een gegeven moment zijn de noodgrepen op.’
Het voelt wrang – gezien het lerarentekort op middelbare scholen – dat de HvA juist op deze opleidingen moet bezuinigen. Wat gaat er nu gebeuren?
‘Het is onze ambitie om het aanbod in stand te houden. Dat betekent dus dat er voorlopig geen opleidingen verdwijnen. Dat doen we omdat we vinden dat wij als hogeschool de verantwoordelijkheid hebben voor de hele regio om leraren Duits, economie, aardrijkskunde, enzovoort te blijven opleiden.’
‘Maar de kosten moeten wel naar beneden. In het plan zoals we dat nu voor ogen hebben gaan de drie verschillende clusters die we nu hebben voor de lerarenopleidingen, dus de clusters Talen, Maatschappijvakken, Exact en beroepsonderwijs, richting één organisatie.’
Leraar Duits en leraar economie zijn heel verschillende vakken. Gaat dat wel samen?
‘Wij denken dat het kan. De vakspecifieke kennis blijft in de teams zitten, dat verdwijnt niet ineens. We willen het alleen efficiënter organiseren. Laat trouwens duidelijk zijn dat dit allemaal nog niet is besloten of definitief is: we zitten nog steeds in de planfase.’
Nu al zitten studenten Duits, Frans en Engels bij elkaar in de klas. Gaat dat straks nog meer gebeuren met andere vakken?
‘Die kans is aanwezig. Bij de generieke vakken – die elke leraar moet beheersen – zullen ze vaker met elkaar les volgen, in grotere klassen van rond de dertig studenten.’
Lerarentekort
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap schat dat er een tekort van zo’n 2.200 fulltimebanen (fte) is in het voortgezet onderwijs, ten opzichte van 1.000 fte in het mbo. Op basisscholen zijn de tekorten nog stukken groter.
Wel is het lerarentekort de afgelopen jaren een stuk kleiner geworden, zowel op basis- als middelbare scholen. Een van de redenen daarvoor is dat er nu steeds meer ‘routes’ zijn naar het lerarenschap: hogescholen proberen zo veel mogelijk mensen, zo goed en snel mogelijk op te leiden.
Toch is de verwachting niet dat het er de komende jaren beter op wordt, zeker gezien steeds minder studenten zich aanmelden voor een lerarenopleiding. Vooral voor de bètavakken wiskunde, natuurkunde, scheikunde, informatica, alsook de talen Nederlands, Duits, Frans blijft het lastig om leraren te vinden.
‘Voltijd- en deeltijdstudenten zullen misschien ook vaker bij elkaar in de klas zitten. Bij de specifiekere vakken, voor jouw route als leraar Duits of wiskunde bijvoorbeeld, volg je dan weer lessen in iets kleinere groepen. Ik denk dat studenten er uiteindelijk niet veel van gaan merken. We bereiden ze in zekere zin voor op de realiteit van een school, waar ze als docenten van verschillende disciplines ook nauw met elkaar samenwerken.’
‘Hogescholen zijn er nu verantwoordelijk voor dat de student de opleiding afmaakt, maar deelt het werkveld die verantwoordelijkheid niet ook?’
Hoe landt dit besluit bij medewerkers?
‘Daar leven natuurlijk zorgen. Hoe gaan we dit doen in alle drukte die er nu al is? Het woord reorganisatie hangt ook in de lucht. Dat geeft onrust, dat snap ik heel goed. Samen met de opleidingsmanagers moet ik mensen daarin zo goed mogelijk meenemen en tegelijkertijd benadrukken, dat we nog niet alles weten.’
U wilt ook wat doen aan het aantal langstudeerders, die de faculteit geld ‘kosten.’ In de plannen komen opties voorbij als verplichte aanwezigheid, of een extra toetskans als je de herkansing al gefaald hebt. Hoe zorgt u dat het niet ‘te soepel’ wordt?
‘We moeten altijd aan de kwaliteitseisen voldoen. Dat staat buiten kijf. Ik maak mij er verder ook geen zorgen over dat de kwaliteit van ons onderwijs in gevaar komt. Het niveau is voldoende geborgd, ook omdat studenten allerlei kennistoetsen moeten maken.’
Maar studenten moeten wel ‘makkelijker’ door de opleiding heenkomen?
‘Waar het om gaat is dat we een groeiende groep langstudeerders hebben. Vaak zijn dat studenten die al tijdens hun opleiding gevraagd worden om ergens voor de klas te staan. De zogeheten ‘‘groenpluk’’. Met als gevolg dat ze lessen missen bij onze opleidingen, of die soms niet eens meer afmaken. Wij willen hier meer tegen doen. Ik zou hierin nog intensiever willen optrekken met de Amsterdamse onderwijsregio, waarmee we al uitstekend samenwerken.’
‘Hogescholen en scholen hebben hetzelfde doel: het lerarentekort terugdringen’
Hoe ziet u dat voor zich?
‘Dan kan je het hebben over zogeheten “tripartite” overeenkomsten. Waarbij niet alleen wij verantwoordelijk zijn voor het afmaken van de opleiding van de student, maar ook het werkveld, de scholen dus, hier een gedeelde verantwoordelijkheid in dragen. Dit type overeenkomsten is er al voor zij-instromers.’
‘We hebben immers hetzelfde doel: het lerarentekort terugdringen. Ik gun het iedereen op scholen om eens uit die drukte te komen. Wat wij binnen in onze invloedssfeer kunnen doen om dit mogelijk te maken, moeten we dan ook aangrijpen. De bottom line is dat er veel creativiteit in de sector wordt gevraagd.’
Over invloedssferen gesproken. Wat kunnen wij nog opschrijven om mensen warm te maken voor het onderwijs?
‘Het is natuurlijk een beetje een open deur, maar leraar zijn is uiteindelijk het belangrijkste beroep ter wereld. Je helpt jonge mensen direct om mee te doen in een niet eenvoudige wereld. Wij leiden de mensen op die dat verschil gaan maken. Wat ik graag zou willen is dat mensen dat ervaren, meteen als ze het Kohnstammhuis binnenlopen. Die liefde voor het onderwijs.’
Deel dit verhaal op je socials:
[molongui_author_box]
