Van lab naar veld: HvA onderzoekt kruisbandblessures in het vrouwenvoetbal

juli 9, 2026
Beeld:

Kevin van Leeuwen

Voetbalsters spelen de bal rond tijdens een rondo

Geplaatst door
Basia Elting
Op
09 juli 2026

Kruisbandblessures behoren tot de ingrijpendste blessures in het vrouwenvoetbal. Ze komen drie tot vijf keer vaker voor dan in het mannenvoetbal. Met PlaySafe onderzoekt de HvA hoe clubs dat risico beter kunnen inschatten: niet in het lab, maar met camera’s op het veld. 

Een kruisband scheurt niet in een testopstelling. Dat is de gedachte achter PlaySafe. De band helpt de knie stabiel te houden, maar kan scheuren wanneer een speelster plots afremt, draait of verkeerd landt. Dus halen HvA-onderzoekers het blessureonderzoek uit het lab, naar de plek waar speelsters echt voetballen.

Dat doen ze tijdens de rondo, vaste prik op veel voetbaltrainingen. Speelsters vormen een cirkel en tikken de bal snel rond. Eén speelster jaagt in het midden. Ze zakt door haar knieën, remt af en draait terug om de bal te onderscheppen. Haar been schiet uit. Te laat: de bal is alweer door.

Voor haar is het een warming-up, voor het onderzoeksteam van PlaySafe een meetmoment. Camera’s rond de cirkel volgen de speelster in het midden. Ze leggen vast wat normaal in een oogwenk voorbij is: hoe haar knie buigt, hoe haar voet landt, hoe haar lichaam afremt en weer versnelt.

Kruisbandblessures in het vrouwenvoetbal
Maar het onderzoek gaat verder dan videobeelden. Software en kunstmatige intelligentie zetten de opnames om in een 3D-skeletmodel, zegt Nils Jongerius hoofddocent Fysiotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam en hoofdonderzoeker van PlaySafe. ‘Daarin zien we hoe een knie buigt, hoe een voet landt en hoe een speelster van richting verandert terwijl ze voetbalt.’

Die gewone trainingssituatie is belangrijk, zegt Jongerius. In een lab kunnen onderzoekers bewegingen wel nauwkeurig meten, maar het blijft een kunstmatige omgeving. ‘Een voetbalster weet dat ze wordt getest en voert meestal een vooraf afgesproken beweging uit.’

Beeld: Kevin van Leeuwen | Hoofdonderzoeker Nils Jongerius

‘Sommige speelsters keren nooit meer terug op hun oude niveau’

Op het veld is dat anders. Daar reageert ze op de bal, op haar medespeelsters, op de ruimte die opengaat en weer sluit. Daar, midden in het spel, ontstaan de bewegingen die het risico kunnen vergroten.

Hogere belasting
Waarom vrouwen zoveel vaker hun kruisband scheuren, heeft niet één oorzaak. Anatomie speelt mee, net als hormonen, spierkracht, belasting en trainingsopbouw. Ook de snelle ontwikkeling van het vrouwenvoetbal heeft volgens Jongerius invloed. ‘Er wordt intensiever getraind, vaker gespeeld en de belasting ligt hoger dan toen veel speelsters begonnen.’

Beeld: Kevin van Leeuwen | Camera’s van PlaySafe volgen de speelster in het midden van de rondo.

De gevolgen zijn groot. Een kruisbandblessure is niet de meest voorkomende voetbalblessure, zegt Jongerius, maar wel een van de ingrijpendste.  ‘Wie haar voorste kruisband scheurt, is vaak negen maanden tot een jaar bezig met revalideren. Sommige speelsters keren nooit meer terug op hun oude niveau.’

En wie terugkeert, is niet automatisch van het risico af: ongeveer één op de vijf speelsters scheurt na terugkeer opnieuw een kruisband, dezelfde of die van het andere been.

Wat hebben clubs eraan?
PlaySafe ging in november 2024 van start. Jongerius en zijn collega’s wilden toen vooral weten of het technisch mogelijk was om bewegingsdata op het veld te verzamelen, zonder speelsters vol te hangen met sensoren of ze naar een lab te halen. Een seizoen lang volgden ze zo’n 270 speelsters bij meerdere betaaldvoetbalorganisaties.

Inmiddels is duidelijk dat meten op het veld kan, zegt Jongerius. Daarmee verschuift de vraag: niet langer óf de onderzoekers deze bewegingen kunnen vastleggen, maar wat clubs eraan hebben.

Na de zomer start daarom het vervolgproject PlaySafe: FieldLab. Sparta Rotterdam was een van de clubs die meededen aan het eerste PlaySafe-onderzoek; vanuit die deelname ontstond de samenwerking voor dit vervolg. Daarin onderzoekt de HvA hoe de methode een vaste plek kan krijgen in de dagelijkse praktijk van een club.

Stel: een speelster komt terug van een kruisbandblessure. Ze heeft maanden gerevalideerd, voelt zich goed en wil weer minuten maken. De data kan dan extra informatie geven. Beweegt ze weer zoals voorheen? Of zijn er patronen zichtbaar die op extra risico kunnen wijzen?

‘We zien hoe een knie buigt, hoe een voet landt’

Daarbij draait het niet alleen om wát de camera’s meten, maar ook om wanneer die informatie beschikbaar is. Als een trainer op vrijdag de opstelling maakt en donderdag de laatste training is, moet een analyse snel genoeg terug zijn. Anders blijft het interessante wetenschap, maar heeft de staf er in de praktijk weinig aan.

‘Eerst kwamen wij data verzamelen,’ zegt Jongerius. ‘Nu draaien we het om: wanneer heeft een club welke informatie nodig?’

Geen glazen bol
PlaySafe geeft geen simpel antwoord op de vraag of een speelster kan spelen. De 3D-beelden voorspellen niet wie haar kruisband zal scheuren; daarvoor is het risico te complex. Slaap, stress, spierkracht, eerdere belasting, de menstruatiecyclus en het wedstrijdschema kunnen allemaal meespelen.

De data die we verzamelen is eigenlijk één stukje van de puzzel, zegt Jongerius. ‘De uiteindelijke beslissing of een speelster kan trainen of spelen, blijft bij de medische staf en het begeleidingsteam.’

Toch kan dat puzzelstuk waardevol zijn. Een club wil niet alleen weten of een speelster pijnvrij is of genoeg kracht heeft, maar ook hoe ze beweegt wanneer ze weer écht voetbalt: hoe ze afremt, draait, landt of reageert op een bal die anders wordt gespeeld dan verwacht. Uiteindelijk moet PlaySafe uitgroeien tot een methode waarmee trainers, fysiotherapeuten en coaches de bewegingskwaliteit van speelsters door het seizoen heen volgen, om veranderingen eerder te zien en op tijd bij te sturen.

Van camerabeeld naar 3D-model
Voor de speelsters zelf is de techniek nauwelijks merkbaar. Ze dragen geen sensoren of markers. Camera’s filmen hun bewegingen vanuit meerdere hoeken, terwijl de training gewoon doorgaat.

Dat is praktisch. Sensoren plakken kost tijd en is op een voetbalveld onhandig, zegt Jongerius. ‘Ze kunnen loslaten zodra iemand tegen een bal trapt. Met camera’s gaat het sneller.’

Beeld: Kevin van Leeuwen | Jongerius en zijn team kijken naar de ontwikkelde 3D-beelden.

Volgens hem kan het onderzoeksteam in tien tot vijftien minuten de bewegingen van een heel team vastleggen. Daarna trainen de speelsters gewoon verder.

De 3D-beelden laten niet letterlijk zien hoeveel kracht er op de kruisband komt. Ze maken vooral zichtbaar hoe een speelster beweegt, en of daarin patronen zitten die met een verhoogd risico kunnen samenhangen.

Begin 2027 gaan de onderzoekers weer het veld op

Studenten langs de lijn
Het onderzoek komt uit het lectoraat Fysiotherapie, Bewegen naar Preventieve Zorg van de HvA. Ook studenten zijn erbij betrokken: van Fysiotherapie en van de master Performance, Sport en Health. Zij helpen mee met het testen van de methode, het verzamelen van data en het analyseren van de resultaten. Voor hen is het een kans om fysiotherapie buiten de behandelkamer te zien, langs het veld, waar sporters reageren op bal, medespeelsters en ruimte.

De komende periode werkt de HvA met Sparta Rotterdam verder uit hoe PlaySafe in de praktijk gebruikt kan worden. Pas daarna gaan de onderzoekers weer het veld op, waarschijnlijk begin 2027.

Basia Elting
Redacteur | basia@hvana.nl |  + posts