‘In de week van de leescrisis stoppen wij met de boekenclub’
Christa Romp
Suzanne Okkes
Lezen voor de lol, wie doet dat nog? Schermtijd wint het bij steeds meer jongeren van een goed boek, ziet Suzanne. En dat is te merken, ook op de HvA. ‘Jongeren van vijftien die niet kunnen lezen: wie weet zitten ze over twee jaar bij ons op de opleiding. Maar hoe gaan ze hun diploma halen?’
Drama op drama in onderwijsland: niet alleen is Nederland wéér verder gedaald op de ranglijst van het internationale PISA-onderzoek, ook werd deze week bekend dat de CO-CB boekenclub op pauze staat.
Eerst PISA. Hun nieuwe onderzoek laat zien dat 39 procent van de Nederlandse vijftienjarigen onvoldoende kan lezen. Dat percentage was drie jaar geleden, bij de vorige meting, nog zo’n 33 procent. Jongeren van vijftien, dacht ik: wie weet zitten ze over twee jaar bij ons op de opleiding. Maar hoe gaan ze hun diploma halen?
Ik vroeg me af: wat betekent niet voldoende kunnen lezen dan, wanneer ben je laaggeletterd? Kun je dan ondertitels lezen? Kun je een bijsluiter lezen bij medicijnen? Kun je een brief van de gemeente lezen, over je waterschapsbelasting? De Allerhande? De Ontdekking van de Hemel hoeft echt niet meteen, maar als je je post van de bank niet goed kunt lezen, heb je toch een probleem.
Dat ik als kind, als tiener en als student zo graag las, was heus niet omdat ik zo’n bijzonder begaafd wezen was
Dat is inderdaad zo’n beetje wat de onderzoekers van Pisa meten: de mate waarin jongeren met hun leesvaardigheid mee kunnen komen op school en in de maatschappij. Begrijpend lezen dus, een vaardigheid waar volgens verschillende deskundigen veel te veel nadruk op ligt in het Nederlandse onderwijs, de vijand van het leesplezier. Het is inderdaad een gehate term: studenten reageren getergd als ik het ‘signaalwoord’ in m’n les over alinea’s laat vallen. Tegelijkertijd is begrijpend lezen onmisbaar op school: alle vakken worden uiteindelijk in geschreven taal behandeld en getoetst.
Zelf ben ik geen goed voorbeeld van ontlezing of dalende geletterdheid. Er is weinig waar ik zo gelukkig van word als van in bed liggen met een boek. Maar dat ik als kind, als tiener en als student zo graag las, was heus niet omdat ik zo’n bijzonder begaafd wezen was. Er was gewoon minder concurrentie van allerlei andere media. Ik schreef eerder eens over TikTok als boterham met pindakaas die nooit opraakt: voor mij was die boterham vroeger een dik boek. En soms was die gewoon op en was er ook niks op tv. Dan moest ik naar de bibliotheek, of moest ik een boek pakken waar ik eigenlijk niet zo’n zin in had. Zo heb ik heel veel gelezen en daar heel erg van genoten. Ik heb er vast ook wel veel van geleerd, maar dat was niet per se mijn doel.
Mijn leesliefde heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat ik acht jaar lang met mijn geweldig belezen collega Machteld Bijl de CO-CB boekenclub heb begeleid. We hebben in die tijd veel mooie bijeenkomsten gehad. Zoals de bespreking van Het Smelt, ons hoogst beoordeelde boek uit de geschiedenis van de boekenclub, waar we er allemaal een beetje beduusd bijzaten door de beklemming die het verhaal opriep. En die keer dat we De Avonden lazen – over beklemming gesproken: het absolute dieptepunt, iedereen vond het méér dan verschrikkelijk en niet te doen.
Lezen voor de lol verliest het van 101 andere dingen
Die ene heerlijk tegendraadse studente, die haast alle boeken die niet door Stephen King geschreven waren waardeloos vond en een 3 gaf, maar elke keer toch weer meedeed. Die keer dat we de mooie roman Avondmensen van collega Caroline van Keeken lazen en zij bij de bespreking was. En Anya Niewarra, die online de vragen van onze studenten over haar bestseller De Camino beantwoordde. Het was heel vaak prachtig. En soms ook heel frustrerend.
Deze week kondigden Machteld en ik aan dat we de club op pauze zetten: een aantal trouwe leden is gestopt, op stage of afgestudeerd, waardoor ons animo en dat van de kleine overgebleven groep lezers flink is teruggelopen. Twee jaar geleden hadden we twintig leden, nu zijn we vaak maar met vijf (wel een hele fantastische vijf!). Het voelt extra wrang om te stoppen, juist in de week waarin het woord ‘leescrisis’ valt.
Lezen voor de lol verliest het van 101 andere dingen, van schermtijd, van werk, van lezen omdat het moet, om informatie tot je te nemen. Dat het doel ook ontspanning kan zijn, een verhaal tot je nemen helemaal in woorden, tekens op papier zodat jouw hoofd zelf alle plaatjes maakt en je jezelf even vergeet omdat je zo meeleeft met de hoofdpersoon … daarvan lijkt lang niet iedereen overtuigd.
Nee, helaas, ik zal die PISA-scores vast niet ophogen zo vanuit mijn hokje op de zesde verdieping van het Benno Premselahuis. Wat ik wel kan doen, is boekentips delen, naar favoriete verhalen vragen, en af en toe een hartstochtelijke lans breken (hm, kan een lans hartstocht voelen?) voor lezen voor de lol. Want er valt zoveel lol te winnen in een boek.
De wereld van haar studenten gaat razendsnel – mediadocent Suzanne Okkes probeert ’m elke twee weken bij te benen met haar columns. Wil je meer lezen van alles wat ze voor HvanA geschreven heeft? Je vindt de columns hier verzameld.
Deel dit verhaal op je socials:
[molongui_author_box]
