‘Ik zou willen dat de HvA in 2026 wat moediger wordt’

januari 7, 2026
Beeld:

Nina Bakker

Naïm Asbaâ

Geplaatst door
Naïm Asbaâ
Op
07 januari 2026

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist. In zijn eerste column van 2026 wenst hij de HvA wat meer principes en moraliteit toe voor het komende jaar. ‘Maak eens zichtbaar als hogeschool waar je voor staat, toon eens wat moed.’

Januari 2026. De maand van goede voornemens, ongebruikte fitnessabonnementen en notities die beginnen met ‘In het kader van…’. De HvA is weer open, de koffie is weer lauw, en iedereen doet alsof we fris beginnen. Maar onder die frisse start ligt een hardnekkige vraag die zich al een tijd aan me opdringt: zijn we eigenlijk nog aan het leren hoe democratie werkt, of zijn we vooral aan het leren hoe je er netjes omheen praat?

In het afgelopen jaar schreef ik hier over de cultuur van het hoger onderwijs, over lokaal 4.50 waar democratie ineens tastbaar werd, over Gaza en het schrijnende gebrek aan moreel leiderschap, over curlingouders die hun kinderen beschermen tegen het leven, en over studentenverenigingen die tegelijk een risico en een oefenruimte zijn. Ik schreef over het AZC-debat in de tram en over Syrische studenten die ons soms fijner spiegelen dan welke beleidsnota ook. Op het eerste gezicht lijken het losse onderwerpen. In werkelijkheid vertellen ze één verhaal: we zijn steeds beter geworden in organiseren, maar steeds slechter in positioneren.

Zodra een onderwerp te spannend wordt, vervallen we op de hogeschool in procedures

We vergaderen, waarderen, kaderen en monitoren. We houden heisessies, townhall-sessies en feedbackrondes. We hangen posters op met woorden als verbinding, veiligheid en inclusie. Maar zodra het spannend wordt, zodra waarden botsen, zodra morele keuzes onvermijdelijk worden, verschuift het gesprek richting procedures. Dan wordt ongemak iets dat ‘meegewogen’ wordt. Dan wordt verantwoordelijkheid iets dat ‘belegd’ is. En leiderschap een Excel-kolom.

Ondertussen leren studenten vooral één ding: dat onze hogescholen soepel bewegen, maar zelden stelling nemen. Dat is geen klein probleem. Want een hogeschool is geen kennisfabriek. Het is een oefenruimte voor samenleving. Hier leren mensen hoe macht werkt, hoe conflicten worden gevoerd, hoe solidariteit eruitziet, hoe je ergens voor staat zonder elkaar kapot te maken. Of dat zouden ze hier moeten leren. Maar wie leert hen dat, als wij zelf steeds net naast het morele midden gaan staan?

We zagen het bij maatschappelijke spanningen. Bij polarisatie in de maatschappij. Bij de genocide in Gaza, waar hogescholen worstelden met hun morele positie. Bij het zichtbaar worden van rechts-extremisme, met rellen rond AZC’s en openlijke intimidatie van bestuurders en vrijwilligers. Bij Defensie, dat steeds meer ruimte inneemt in het publieke domein en nu ook in het onderwijs. Bij bezuinigingen in het hoger onderwijs, die de werkdruk verhogen en de menselijke maat verder onder druk zetten. Steeds opnieuw was er ‘aandacht voor alle perspectieven’, maar zelden een uitspraak over waarden.

Het is alsof we massaal in een morele wachtkamer zijn gaan zitten, wachtend tot iemand anders het eerste woord durft te zeggen. En ja, ik begrijp dat voorzichtigheid een bestuurlijke deugd is. Een hogeschool is er voor iedereen, en in een gemeenschap van tienduizenden mensen bestaan evenveel opvattingen als roosters. Maar precies daarom ligt er een andere verantwoordelijkheid bij bestuurders dan bij individuele studenten of docenten. Niet om partij te kiezen, maar om waarden te benoemen. Om niet alleen veiligheid te beloven, maar ook rechtvaardigheid te verdedigen. Neutraliteit is geen leeg midden, het ís een positie. En soms is het een gemiste kans.

Als we dan toch gaan bezuinigen, laten we dan ook opnieuw bepalen wat voor hogeschool we willen zijn

Mijn goede voornemen voor 2026 is daarom simpel. Laten we als hogeschoolcommunity dit jaar minder procesmatig en meer principieel worden. Minder voorzichtig en iets moediger. Niet om iedereen te vertegenwoordigen, maar om zichtbaar te maken waar we als publieke kennisinstelling voor staan. Want onderwijs is niet alleen een dienst, het is een morele ruimte. En die vraagt, juist nu, om bestuur dat niet alleen organiseert, maar ook richting durft te geven.

Als we dan toch bezuinigen in het hoger onderwijs, laten we deze pijnlijke herinrichting benutten om opnieuw te bepalen wat voor hogeschool we willen zijn en welke structuur daarbij bij ons past. Dat begint klein. Door niet alleen te vragen hoe iets geregeld wordt, maar ook waarom. Niet alleen wie verantwoordelijk is, maar ook waarvoor. Niet alleen of iets mag, maar ook of het klopt. En als we dan toch bij de koffieautomaat staan, laten we het niet alleen hebben over roosters en deadlines. Laten we het ook hebben over wat voor hogeschool we eigenlijk willen zijn.

Want democratie leer je niet uit een PowerPoint. Die leer je door haar te oefenen. In gesprekken in de kantine. In colleges waar ruimte is voor twijfel. In vergaderingen waar ongemakkelijke vragen niet worden doorgeschoven. Door ruimte te maken voor tegenspraak en morele vragen niet te parkeren maar te benoemen. Door soms wél uit te spreken waar we voor staan. Niet elke dag groots, maar wel elke dag bewust.

Deel dit verhaal op je socials:

Lees ook

Geplaatst door

Naïm Asbaâ

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist: onderwijs gaat immers over meer dan het verdienen van je studiepunten. Voor HvanA schrijft hij om de week een column.