‘Ook in het hbo krijg je steeds vaker met curlingouders te maken’

oktober 1, 2025
Beeld:

Nina Bakker

Naïm Asbaâ

Geplaatst door
Naïm Asbaâ
Op
01 oktober 2025

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist. Voor HvanA schrijft hij om de week een column over de hogeschool die hem dromen én nachtmerries bezorgt. Vandaag gaat het over ouders die alle problemen voor hun kinderen willen oplossen. Curlingouders, nu ook in het hbo.

‘Mijn moeder wil graag een afspraak met u, want ze vindt dat de beoordeling van mijn portfolio niet helemaal eerlijk is.’

Dit soort opmerkingen hoor ik, als docent én studieadviseur, de laatste jaren steeds vaker. Terwijl ik vriendelijk knik, zie ik in gedachten iemand met een bezem driftig het ijs voor de schaatsen van hun kind schoonvegen. Curlingouders. Ze zijn er niet alleen in de basisschooltijd, ze schuiven vrolijk door tot in de collegebanken.

‘Lessen volgen in het Wibauthuis én op de businesscampus, dat is voor een jongen van achttien toch niet te doen?’

Een vader mailde een tijd geleden de opleiding verontwaardigd: zijn zoon moest in het eerste jaar zowel in het Wibauthuis als op de businesscampus in Zuidoost colleges volgen. ‘Dat is toch niet te doen voor een jongen van 18?’ schreef hij. Ik dacht nog: welkom in de echte wereld. Veel studenten reizen dagelijks door half Nederland om hun opleiding te volgen. Maar hier was het idee dat het onderwijs zich moest voegen naar de agenda van deze ouder.

Nog pregnanter wordt het bij de propedeuse. Een moeder belde boos op nadat haar zoon een onvoldoende had gehaald. Niet omdat ze zich zorgen maakte om zijn zelfvertrouwen of welzijn. Nee, het probleem was dat hij de propedeuse dan niet in één keer zou halen en daarmee zijn plan om door te stromen naar de universiteit vertraging opliep. ‘Hij móét dit jaar zijn propedeuse halen, want anders komt hij straks niet op tijd binnen bij de universiteit,’ zei ze. Alsof de hogeschool slechts een tussenstation is, een opstapje dat vooral zo snel mogelijk moet worden afgerond. Het kind zelf leek in dat verhaal vooral een project.

Sinds corona zijn de curlingouders digitaal nog een stap dichterbij gekomen. Ik heb meerdere keren meegemaakt dat ik in een Teams-gesprek met een student zat en opeens een stem vanuit de achtergrond hoorde: ‘Vraag nu maar of je een extra kans krijgt!’ Soms schuift er zelfs een gezicht langs de camera. Dan zit ik dus niet met één gesprekspartner, maar met een duo, al doet de student vaak net alsof er niemand naast hem of haar zit. Het voelt ongemakkelijk, want waar is de ruimte om een eerlijk gesprek te voeren als moeder of vader in de coulissen meeluistert?

Ja, ook tijdens open dagen zijn ze er al. Ouders die met veel overtuiging het gesprek voeren met docenten, terwijl de toekomstige student er wat ongemakkelijk naast staat. Ik herinner me een vader die breed glimlachend zei: ‘Hij is heel goed in economie, dat heeft hij van mij.’ Waarop zijn zoon zachtjes mompelde: ‘Ja, ik denk het wel…’ Het voelt dan alsof het kind sukkelend achter de ambitie van de ouder aanloopt, in plaats van dat het echt gaat over zijn eigen keuze.

Opvallend zijn de grote verschillen tussen studenten: sommigen krijgen totaal geen hulp van hun ouders

Wat me daarbij altijd treft, is het verschil met studenten die niet zo’n curlingouder achter zich hebben. Studenten die de eerste in hun familie zijn die naar het hbo gaan, of die juist hun ouders nauwelijks kunnen uitleggen wat een propedeuse is.

Studenten die naast hun studie twintig uur werken om de huur te kunnen betalen, terwijl anderen zich druk maken over de reistijd tussen het Wibauthuis en Zuidoost. Voor hen is er niemand die de opleiding mailt of belt, niemand die meekijkt op Teams. En toch ploeteren ze door, vaak met meer veerkracht en zelfstandigheid dan de studenten met de gladgestreken ijsbaan. Het maakt de ongelijkheid zichtbaar: sommige studenten hebben een bezem voor zich uit, anderen alleen hun eigen doorzettingsvermogen.

We lachen er in de docentenkamer vaak om. Zoals die keer dat een ouder zei: ‘Maar mijn zoon heeft er zo veel tijd in gestoken, dat moet u toch meewegen.’ Alsof je een marathon wint omdat je heel lang getraind hebt, ook al eindig je als 240e. Humor helpt om de absurditeit te zien. Maar onder de lach zit ook iets zorgelijks: een generatie die nauwelijks leert zelfstandig verantwoordelijkheid te nemen, omdat er altijd iemand klaarstaat met de bezem.

Ik begrijp wel waar het vandaan komt. Studeren is duur, de woningmarkt onbetaalbaar en de druk op jongeren is groot. Ouders willen hun kinderen beschermen en misschien ook hun investering veiligstellen. Maar ergens schuiven we daarmee de volwassenwording op. Waar een twintiger vroeger zelfstandig door de wereld moest, staat er nu nog altijd een ouder op de achtergrond. En geloof me: de werkgever die straks zegt ‘Jouw vader belde net over je jaarverslag’ moet ik nog tegenkomen.

De mooiste gesprekken heb ik met studenten die zeggen: ‘Ik snap waarom ik een onvoldoende heb’

De mooiste gesprekken heb ik met studenten die zelf verantwoordelijkheid nemen. Die zeggen: ‘Ik snap waarom ik een onvoldoende heb, kunt u met mij kijken hoe ik het beter kan doen?’ Dat is de houding die je verder brengt. En dat kan alleen ontstaan als er ruimte is om te struikelen, te twijfelen en te groeien zonder dat iemand anders steeds jouw rugzak voor je draagt.

Dus, beste curlingouders: blijf vooral betrokken, vraag je kinderen hoe het gaat, vier hun successen en troost ze bij tegenslag. Maar durf ook los te laten als je kind in de buurt van de hogeschool komt. Het is ons werk om studenten uit te dagen, niet om het alleen maar makkelijker te maken. Want uiteindelijk, hoe zorgvuldig je ook veegt, schaatsen moeten ze toch echt zelf leren.

Deel dit verhaal op je socials:

Lees ook

Geplaatst door

Naïm Asbaâ

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist: onderwijs gaat immers over meer dan het verdienen van je studiepunten. Voor HvanA schrijft hij om de week een column.