‘Ik begin die spookstudenten steeds beter te begrijpen’
Nina Bakker
Naïm Asbaâ
Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist. Afgelopen jaar leerde hij een aantal spookstudenten kennen: studenten die op papier staan ingeschreven, maar die niet meer naar hun lessen toekomen. ‘Ik weet dat het niet klopt. Maar als ik me uitschrijf, raak ik mijn kamer kwijt.’
We noemen ze spookstudenten. Alsof ze er niet echt zijn, alsof ze verdwijnen zodra je het licht aandoet. Spookstudenten zijn studenten die zich inschrijven en nooit komen opdagen. Die beginnen en stilletjes afhaken, maar wel ingeschreven blijven staan. Op papier bestaan ze nog, in de klas zijn ze er niet.
Het woord suggereert iets ongrijpbaars. Maar hoe meer ik met deze studenten spreek, hoe minder onbegrijpelijk ze worden. ‘Ik weet dat het niet klopt,’ zei een student tijdens een gesprek. ‘Maar als ik me uitschrijf, raak ik mijn kamer kwijt.’ Een ander zei het nog directer: ‘Ik ben eigenlijk al gestopt. Maar uitschrijven voelt duurder dan doorgaan.’
In sommige werkcolleges zie je het meteen: namen op de lijst, stoelen die vanaf het begin leeg blijven
In sommige werkcolleges zie je het meteen: namen op de lijst, stoelen die vanaf het begin leeg blijven. Daar sta je dan als docent, voorbereid op studenten die nooit verschijnen. Tegelijk zijn hun keuzes zelden willekeurig. We doen vaak alsof spookstudenten een individueel probleem zijn, iets dat wijst op gebrek aan motivatie of betrokkenheid. Maar wat als we het omdraaien? Wat als het systeem dit gedrag niet alleen mogelijk maakt, maar zelfs stimuleert?
Stoppen met je studie is in het huidige systeem zelden een keuze die op zichzelf staat. Het betekent vaak direct iets verliezen. De studiefinanciering valt weg, of het recht op een studentenkamer komt onder druk te staan. Het collegegeld is vaak al betaald. En regels en deadlines maken het ingewikkeld om op tijd of zonder gevolgen jezelf uit te schrijven.
‘Ik dacht, ik kijk het nog even aan,’ zei een student die ik sprak. ‘Maar toen ging ik eigenlijk al niet meer naar colleges.’ Het begint zelden met een plan. ‘Ik wilde stoppen,’ zegt een ander. ‘Maar ik wist niet hoe ik dat moest uitleggen. Niet thuis, niet hier. Dus deed ik niks.’ En dat niks wordt vervolgens een status. Ingeschreven, aanwezig in de systemen, afwezig in de praktijk.
Soms schuurt het, want terwijl deze studenten ingeschreven blijven, raken groepen uit balans
Daar zit ook de morele spanning. Maken deze studenten nu misbruik van het systeem? Of zijn ze aan het overleven binnen een systeem dat weinig ruimte laat voor falen zonder directe consequenties? Niet iedereen ervaart die spanning op dezelfde manier. ‘Eerlijk,’ zei een van de studenten, ‘ik zie het ook een beetje als gebruik maken van wat er kan.’ Soms schuurt het. Want terwijl studenten ingeschreven blijven, raken groepen uit balans en komen samenwerkingen in de klas onder druk te staan.
Toch hebben we het minder vaak over de context waarin studenten deze keuze moeten maken. Over een woningmarkt waarin een studentenkamer niet zomaar te vervangen is. Over financiële druk die maakt dat stoppen niet alleen een studiekeuze is, maar een levenskeuze. ‘Als ik stop, verlies ik alles tegelijk,’ zegt een student. ‘Mijn studie, mijn kamer, mijn structuur. Dus blijf ik maar ingeschreven.’
In de gesprekken die ik voer als coach en studieadviseur hoor ik steeds hetzelfde terugkeren. Twijfel. Schaamte. Uitstel. En het gevoel klem te zitten. ‘Ik dacht dat ik de enige was,’ zegt een student. ‘Totdat ik hoorde dat er meer mensen zijn die gewoon niet meer komen.’
We noemen ze spookstudenten, maar misschien is dat precies het probleem. Want spoken hebben geen verhaal. Geen context. Geen reden. Deze studenten wel.
Meer columns lezen van Naïm? Klik hier voor het overzicht.
Deel dit verhaal op je socials:
Geplaatst door

Naïm Asbaâ
Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist: onderwijs gaat immers over meer dan het verdienen van je studiepunten. Voor HvanA schrijft hij om de week een column.
