HvA stijgt op landelijke ranglijst duurzaamheid voor hoger onderwijs
De Hogeschool van Amsterdam staat dit jaar op de vijfde plek in de landelijke SustainaBul: de duurzaamheidsranglijst voor het hoger onderwijs. Dat is een stijging ten opzichte van vorig jaar. De uitslag werd vrijdagmiddag bekendgemaakt tijdens het duurzaamheidsevenement Groene Peper in Den Haag.
‘Dat hadden we niet verwacht, maar is hartstikke mooi nieuws’, reageert Thijs Haverkamp, coördinator van de Green Office (GO HvA). ‘Een mooie erkenning voor hard werk van superveel collega’s. Daar kunnen we, ondanks de verbeterpunten, heel trots op zijn.’
Met een vijfde plaats op de ranglijst staat de HvA weer op het niveau van twee jaar geleden. In 2019 sprak de hogeschool de ambitie uit om de duurzaamste van het land te worden. Deze stijging brengt dat doel een stap dichterbij. Vorig jaar stond de HvA nog op de elfde plaats.
Over de SustainaBul
De SustainaBul is de jaarlijkse ranglijst voor duurzaamheid in het hoger onderwijs, georganiseerd door studentenorganisatie Studenten voor Morgen. Sinds 2012 worden hogescholen en universiteiten beoordeeld op duurzaamheid in onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering. De beoordeling bestaat uit een rubric-score, gevolgd door een feedbackronde waarin instellingen verbeteringen kunnen doorgeven.
Wat gaat goed?
De jury van Studenten voor Morgen prijst de duidelijke visie van de HvA op duurzaamheid. Deze visie is tot stand gekomen in samenwerking tussen studenten, medewerkers, lectoren, decanen en staf, volgens de jury een belangrijke kracht.
Ook de onderwijsaanpak van de HvA scoort punten: door samen te werken met internationale netwerken zoals U!reka, komen studenten in aanraking met actuele duurzaamheidsvraagstukken.
Verder noemt de jury de actieve betrokkenheid van studenten en medewerkers bij duurzaamheidsbeleid een pluspunt. Projecten van GO HvA, initiatieven zoals de DenkTank en diverse campagnes en evenementen dragen hieraan bij. De HvA luistert bovendien serieus naar de feedback van studenten.
Tot slot krijgt – net als vorig jaar – het mobiliteitsbeleid van de HvA lof: de hogeschool heeft duidelijke richtlijnen voor vliegreizen en zet in op deelvervoer.
Wat kan beter?
Toch zijn er ook duidelijke aandachtspunten. Zo is duurzaamheid inmiddels onderdeel van elke onderwijsvernieuwing, maar ontbreekt een compleet overzicht: op welke plek is duurzaamheid al goed geïntegreerd en waar niet? Een concrete tijdlijn en overzicht is nodig om gerichter te kunnen sturen.
Ook op het gebied van energiegebruik is er werk aan de winkel. De HvA wil in 2040 klimaatneutraal zijn, maar een stappenplan met mijlpalen richting dat doel ontbreekt. Ook op het gebied van waterbesparing en biodiversiteit zijn er mooie ambities, maar ook hier geldt dat de uitvoering niet overal zichtbaar is.

Beeld: SustainaBul | Rubric
Een ander hardnekkig punt is het ontbreken van een duidelijk beleid voor duurzaam eten en drinken. Hoewel verduurzaming van het voedselaanbod een veelbesproken onderwerp is op de HvA, wil de hogeschool zich niet committeren aan een volledig plantaardige catering. De doelstelling van vijftig procent plantaardig is een streven, maar monitoring en verdere ambities ontbreken.
Van Hall blijft domineren
Hogescholen en universiteiten zouden volgens de jury van de SustainaBul een voorbeeld mogen nemen aan Hogeschool Van Hall Larenstein, die nu al voor het vijfde jaar op rij de meest duurzame hoger onderwijsinstelling van Nederland is. De tweede plek is naar de Avans Hogeschool gegaan en plek drie naar de Technische Universiteit Eindhoven.
Afgenomen interesse onder studenten
Uit onderzoek van Institutional Research van de HvA, gepubliceerd eind april dit jaar, blijkt dat het thema duurzaamheid voor studenten aan belang verliest. Ze praten er steeds minder over, zowel onderling als met docenten.
