‘HJ was een topdocent: hij weigerde studenten in een donzen bed te leggen’
HvanA
Jacob Eikelboom
Docent Jacob Eikelboom schrijft elke twee weken een column over het verwarrende leven op en rond de hogeschool. Hij opent het jaar met een ode aan zijn oud-collega, die in de kerstvakantie overleed. ‘HJ vond veel van zijn studenten survivors, maar hij was er zelf ook een.’
De dag na kerst overleed HJ. Eigenlijk heette hij Hendrik Jan, maar hij liet zich HJ noemen. Acht jaar lang was hij mijn directe collega. Het voelde als achttien jaar. We deelden meer dan onze liefde voor onderwijs en studenten, en we vonden elkaar in onze hang naar vrijheid, strijd voor eigenheid en behoefte aan hilarisch relativeren. En dat was niet alleen ik, dat waren er velen met mij.
Dat HJ een topdocent was bleek al in zijn eerste jaar als docent. Hij werkte nog geen jaar voor de HvA toen hij door studenten werd verkozen tot docent van het jaar van onze opleiding. Van alle docenten op de HvA werd hij tweede. Zo’n eer behaal je niet met vleierij of zoete praatjes, daar trappen studenten niet in. Je moet doen waarvoor je bent aangenomen: goed lesgeven, kennis van zaken hebben en contact maken. En dat deed HJ.
Toen ik HJ beter leerde kennen, begreep ik dat hij net als zijn studenten een survivor was
In een interview over de docentenprijs zei hij destijds: ‘Op de HvA zitten veel jongeren met een heftig verleden, ze zijn bijvoorbeeld hun land ontvlucht of hebben een moeilijke jeugd gehad. In de klas vertelden deze studenten over hun eigen ervaringen. Ze gaven zich echt bloot, daardoor ontstond er een mooie, warme sfeer. Ik vond het bijzonder te beseffen dat deze studenten een opleiding hebben gekozen waarbij ze de doelgroep gaan helpen waartoe ze vroeger zelf hebben behoord. Ik ben apetrots op ze. Het zijn echte survivors.’
Toen ik HJ beter leerde kennen, wist ik dat hij ook een survivor was. Dat strijden, wat veel van onze studenten moeten doen, was voor hem bekend terrein. Als homoman had hij zich ontworsteld aan god, geboden en morele oordelen en koos hij een eigen levenspad.
Ogenschijnlijk traditioneel, een gezin met man en vier kinderen, maar dat was slechts buitenkant. Hij omarmde het gehuwde gezinsleven en streed tegelijk tegen de burgerlijke vertrutting van de samenleving, tegen toenemend religieus en politiek conservatisme. Little Holland, appte hij een keer als reactie op een kleinburgerlijk incident op het werk. Bitter was hij echter nooit, alles ging met een lach, het liefst een heel harde.
Die blije strijd deelde hij met studenten. Achterover leunen en afwachten kwam in HJ’s vocabulaire niet voor. Dat studenten op nummer 1 stonden, betekende niet dat hij ze in een zoet donzen bedje legde, zonder weerstand. Nee, hij legde de lat hoog en deinsde niet terug voor ongezouten repliek op een gemakzuchtige opmerking of luie vraag. De mentaliteit van blij zijn met een 5,5 was aan hem niet besteed. ‘Als je mij serieus neemt, neem ik jou ook serieus’, hoorde ik hem een keer tegen een student zeggen.
‘Als je mij serieus neemt, neem ik jou ook serieus’, hoorde ik hem eens tegen een student zeggen
Werkdruk leek niet te bestaan bij HJ, werkplezier wel. Waar haal je al die tijd vandaan, vroeg ik hem een keer. Naast zijn goed voorbereide lessen besteedde hij alle tijd aan zijn gezin, ging hij dagelijks naar de sportschool (tenminste, dat zei hij), hield hij alle verjaardagen bij, was op de hoogte van alles wat maatschappelijk en professioneel speelde en was hij actief in allerlei appgroepen. ‘Ik slaap weinig’, was zijn korte uitleg, ‘dan heeft een dag heel veel uur.’
In één van die appgroepen heb ik HJ beter leren kennen. Met vijf homomannen van mijn opleiding deelden we het lief en leed wat mannen samenbindt. Toen ik die appgroep teruglas deze week, las ik poëzie. HJ sprak zich uit over elastisch steunondergoed voor mannen en over arbeidsrechtelijke kwesties, over Anita Meyer en Marjolein Faber, over orgies en kerkbezoeken, over opvoeden en loslaten, over studenten die vrouwenborsten wel seksualiseren en mannenborsten niet, over liefde en over rouw, over nipple bingo, brightspace en natuurlijk over juridische kwesties. ‘Jongens! Artikel E-1 lid 4 onder b en G-2 lid 1 onder 4 CAO Hbo 2020’
Kort na zijn overlijden zag ik een melding op mijn telefoon: een appje van HJ. Het zal toch niet, dat hij ons voor de gek houdt en er stiekem nog is, spookte even door mijn hoofd. Het bleek zijn man, die via de appgroep de rouwkaart deelde. HJ zou er hartelijk om gelachen hebben, de fopperij die helaas geen fopperij bleek.
Ik scrol verder door de oude appjes. Mijn oog valt op een bericht van HJ van 20 juni, een paar jaar terug. ‘God jongens – ik krijg steeds meer behoefte om ooit – als dit allemaal voorbij is – vreselijk dronken te worden met jullie.’
Hendrik-Jan Walrave, 27 november 1964 – 27 december 2025
Deel dit verhaal op je socials
Jacob Eikelboom is naast overtuigd twijfelaar ook docent bij de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening. Elke twee weken schrijft hij een column voor HvanA over het verwarrende leven op en rond de hogeschool.

