‘Echt gelijke kansen zijn er niet in het onderwijs – dat realiseer ik mij nu’

november 19, 2025
Beeld:

Christa Romp

Suzanne Okkes

Geplaatst door
Suzanne Okkes
Op
19 november 2025

Nieuws, memes, viral TikTok-trends? De wereld van haar studenten gaat razendsnel, weet Suzanne Okkes. Maar waar de ene student al een flinke voorsprong heeft aan de start, kampt de ander met financiële stress. ‘Toen ik begon als docent wist ik niet hoe groot dit verschil tussen studenten is.’

Toen ik in 2015 mijn baan kreeg bij Creative Business was ik zó trots dat ik docent mocht zijn. Ik had jaren bij een van de stafafdelingen gewerkt en de overstap gaf me het gevoel dat ik nu pas écht bij de HvA werkte: met studenten, voor de klas! Hoe zouden ze zijn? Natuurlijk wist ik rationeel wel dat ‘de’ student niet bestaat, maar ik had nauwelijks een beeld van hoe groot de onderlinge verschillen zouden zijn. En wat arm en rijk daarbij voor invloed konden hebben.

In de tweede en derde week van het nieuwe schooljaar waren er kennismakingsgesprekken met alle 28 studenten die ik dat jaar ging coachen. Twintig minuten per student, acht of tien op een dag. Slopend, maar ook heel erg leuk: al die mensen en hun verhalen! Ik kwam elke avond overladen met indrukken thuis.

‘Ik kom bij lessen vaak te laat’, zei hij. ‘Omdat ik niet kan slapen’

De meeste verhalen van ‘mijn’ studenten leken op elkaar – vooropleiding, tussenjaar, bijbaantje. Bijna alle eerstejaars woonden nog bij hun ouders. Eén student – een leuke, open, enthousiaste meid met een paardenstaart en een rij oorringetjes – vertelde me dat ze nu nog thuis woonde, maar dat haar ouders net een pand hadden gekocht in de Rivierenbuurt. Daar ging ze binnenkort met haar zus en twee vriendinnen wonen. ‘Ik heb er zoveel zin in’, glunderde ze. ‘Na de verbouwing gaan we erin’. ‘Geweldig zeg!’, zei ik.

Zó, wat een geluk, dacht ik.

Daar was de volgende student al. Een jongen met veel gel in zijn haar, net overhemd, zweem van Axe-deo. Op mijn vragen gaf hij kort, maar beleefd antwoord. Hij vertelde dat hij dertig uur in de week bij de supermarkt werkte. ‘Dat is vrij veel, naast je studie’, zei ik. Hij knikte. ‘Is het mogelijk dat je iets minder gaat werken?’, vroeg ik. ‘Nee, dat gaat niet’, zei hij en hij sloeg zijn ogen neer. Hij sprak er duidelijk niet graag over. Hij bleef het hele gesprek zo: ingetogen, voorkomend, en een beetje op zijn hoede.

Tegen het einde van het gesprek vroeg ik (volgens het lijstje): ‘Zijn er misschien nog andere dingen die ik moet weten, die jouw studie misschien in de weg kunnen staan?’ Weer die verlegen blik. ‘Nou ja, ik kom bij vroege lessen vaak te laat’, zei hij. ‘Omdat ik niet kan slapen.’

Aan alles bij deze student merkte ik: er is daar geen geld, maar wel heel veel stress

Ik wist niet of ik door moest vragen, en terwijl ik me dat zat af te vragen, vertelde hij bij stukjes en beetjes verder. Dat hij met zijn moeder en twee broers in een gehorig huis woonde. Dat hij een slaapkamer deelde met zijn broer, die laat ging slapen. Dat zijn moeder ziek was. Aan alles merkte ik: er is daar geen geld, wel heel veel stress. Wat een klotestart van je studententijd.

Ik voelde me onbeholpen en onmachtig, mijn vragenlijstje en zorgvuldige voorbereiding ten spijt. En de volgende student stond al voor de deur. ‘Vind je het goed om eind van de week een nieuwe afspraak te maken?’, vroeg ik. ‘Dan praten we verder’. Een glimlachje. ‘Ja, dat is goed’, antwoordde hij. ‘Kan het donderdag? Ik moet vrijdagmiddag wat eerder weg voor werk’.

Verdrietig en een beetje verward kwam ik terug in de docentenkamer, waar ik meteen de ervaren wijze collega opzocht. ‘Dat contrast!’, foeterde ik. ‘Het is zo oneerlijk! En die studenten leggen we allemaal langs dezelfde lat!’

‘Klopt’, zei mijn collega-mentor. ‘Dat is zeker oneerlijk. Maar verschillende latten, dat zou óók niet zo eerlijk zijn, toch?’ Nee, dat moest ik wel met haar eens zijn. ‘Wat je wel kunt doen is: een beetje extra op die ene jongen letten. Een afspraak voor hem maken bij de decaan, of hem doorverwijzen naar andere hulp. En neem stroopwafels mee, als je hem op gesprek krijgt’, zei ze.

Dit waren het soort gesprekken en adviezen waar ik als beginner het meeste aan had. Ik moest dat eerste jaar overal aan wennen, en misschien nog wel het meest aan de pijnlijke verhalen van sommige studenten.

Ik voel me vaak onbeholpen met mijn stroopwafels

De hogeschool is de samenleving in het klein: wie tien-nul achterstaat bij binnenkomst, kan hopelijk tijdens de opleiding een beetje inlopen, maar een echt ‘level playing field’ is het niet en zal het ook niet gauw worden. We doen wat we kunnen, maar ik voel me nog vaak genoeg onbeholpen met mijn stroopwafels.

Toch ben ik nog steeds trots. Ik vind het nog altijd fijn om op feestjes aan nieuwe mensen te vertellen wat ik voor werk doe. Zelfs als ze neerbuigend doen – en ja, dat gebeurt soms, omdat bepaalde types denken dat ik schrikbarend weinig verdien. Dat valt ten eerste erg mee, en ten tweede ben ik de afgelopen tien jaar anders gaan kijken naar veel en weinig.

Deel dit verhaal op je socials:

Lees ook
Suzanne Okkes profiel
Suzanne Okkes
Columnist |  + posts

Suzanne Okkes is al meer dan tien jaar docent bij de opleidingen Communicatie en Creative Business (CO+CB). Ze is dol op schrijven, popular culture, media - eigenlijk alles wat met beeld en geluid te maken heeft. Voor HvanA schrijft ze elke twee weken een column over haar ervaringen als mediadocent.