‘Voel je vrij om je uit te spreken, de hogeschool kan wel wat tegengas gebruiken’
HvanA
Jacob Eikelboom
Docent Jacob Eikelboom schrijft elke twee weken een column over het verwarrende leven op en rond de hogeschool. Deze keer vraagt hij zich af waarom hij vaak zo tegendraads is – als mens en op de werkvloer. ‘Maar een gezonde organisatie gedijt wel bij wat tegengas, denk ik.’
Ik heb nogal eens de neiging om tegen de stroom in te gaan. Dat doe ik al sinds ik mij kan heugen en nu ik de vijftig ben gepasseerd doe ik het nog steeds. Ik trek besluiten in twijfel, kom met optie B als iedereen A roept en ik neem niet zomaar iets aan van iemand die invloed of macht heeft.
In al die jaren heb ik regelmatig geprobeerd mee te varen met de stroom en de meerderheid na de mond te praten, maar dat hield ik nooit lang vol. Zwijgen bleek wel een goede optie om niet altijd maar het kritische geluid te zijn. Je houdt namelijk niet iedereen te vriend als je regelmatig een ander geluid laat horen en een conflict is zo geboren.
‘Ik denk dat jouw drang je eigen koers te varen niet door je vader komt, maar door je homo-zijn’, antwoordde ze
Wat meespeelt in mijn tegendraadse neigingen is dat ik niet heel gevoelig ben voor autoriteit of macht, tenzij die autoriteit bestaat uit kennis en talent. Ik dacht lang dat die ongevoeligheid voor macht kwam door mijn vader, die aan het hoofd stond van een groot bedrijf met veel mensen. Voor mij was hij gewoon een vader, die af en toe vervelend was en ook gewoon een scheet liet. Een mens zeg maar. Ik had wel bewondering voor wat hij deed en wie hij was, minder voor zijn positie.
Toen ik een tijdje terug een HvA-collega sprak over omgaan met jezelf als eigengereid mens, vertelde ik haar ook over dat niet-gevoelig zijn voor macht. En dat sommige mensen met macht dat vervelend vinden, dat ik niet automatisch meeveer. Dat dat soms voor conflicten zorgt.
Ook vertelde ik haar dat ik dacht dat dat mede door mijn vader kwam. Zij had een andere analyse. Ik denk dat jouw drang je eigen koers te varen niet door je vader komt, maar door je homo-zijn, zei ze.
Ze zei dat ze het een en ander herkende uit wat ik vertelde. Zelf linkte ze dat aan haar eigen niet-hetero zijn. Als je als eenling opgroeit in een omgeving die anders is, van kind of aan, dan ben je altijd het buitenbeentje. Thuis, op school, op het werk, op sportclubs, overal ben je altijd de ander. Tenminste, zo voelt het.
Regelmatig moedigen collega’s mij aan kritisch te blijven in mijn columns. Bijna altijd doen ze dat discreet
Het is niet zo dat anderen jou per se anders behandelen, het is een gegeven dat je er niet bij hoort, bijna automatisch en vaak onbewust. En als je altijd ergens buiten staat, dan wordt het tegendraadse een tweede natuur. Dat geldt voor veel mensen die structureel afwijken van een norm, of het nu de heteronorm, een gendernorm of een culturele norm is. Ik schreef al eens eerder over het privilege om anders te zijn, maar dat mijn verstorende gedrag ook een bijvangst zou zijn van dat anders zijn, was tot nu toe een blinde vlek.
Onlangs verscheen er een boek over dat afwijken van die heteronorm op het werk, Door het regenboogplafond. Pim Blom beschrijft daarin welke obstakels lhbt’ers ervaren op het werk, maar vooral ook hoe je obstakels weghaalt of overwint. Zijn boodschap: afwijken van de norm hoeft je niet te belemmeren in je professionele succes. geen belemmering te zijn voor professioneel succes. Daarvoor moet de werkomgeving wel ruimte bieden aan andere geluiden en zorgen voor meer diversiteit aan de top.
Een mooie en hoopvolle boodschap. Tegendraads als ik ben, vond ik ook wel iets van deze zoete missie. Zo mis ik de oproep om juist kracht te halen uit dat anders zijn en dat te blijven doen. Ik ken genoeg lhbt’ers of andere ‘minderheden’ die zich volledig aanpassen aan een heteronorm of welke groepsnorm dan ook. Die, zodra ze een positie bereiken, meevaren met de stroom. Het doorbreken van het regenboogplafond is pas stap één, het echte werk, je mond open durven trekken, begint daarna. En dan niet alleen als iemand een zogenaamd grapje maakt over lhbt’ers, maar vooral als iedereen dezelfde kant opkijkt, als zonnebloemen naar de zon. Draai je dan eens om voor een ander perspectief.
In een ongezonde organisatie bejubelt iedereen de kleren van de keizer
Hoe dat op de HvA gaat? Regelmatig krijg ik mailtjes of appjes over mijn columns hier. Collega’s bevestigen mijn soms kritische inhoud en moedigen mij aan door te gaan.
Maar bijna altijd doen ze dat discreet. Soms krijg ik dezelfde boodschap mondeling medegedeeld, op fluistertoon.
Dat discrete en dat fluisteren wekt de indruk dat mensen zich niet vrij voelen zich te uiten. Dat is nergens voor nodig. Een gezonde organisatie is niet bang voor een kritisch geluid of wat tegengas. In een ongezonde omgeving bejubelt iedereen de nieuwe kleren van de keizer. Als niemand de keizer zegt dat die in zijn blote kont loopt, dan loopt niet alleen de keizer, maar lopen we met z’n alles voor gek.
Deel dit verhaal op je socials
Geplaatst door
Jacob Eikelboom is naast overtuigd twijfelaar ook docent bij de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening. Elke twee weken schrijft hij een column voor HvanA over het verwarrende leven op en rond de hogeschool.

