‘Ik dacht altijd dat wij als docenten onze vermoeidheid wel wisten te verbergen’

september 2, 2026
Beeld:

Christa Romp

Suzanne Okkes

Geplaatst door
Suzanne Okkes
Op
02 september 2026

Vlak voor de zomer vertelde een student aan Suzanne dat HvA-docenten best vaak moe lijken. Ergens pijnlijk om te horen, schrijft ze vandaag in haar column. ‘Maar het is wel het eerlijke verhaal. Ook ik ga – na tien jaar lesgeven – telkens behoorlijk vernacheld de zomer in.’

Het was weer zo’n kokendhete, lome dag in een van de laatste weken voor de zomervakantie. Er waren geen lessen meer, de lokalen waren leeg en de koffiecorner was dicht. Ook de meeste collega’s waren thuis aan het werk, waarschijnlijk in hun strandkloffie en met om het uur een raketje. De paar mensen die er wél waren, bogen zich twee aan twee over lijvige portfolio’s en tuurden naar onhandelbare beoordelingsformulieren in excel.

Het was tijd voor de eindassessments.

Ik was ingedeeld met mijn collega, die ik hier Jolanda zal noemen omdat ze zo heet. Het portfolio van de student (die ik hier Sarah zal noemen omdat ze niet zo heet) was in orde. We verwachtten een nette voldoende. Ik kende de student een beetje van de boekenclub die ik jaren heb begeleid: vriendelijke bruine ogen, belangstellend, wat verlegen. Dat was ook de indruk die Jolanda van haar had tijdens de afstudeerfase.

Toen we haar het goede nieuws vertelden, stonden haar vriendelijke bruine ogen ineens vol tranen

Maar de Sarah die we tegenover ons kregen in het assessment was vanaf het eerste moment een verrassing. Sarah was duidelijk heel goed voorbereid, kon haar werkproces en haar studieloopbaan enorm goed toelichten en vertelde heel kalm en zelfverzekerd over alles wat ze tijdens en naast de studie had gedaan. Niet alleen de boekenclub, maar ook verschillende cursussen bij Crea, een extra minor, en creatieve hobby’s als fotografie.

Het gesprek verliep dus uitstekend en Sarah haalde het assessment glansrijk, met op de verschillende onderdelen een paar achten, negens en één tien. Toen we haar het goede nieuws vertelden, betrok haar gezicht. Haar vriendelijke bruine ogen stonden ineens vol tranen.

‘Ik heb nog nooit zo’n hoog cijfer gehaald’, zei Sarah. Ze vertelde dat ze de vakken meestal haalde met een zesje of een zeven. Voor de minor die ze gevolgd had aan een andere hogeschool een acht. ‘Hoe kwam het dat het daar dan wel zo goed ging?’ vroegen we.

‘Nou, heel eerlijk …’, antwoordde Sarah aarzelend, ‘er was daar meer aandacht voor de studenten. De docent kende alle namen. En als we in een groepje zaten te werken op de gang, kwam die er vaak even bij zitten. Je kon gewoon meer bij ze terecht.’ Dat was niet héél leuk om te horen, maar we vroegen toch even door.

‘En heb je dan nooit overwogen om te herkansen voor een hoger cijfer?’ Sarah had inderdaad eens geprobeerd een zes te herkansen. Maar toen had de docent gezegd dat dat niet kon: ‘Je hebt het vak gehaald, wees blij’. Onthutst keken we elkaar aan. En vertelden Sarah vervolgens eerlijk dat die docent dat niet zo had mogen zeggen: je hebt altijd recht om te herkansen, ook als je een voldoende hebt.

‘Ik bedoel dit niet onvriendelijk’, zei Sarah, ‘maar HvA-docenten zijn vaak moe aan het einde van het blok’

‘Ja’, zei Sarah, ‘dat weet ik, maar ik heb het daarna toch maar niet meer geprobeerd. Want, en ik bedoel dit niet onvriendelijk naar de HvA, maar docenten zijn best moe aan het einde van het blok. Dat kon je vaak echt merken. En dus liet ik het dan maar.’

Jolanda en ik kwamen met gemengde gevoelens uit het gesprek. We waren blij dat we Sarah alsnog een mooi cijfer hadden kunnen geven, zeker toen we haar even later voor de deur nog tegenkwamen met haar twee zussen, die haar als verrassing waren komen ophalen. Drie paar stralende bruine ogen, ze waren zó blij en trots.

Maar wat we hadden gehoord, daar waren we niet trots op. ‘Ik heb het idee dat zij hier veel te weinig is gezien’, zei Jolanda treffend.

Het is niet onwaar wat Sarah zei: we zijn moe aan het einde van het blok. Het is een bekend verhaal: het tempo ligt hoog, de werkdruk is flink, docenten zijn moe, zoals iedereen in het onderwijs (en trouwens ook de zorg, en de horeca, en waar eigenlijk niet). Ik kan niet voor alle docenten spreken, maar ik ga – ook na tien jaar lesgeven – iedere keer behoorlijk vernacheld de zomer in.

Toch voelde ik me haast betrapt door die uitspraak van Sarah, want ik denk altijd dat wij docenten die vermoeidheid best goed weten te verbergen. Als dat blijkbaar niet zo is, als studenten dat zo aan ons merken en er misschien zelfs door worden gehinderd, dan gaat er iets niet goed.

Docenten moeten aan het eind van het blok – juist aan het eind van het blok! – vragen kunnen beantwoorden, feedback kunnen geven, beoordelingen kunnen toelichten en liefst ook tijd kunnen maken voor die leergierige studenten die een zes naar een acht willen tillen. Want je eigen werk verbeteren is een van de leerzaamste dingen die je kunt doen. Een mooi streven voor ’26/’27.

Ik ben in elk geval nog gemotiveerder dan andere jaren om energiek en fit te blijven tot eind juni. Of in elk geval: het nóg beter te lijken.

De wereld van haar studenten gaat razendsnel – mediadocent Suzanne Okkes probeert ’m elke twee weken bij te benen met haar columns.

Wil je meer lezen van alles wat ze voor HvanA geschreven heeft? Je vindt de columns hier verzameld.

Deel dit verhaal op je socials:

Lees ook

[molongui_author_box]