Disco Draait Door – over vernieuwingen
HvanA
Weer een maand nieuws verder. Maar wat gebeurt er nou eigenlijk écht in het hoger onderwijs? Hoofdredacteur Paul Disco filosofeert graag over de feiten. In deze nieuwe rubriek belicht hij elke maand hapklaar de belangrijkste ontwikkelingen in het hbo. Deze maand draait hij door over… vernieuwingen.
Rond 2020 herschreven veel hogescholen hun plannen over onderwijs en toetsen. Ook de HvA deed dat, al in 2018. Ik las die plannen achter elkaar en dacht: hé, hier zitten steeds dezelfde ideeën onder. Maar kloppen die eigenlijk wel? Volgens mij staan er zes denkfouten tussen. Ik schreef erover op LinkedIn en kreeg tientallen reacties. Lees even mee:
1. zelfdiscipline
In veel plannen staat zelfdiscipline centraal: studenten moeten hun eigen leerproces plannen, feedback gebruiken en zichzelf verbeteren.
Dat klinkt mooi. Maar laten we eerlijk zijn: de meeste eerstejaars komen net van de middelbare school, waar alles werd ingedeeld. Rooster klaar, toetsen gepland, docent zegt wat je moet doen.
Dan kom je op het hbo en hoor je ineens: ‘Je bent nu zelf verantwoordelijk.’ Dat moet je leren. Dat gebeurt niet automatisch. Vrijheid zonder duidelijke regels voelt dan niet als vrijheid, maar als: zoek het zelf maar uit.
2. reflectie
Daarbij kwam nog iets. Veel opleidingen zetten sterk in op veel feedback en reflectie: formatief werken. Studenten schrijven verslagen over hun leerproces, verzamelen bewijsstukken, praten over hun ontwikkeling.
Dat is waardevol. Maar soms lijkt het alsof dat bijna de plaats inneemt van een duidelijke eindbeoordeling. Terwijl je uiteindelijk ook moet kunnen laten zien dat je het vak beheerst. Hard werken is goed, nadenken over jezelf ook. Maar kun je het ook echt?
3. zacht
Daarmee samenhangend zie je nog een derde idee terugkomen: dat zo mild mogelijk beoordelen, met veel positieve feedback en weinig harde grenzen, het leren ondersteunt.
Het idee daarachter is begrijpelijk. Studenten leren beter wanneer ze zich veilig voelen om fouten te maken en wanneer gewenst gedrag wordt bevestigd.
Maar in de praktijk zie ik ook een keerzijde. Als normen en beoordelingen minder duidelijk worden, weten studenten vaak niet meer goed waar ze staan. Dan ontstaat onzekerheid: hoe goed moet dit eigenlijk zijn?
Juist duidelijke eisen en momenten waarop iets wel of niet voldoende is, kunnen helpen om het leerproces richting te geven.
4. kennis
Onder dat alles ligt een simpel punt: wat moet je eigenlijk weten? In veel plannen blijft vaag wat studenten precies moeten kennen en kunnen. Alsof kennis vanzelf ontstaat als je maar projecten doet.
En: zonder stevige basiskennis wordt het lastig om kwaliteit te beoordelen. Zeker nu AI overal opduikt. Als jij zelf niet goed weet hoe iets werkt, hoe zie je dan of een AI-antwoord klopt? Dan neem je het gewoon over. Dat kan niet de bedoeling zijn.
5. selectie
Ik schreef ook over selectie. Opleidingen willen inclusief zijn, studenten begeleiden en kansen geven. Logisch. Maar als niemand duidelijk zegt wanneer iets niet voldoende is, schuift het probleem op. Studenten stoppen dan later, na twee of drie jaar, en dat doet vaak meer pijn. Duidelijkheid kan hard voelen, maar vaagheid is soms harder.
6. docent
En dan de docent. In veel visies is de docent vooral coach. Begeleiden, motiveren, ondersteunen. Dat is belangrijk. Maar een docent is ook expert in een beroep. Iemand die zegt: dit is goed, dit niet. Als die norm minder duidelijk wordt, verandert automatisch de rol van de docent.
+++
De reacties op mijn stuk maakten het verhaal completer
Zelfstandigheid zie je wel
De reacties op mijn stuk maakten het verhaal completer. Verschillende docenten zeiden: wacht even, zelfstandigheid zie je wel degelijk. Kijk naar derdejaars stagiairs. Daar zie je studenten verantwoordelijkheid nemen, professioneel handelen, echt groeien. Maar – en dat is belangrijk – dat ontstaat niet vanzelf. Je moet het opbouwen. Eerst duidelijke structuur, daarna meer vrijheid.
Eerst begeleiden, dan beoordelen
Mensen die opleidingen beoordelen, voegden nog iets toe. Begeleiden en beoordelen horen bij elkaar, maar in een volgorde. Eerst oefenen en feedback krijgen, daarna een duidelijke eindbeoordeling. Als je niet helder bent over wat het eindniveau is, ga je steeds meer reflecties en bewijs verzamelen. Dan groeit het aantal bestanden in Brightspace, maar blijft onduidelijk waar de lat ligt.
De praktijk is anders
Andere reacties brachten de praktische realiteit binnen. Ongeveer de helft van de studenten haalt binnen vijf jaar een diploma. Dat kun je niet alleen uitleggen met ‘verkeerde visie’. Studenten werken naast hun studie, hebben stress, mentale druk.
Onderwijsvernieuwing kost tijd
En onderwijsvernieuwing kost tijd en geld. Veel feedback geven en flexibel onderwijs organiseren vraagt meer inzet van docenten. Als daar geen ruimte voor is, ontstaan er verschillen tussen wat in plannen staat en wat er echt gebeurt.
Onderwijssysteem is fout
Er was ook een tegenstem, die zei: ‘Misschien ligt het probleem niet bij zelfregulatie of toetsen, maar bij het hele systeem van diploma’s en vaste einddoelen’. Zolang iedereen naar dezelfde eindstreep moet, blijven prestatiedruk en strategisch gedrag bestaan. Dat is een grotere discussie, maar wel een interessante.
+++
Mijn uitdraai
Misschien moet een hogeschool in de onderwijsvisie minder praten in mooie termen en meer zeggen waar het concreet op staat. Minder academisch, meer hogeschool. Wat moet je echt kennen? Wat moet je echt kunnen? En hoe zorgt iedereen ervoor dat studenten daar stap voor stap naartoe groeien?
Zolang dat niet helder is, kun je blijven praten over onderwijsvernieuwing, terwijl niemand precies weet wat er eigenlijk vernieuwd moet worden.
Deel dit verhaal op je socials
Geplaatst door
Ik ben hoofdredacteur van HvanA. Heb je nieuws over de HvA, wil je wat kwijt of gewoon even bijpraten: mail gerust naar paul@hvana.nl

