Disco Draait Door – over verplichte aanwezigheid

oktober 2, 2026
Beeld:

HvanA

Geplaatst door
Paul Disco
Op
02 oktober 2026

Weer een maand nieuws verder. Maar wat gebeurt er nou écht in het hoger onderwijs? Hoofdredacteur Paul Disco filosofeert graag over de feiten en belicht elke maand hapklaar de belangrijkste ontwikkelingen in het hbo. Deze maand draait hij door over… verplichte aanwezigheid.

Vorige week zette ik op LinkedIn vraagtekens bij verplichte aanwezigheid. Ik weet wel dat aanwezigheid belangrijk is, maar ik vraag me af of we niet te snel van een zichtbaar probleem naar een oplossing springen.

De discussie die volgde maakte mijn verhaal completer, en corrigeerde mijn mening op een paar punten.

De vraag is volgens mij niet óf aanwezigheid belangrijk is. De vraag is: waarvoor is aanwezigheid nodig? Want uiteindelijk gaat het om een grotere vraag: wat moet een student doen en ervaren om zich goed te ontwikkelen tot beginnend professional?

1. maak lessen aantrekkelijker

Vaak wordt gezegd: maak de lessen aantrekkelijker, dan komen studenten wel. Natuurlijk moeten lessen goed zijn. Toch betekent afwezigheid niet automatisch dat een les slecht is. Bij veel onderwijs ontstaat de waarde juist uit wat docent én student inbrengen.

Als studenten onvoorbereid komen, kan een docent gaan compenseren door stof opnieuw uit te leggen. Daardoor blijft minder tijd over voor verdieping en leren studenten tegelijk dat voorbereiding blijkbaar niet echt nodig is.

2. neerwaartse spiraal

Zo kan een neerwaartse spiraal ontstaan: minder voorbereiding leidt tot aangepast onderwijs, waardoor voorbereiding nog minder noodzakelijk wordt.

‘Maak betere lessen’ is dus niet vanzelfsprekend het antwoord als ‘beter’ betekent dat de docent steeds meer compenseert voor wat studenten niet doen.

3. aanwezigheidsplicht

Ook verplichte aanwezigheid lost dat niet vanzelf op. Een student kan in het lokaal zitten zonder zich te hebben voorbereid, actief mee te doen of de stof te verwerken.

Met een aanwezigheidsplicht krijg je dus wel studenten op een stoel, maar niet automatisch studenten die leren.

4. groter probleem?

Sterker nog: een volle zaal onvoorbereide studenten kan opnieuw leiden tot onderwijs dat zich aan die onvoorbereidheid aanpast.

Dan hebben we met verplichte aanwezigheid studenten naar school gekregen, maar niet automatisch het leerprobleem opgelost.

5. verkeerde vraag

Misschien stellen we daarom de verkeerde vraag. Niet: hoe krijgen we studenten weer naar school? Maar: wat gaat er precies mis in het leerproces?
Aanwezigheid is immers geen doel op zichzelf. Zodra we het wel als probleem formuleren, komen we bijna vanzelf uit bij oplossingen die vooral aanwezigheid verhogen.

Vanuit die gedachte stelde ik op LinkedIn de volgende vragen: klopt deze analyse? Zo ja, wat zou wel een goede vraag zijn? En welke denkrichtingen horen daarbij?

+++

De reacties maakten het verhaal completer

Meer dan honderd reacties later denk ik nog steeds dat de oorspronkelijke vraag te beperkt is. Maar mijn eigen analyse was op punten ook te simpel.

Wat is dan de goede vraag?
Uit de reacties kwamen allerlei betere vragen naar voren. Wat is het belang van de student volgens de student zelf? Wanneer is aanwezigheid echt nodig? Welke factoren bepalen of studenten komen? Wat vraagt de opleiding van studenten? En waartoe bestaat een opleiding eigenlijk?

Gemakshalve kort ik ze in tot: wat moet een student doen om beginnend professional te worden, en wanneer moet hij daarvoor aanwezig zijn?

Verplichte aanwezigheid is de laatste stap
De reacties wijzen niet op één oplossing, maar op een paar richtingen. Begin bij wat een student moet leren en ervaren om beginnend professional te worden, en bepaal pas daarna wanneer aanwezigheid echt nodig is. Zorg vervolgens dat lessen, voorbereiding en toetsing dezelfde boodschap geven: als iets belangrijk is, moet een student niet zonder dat onderdeel toch makkelijk kunnen slagen.

Kijk ook naar de afwegingen van studenten en naar binding met docenten, medestudenten en opleiding. Pas daarna kun je duidelijke eisen stellen aan voorbereiding, actieve deelname en waar nodig verplichte aanwezigheid.

Voor verplichte aanwezigheid
Er zijn argumenten vóór een aanwezigheidsplicht. Bij discussie, oefenen, feedback, samenwerking en beroepsvorming kan fysieke aanwezigheid echt onderdeel zijn van het leren. Ook andere studenten kunnen afhankelijk zijn van iemands bijdrage. Zeker bij eerstejaars of studenten die moeite hebben met structuur kan vaste aanwezigheid bovendien helpen.

Tegen verplichte aanwezigheid
Een plicht lost niet vanzelf een leerprobleem op. Studenten kunnen aanwezig zijn zonder voorbereiding of inzet. Bovendien raakt een vaste aanwezigheidseis studenten niet allemaal hetzelfde: lange reistijd, werk, mantelzorg of andere omstandigheden kunnen zwaar meewegen. En als studenten een vak ook zonder lessen makkelijk halen, moet de opleiding eerst naar haar eigen onderwijs en toetsing kijken.

+++

Mijn uitdraai

Mijn oorspronkelijke stelling blijft staan: misschien proberen we het verkeerde probleem op te lossen. Maar ‘aanwezigheid is alleen een middel en leren het doel’ was te simpel. Aanwezigheid kan soms juist nodig zijn om te leren, samen te werken en je als professional te ontwikkelen.

De eerste vraag is daarom niet: hoe krijgen we studenten weer naar school? Maar: wat moet een student doen en ervaren om zich te ontwikkelen tot beginnend professional? Daarna pas komt de vraag welke rol lessen, voorbereiding, docenten, medestudenten en fysieke aanwezigheid daarin spelen.

En pas daarna komt de aanwezigheidsplicht in beeld. Soms is aanwezigheid niet nodig, soms wel. En een student moet dan niet alleen komen, maar ook voorbereid zijn en actief meedoen.

Als je verplichte aanwezigheid invoert voor lessen die studenten nu al zonder problemen kunnen missen én toch hun studiepunten halen, dan maak je slecht ontworpen onderwijs nog slechter. Je verplicht studenten om deel te nemen aan iets waarvan een opleiding zelf laat zien dat het niet nodig is om te slagen.

Deel dit verhaal op je socials

Lees ook

[molongui_author_box]