Disco Draait Door – over de studeercrisis
HvanA
Weer een maand nieuws verder. Maar wat gebeurt er nou écht in het hoger onderwijs? Hoofdredacteur Paul Disco filosofeert graag over de feiten en belicht elke maand hapklaar de belangrijkste ontwikkelingen in het hbo. Deze maand draait hij door over… de studeercrisis.
Ik keek nog eens naar de eerste twee afleveringen van De Studeercrisis en las ondertussen het onderzoek van dr. F. Rutger Kappe (Hogeschool Inholland) over de vraag waarom steeds minder studenten naar college komen. En ik schreef erover op LinkedIn, waar heel veel reacties op kwamen.
Opvallend genoeg lijken beide analyses dezelfde kant op te wijzen.
De Studeercrisis
HvanA maakte een driedelige documentaire over de studeercrisis. De redactie sprak met studenten, docenten, onderzoekers en bestuurders over feiten, oorzaken en gevolgen van steeds legere klassen.
1. Aflevering 1, studeren als bijzaak
2. Aflevering 2, een leeg lokaal
3. Aflevering 3, wie voelt zich verantwoordelijk? (verschijnt volgende week)
Zowel aflevering 1 als het rapport van Kappe laten zien dat studenten voortdurend een afweging maken: is een les de reistijd, de tijd en de moeite waard? Als een bijeenkomst iets toevoegt wat je thuis niet kunt leren komen studenten vaker.
Die waarde-afweging lijkt voor mij de sleutel tot de studeercrisis.
1. Neerwaartse spiraal
Als ik beide HvanA-afleveringen naast elkaar leg, zie ik deze neerwaartse spiraal.
Studenten besteden minder tijd aan hun studie; een voltijdopleiding voelt voor velen steeds meer als een deeltijdopleiding.
↓
Studenten bepalen vooraf de waarde van een les (zie aflevering 1).
↓
Klassen worden leger.
↓
Studenten komen minder voorbereid.
↓
AI neemt een deel van het denk- en oefenwerk over.
↓
Docenten ervaren meer werkdruk door bijspijkeren, herkansingen en minder interactie tijdens colleges (zie aflevering 2).
↓
De betrouwbaarheid en waarde van het diploma komen onder druk te staan.
2. Rode draad
Dat is volgens mij de rode draad van de eerste twee afleveringen. De studeercrisis gaat niet alleen over aanwezigheid, maar over veranderend studiegedrag dat doorwerkt bij docenten en uiteindelijk effect heeft op de kwaliteit en waarde van het diploma.
3. Gevolgen
Het onderzoek van Kappe ondersteunt die analyse. Hij laat zien dat afwezigheid niet alleen gevolgen heeft voor de student die wegblijft, maar ook voor medestudenten en docenten. Groepsopdrachten worden lastiger, discussies vallen stil en de leeromgeving verliest aan kwaliteit.
Opvallend is dat hij niet pleit voor een algemene aanwezigheidsplicht. Zijn oplossingen liggen vooral in beter onderwijs: relevante en interactieve lessen, betere didactiek, logischer roosters, meer sociale binding en een gezamenlijke visie op aanwezigheid.
4. Landelijk probleem
De signalen zijn bovendien niet beperkt tot één instelling. Vergelijkbare ontwikkelingen worden beschreven door, dus naast HvanA, Trajectum (HU), Bron (Fontys), Trouw, Onderwijsblad, de Nationale Onderwijsgids, SaxNow (Saxion) en in lectoraatonderzoek van de HvA en Inholland. Daarmee is de studeercrisis niet een lokaal probleem, maar een brede ontwikkeling binnen het hoger onderwijs.
5. De vraag die niemand stelt
Eén vraag blijft bij mij wel hangen. Als studenten die vaker aanwezig zijn gemiddeld betere studieresultaten behalen, waarom kunnen blijkbaar ook veel studenten met relatief weinig aanwezigheid toch succesvol afstuderen? Als je die vraag niet goed kan beantwoorden, blijft ook onduidelijk waarom aanwezigheid wel waardevol lijkt, maar kennelijk helemaal niet noodzakelijk is om een diploma te behalen.
+++
De LinkedIn-reacties op mijn stuk maakten het verhaal completer
Het is geen rechte keten, maar een systeem
Verschillende mensen reageerden dat mijn zeven stappen minder een rechte oorzaak-gevolgketen vormen dan ik schetste. De ontwikkelingen versterken elkaar wel, maar worden ook beïnvloed door andere factoren. Minder studietijd leidt niet automatisch tot lege lokalen. Ook roosters, reistijd, financiële druk, de noodzaak om veel te werken, de organisatie van het onderwijs en de aantrekkelijkheid van lessen spelen een rol. De studeercrisis lijkt daarmee eerder een systeem waarin verschillende ontwikkelingen elkaar versterken dan één lineair proces.
De fysieke les moet haar unieke meerwaarde bewijzen
Opvallend veel reacties kwamen terug op hetzelfde punt dat ook lector Rutger Kappe beschrijft: studenten maken voortdurend de afweging of een les de reistijd, de tijd en de moeite waard is. Dat betekent niet alleen dat studenten veranderen, maar ook dat fysieke bijeenkomsten steeds duidelijker iets moeten bieden wat studenten niet thuis, online of met AI kunnen krijgen. Enthousiaste docenten, praktijkvoorbeelden, discussie, samenwerking, persoonlijke feedback en activerend onderwijs werden veel genoemd als redenen waarom studenten wél naar een les komen.
Roosters zijn belangrijker dan gedacht
Meerdere docenten wezen erop dat aanwezigheid niet alleen een kwestie van motivatie is. Colleges vroeg in de ochtend, laat in de middag of verspreid over de week maken het voor studenten met lange reistijden en een bijbaan lastig om aanwezig te zijn. Vaste lesdagen, minder tussenuren en een logischer rooster werden opvallend vaak genoemd als relatief eenvoudige verbeteringen.
Structuur of verleiding?
De reacties laten ook een duidelijk verschil in visie zien. Sommigen pleiten voor meer structuur: verplichte aanwezigheid, strengere herkansingsregels en minder vrijblijvendheid. Anderen vinden juist dat het onderwijs aantrekkelijker en relevanter moet worden, zodat studenten willen komen in plaats van moeten komen. Weer anderen wezen erop dat aanwezigheid tegenwoordig slechts één onderdeel is van een bredere mix van leren, waarin online onderwijs en AI een steeds grotere rol spelen. De vraag is dan welke onderdelen van een opleiding echt fysiek moeten plaatsvinden.
Onderwijs is meer dan kennisoverdracht
Een aantal reacties bracht de discussie naar een fundamenteler niveau. De vraag is niet alleen hoe we studenten weer in de klas krijgen, maar ook waarom die klas ertoe doet. Veel respondenten wezen op de waarde van ontmoeting, dialoog, groepsvorming, professionele ontwikkeling en het contact met docenten en medestudenten. Juist nu kennis steeds toegankelijker wordt via internet en AI, lijkt de meerwaarde van de hogeschool steeds meer te verschuiven naar datgene wat je niet eenvoudig kunt digitaliseren.
+++
Mijn uitdraai
De reacties hebben mijn analyse niet fundamenteel veranderd, maar wel verdiept. De hoofdlijn blijft voor mij overeind: veranderend studiegedrag werkt door in het onderwijs en uiteindelijk ook in de waarde van een diploma.
Tegelijkertijd maken de reacties duidelijk dat dit gedrag niet op zichzelf staat. Het wordt beïnvloed door de manier waarop het onderwijs is georganiseerd, de maatschappelijke context waarin studenten studeren én de vraag of studenten de unieke meerwaarde van een fysieke bijeenkomst ook daadwerkelijk ervaren. Juist in een tijd waarin kennis steeds toegankelijker wordt via internet en AI, is die vraag belangrijker dan ooit.
Paul Disco is directeur en hoofdredacteur van HvanA. Hij werkt al ruim veertig jaar in de journalistiek en media en houdt zich vooral bezig met hoger onderwijs, medezeggenschap, bestuur en organisatie.
Eerder werkte hij onder meer voor landelijke nieuws- en opinietitels (dagbladmanager de Volkskrant en directeur De Groene Amsterdammer). En adviseerde hij organisaties op het gebied van strategie, communicatie en bedrijfsvoering.
Naast journalistiek heeft hij een grote belangstelling voor leren, motivatie, persoonlijkheidsontwikkeling en de manier waarop organisaties functioneren.
Bij HvanA ziet hij onafhankelijke journalistiek als een onmisbare bijdrage aan een open, democratische en lerende hogeschoolgemeenschap.
Heb je nieuws over de HvA, wil je wat kwijt of gewoon even bijpraten: mail gerust naar paul@hvana.nl

