Disco Draait Door – over de beoordeling van studenten
HvanA
Weer een maand nieuws verder. Maar wat gebeurt er nou eigenlijk écht in het hoger onderwijs? Hoofdredacteur Paul Disco filosofeert graag over de feiten. In deze nieuwe rubriek belicht hij elke maand hapklaar de belangrijkste ontwikkelingen in het hbo. Deze maand draait hij door over… toetsen.
Mijn artikel op LinkedIn over hoe hogescholen hun studenten beoordelen, en welk probleem je daar nu ziet, maakte veel los. Ik kreeg interessante inhoudelijke reacties. Soms instemmend, soms kritisch, maar ook interessante nuances en nieuwe invalshoeken. Ik heb die reacties meegenomen in mijn eindconclusie.
Als je kijkt naar de geschiedenis van toetsing, zie je eigenlijk steeds hetzelfde gebeuren: elk nieuwe aanpak van toetsen lost een probleem op, maar zorgt ook weer voor nieuwe problemen.
1. Meesterproef
Vroeger draaide het om de meesterproef. Je liet gewoon zien aan een vakmens dat je het vak beheerste. Niet schrijven, maar doen. Probleem: er gingen steeds meer mensen naar het onderwijs.
2. Opschrijven
Daarom kwamen in de 19e en 20e eeuw schriftelijke examens. Grote groepen studenten moesten op een snelle en eerlijke manier beoordeeld worden. Het idee: als je iets snapt, kun je het opschrijven. Probleem: nakijken was tijdrovend en subjectief.
3. Meerkeuze
Vanaf de jaren ’50 kwamen meerkeuzevragen erbij. Minder subjectief, sneller nakijken, handig voor grote groepen. Maar wel minder gericht op het checken van hoe de student nadenkt of redeneert. Probleem: afstudeerders bleven te theoretisch opgeleid voor bedrijven.
4. Toepassen
In de jaren ’80 kwam kritiek vanuit de beroepspraktijk. Studenten konden theorie opdreunen, maar liepen vast bij echte situaties. Daarom verschoof het hbo naar competenties, projecten, simulaties, stages en portfolio’s. Toepassen werd belangrijker dan stampen. Probleem: teveel kijken naar toetsmomenten, niet naar het leren.
5. Reflecties en feedback
Vanaf 2000 kwam daar daarom nog iets bij, een nieuwe onderwijsvisie: leren is een proces, geen momentopname. Reflecties, tussentijdse feedback en rubrics werden populair. Alleen werd toetsing daardoor ook veel ingewikkelder, tijdrovender en bureaucratischer. Kennistoetsen werden gezien als lager niveau, te reproductief, te los van de beroepspraktijk.
De docent werd steeds meer coach om het leerproces te begeleiden. Corona en digitalisering versnelden die ontwikkeling, maar er kwam een nieuw probleem: plots kon elke student met generatieve AI perfecte teksten, analyses en procesbeschrijvingen inleveren, zonder onderliggende denkstappen te maken. Een verslag of reflectie als toets verloor direct bijna alle betekenis, door bijvoorbeeld ChatGPT en Claude.
6. Zichtbaar leren
Als je die hele lijn doordenkt, is voor mij een logische richting voor de komende jaren duidelijk. Toetsing verschuift opnieuw, nu naar zowel focus op een goed eindproduct, als op zichtbaar denken, uitleggen, redeneren en professioneel handelen. Mondelinge vragen, casussen en echte beroepssituaties worden daardoor weer belangrijker. Niet omdat mensen beter zijn dan AI, maar omdat je daar nog het beste ziet wat iemand zelf echt snapt en kan.
Het beroep zelf wordt weer belangrijker, omdat je in echte werksituaties het moeilijkst kunt faken wat je wel of niet beheerst. Een beroep heeft altijd onverwachte, situationele en relationele elementen. Die moet je trainen en vakmatig beoordelen.
+++
De reacties op mijn stuk maken het beeld scherper
Wat moet je leren?
Meerdere mensen wezen erop dat ik te veel vanuit toetsing redeneerde. Eerst moet je bepalen wat studenten écht moeten leren, pas daarna kies je passende leeractiviteiten en toetsvormen. Toetsing volgt onderwijsvisie, niet andersom. Klopt natuurlijk, maar neemt niet weg dat de huidige combinatie van onderwijsvisie en beoordelen niet doordacht is.
Verschillen per opleiding
Een interessante nuance: niet iedere opleiding werkt hetzelfde. In technische opleidingen voelt de lijn van meesterproef naar beroepspraktijk logisch, maar in bijvoorbeeld bedrijfskunde of sociale opleidingen is professioneel handelen veel minder tastbaar en veel relationeler: ‘Vakdidactiek en toetsing zijn zeer contextueel qua kennis, vaardigheden en houdingen.’
Old-school werkt ook
Ik kreeg ook correcties op mijn geschetste beeld van meerkeuzevragen: ‘Een vreemde misvatting, dat meerkeuzevragen alleen kennis kunnen toetsen. Je kunt prima inzicht of toepassing toetsen met meerkeuzevragen.’ Dus niet alleen stampen. En, toetsen op papier kan natuurlijk ook nog steeds om het gebruik van AI uit te sluiten, schrijft een docent.
Wat moet een student kunnen
Misschien de interessantste reactie: definiëren we menselijkheid inmiddels alleen nog als: datgene wat AI nog niet kan? Want zodra AI slimmer wordt, schuift die grens natuurlijk steeds verder op. Dat vond ik een sterke vraag. Dat betekent dat opleidingen duidelijker moeten formuleren wat menselijke professionaliteit nu eigenlijk betekent.
Een reactie die daarop aansluit: ‘Dit gaat over het waartoe iemand leert en werkt. Ja dat heeft grote impact op de lineaire studieprogramma’s die we nu aanbieden. Mensen centraal in plaats van opleidingen en beroepen.’
+++
Mijn uitdraai
Volgens mij laat AI vooral zien waar toetsing eigenlijk voor bedoeld is. Een verslag, reflectie of analyse was lange tijd een soort bewijs dat iemand had nagedacht. Maar nu AI zulke teksten moeiteloos kan produceren, is die koppeling veel minder vanzelfsprekend.
Daardoor moet de aandacht meer naar zichtbaar redeneren, uitleggen, afwegen en professioneel handelen. Mondelinge vragen, casussen en echte beroepssituaties zijn daardoor belangrijker.
De reacties maken ook helder dat er niet één uniforme oplossing bestaat. Een technische opleiding vraagt iets anders dan een sociale of bedrijfskundige opleiding. En ook old-school toetsvormen, zoals goede meerkeuzevragen of schriftelijke toetsen op papier, zijn nog steeds waardevol.
AI dwingt opleidingen al jaren opnieuw na te denken over of studenten ook begrijpen wat ze doen. Dat lijkt enigszins op de oude meesterproef: weer zichtbaar krijgen wat iemand beheerst, beoordeeld door een vakdocent. Toetsing op een hogeschool moet betekenis houden voor een beroep én uitvoerbaar blijven. Daarom is eenvoud beter dan schijnbaar rijke complexiteit.
En dat is mooi, want dit toetsprobleem moet zijn opgelost voor de eerste lichting cum Claude afstudeert.
Deel dit verhaal op je socials
Geplaatst door
Ik ben hoofdredacteur van HvanA. Heb je nieuws over de HvA, wil je wat kwijt of gewoon even bijpraten: mail gerust naar paul@hvana.nl

