‘De studentenvereniging is een bedreiging én een leerschool’
Nina Bakker
Naïm Asbaâ
Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist. Deze keer gaat zijn column over studentenverenigingen, waar genetwerkt wordt aan de bar en leiderschap groeit in commissies. ‘In mijn klas zie ik ook de keerzijde: holle ogen en gemiste deadlines.’
Toen ik zelf studeerde, was het studentenleven overzichtelijk. Geen sociëteit die mijn agenda bepaalde, geen commissievergaderingen tot diep in de nacht. Mijn sociale leven speelde zich af in de kantine, een bibliotheek en af en toe een avond stappen. Studentenverenigingen waren voor mij een curiositeit, een wereld die ik alleen van buitenaf kende. Nu, als docent Bedrijfskunde, zie ik pas hoe groot hun aantrekkingskracht is. En ik merk dat ik er tegelijk met fascinatie en met bezorgdheid naar kijk.
Bij veel opleidingen zie ik studenten die heel bewust voor de stad kiezen, omdat het studentenleven minstens zo verleidelijk is als hun studie. Dat studentenleven blijkt vaak synoniem te zijn met een vereniging. Het lidmaatschap is meer dan een hobby, het wordt een identiteit. Overdag zitten ze bij mij in de klas voor onderzoekend vermogen of business skills. Daar oefenen ze met onderzoeken, presenteren en samenwerken. Maar eerlijk is eerlijk, in de sociëteit krijgen ze minstens zoveel training. Alleen ziet die er nét iets anders uit.
Waar mijn student in september nog nieuwsgierig vragen stelde, staart hij nu met holle ogen naar zijn scherm
Netwerken gebeurt aan de bar. Leiderschap groeit in commissies. Strategisch onderhandelen vindt plaats om twee uur ’s nachts, wanneer iedereen denkt dat het gesprek alleen maar over bier gaat. Het is een managementopleiding in het wild, informeel, onbetaald en met een kater als bonus.
Maar er is ook een keerzijde. Ik zie de gevolgen direct in de klas. De student die speciaal naar Amsterdam verhuisde om niets te missen, sleept zich door de dagen. Waar hij in september nog nieuwsgierig vragen stelde, staart hij nu met holle ogen naar zijn scherm. Huiswerk blijft liggen, deadlines worden gemist. De bsa-norm komt in gevaar. Niet omdat hij de inhoud niet aankan, maar omdat hij te weinig uren overhoudt om zijn studie bij te benen. Zijn commissiewerk draait beter dan zijn portfolio, maar dat levert geen studiepunten op.
Een ander woont nog thuis en slaapt geregeld bij vrienden in de stad. Bij hem zie ik hoe het verenigingsleven juist als motor fungeert. In projectgroepen neemt hij initiatief, in presentaties staat hij stevig. De energie die hij haalt uit de vereniging werkt door in zijn studie. Hij ontwikkelt zich sneller, juist omdat hij buiten de klas durft te oefenen met dezelfde vaardigheden die wij binnen de klas behandelen.
Een vereniging kan een baksteen zijn die je naar beneden trekt, of een trampoline die je omhoog lanceert
Het contrast is groot. Voor de een is de vereniging een baksteen die je naar beneden trekt, voor de ander een trampoline die je omhoog lanceert. De aandacht voor ontgroeningen en grensoverschrijdend gedrag is zeer terecht. Maar in de dagelijkse praktijk zie ik ook studenten die hun weg proberen te vinden, zoekend naar vrijheid, verantwoordelijkheid en vriendschap. Soms gaat het goed, soms gaat het pijnlijk mis.
Precies dat maakt verenigingen zo dubbelzinnig. Ze kunnen een loopbaan versnellen en tegelijk een bsa doen ontsporen. Ze zijn bedreiging en leerschool in één. Wie overeind blijft, staat vaak steviger dan wij als docenten ooit hadden kunnen voorzien. En wie valt, laat zien dat volwassen worden zelden zonder blauwe plekken gaat.
Deel dit verhaal op je socials:
Geplaatst door

Naïm Asbaâ
Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist: onderwijs gaat immers over meer dan het verdienen van je studiepunten. Voor HvanA schrijft hij om de week een column.
