‘We moeten de jongens weer geïnspireerd krijgen in het onderwijs’
Benne van de Woestijne
Charles Groenhuijsen
Oud-NOS-correspondent Charles Groenhuijsen schreef een boek over de grote, groeiende kloof tussen jongens en meiden. Mannen zijn zoekende, ziet hij, terwijl vrouwen het steeds beter op de rit hebben – ook in het onderwijs. ‘Er is sprake van een boy problem.’
De cijfers liegen er niet om. Al ruim vijfentwintig jaar studeren er meer vrouwen dan mannen. Meiden halen betere cijfers, vallen minder vaak uit én ze halen sneller hun diploma dan jongens, die er veel vaker met de pet naar lijken te gooien.
Is er sprake van een groeiende kloof? Voormalig journalist Charles Groenhuijsen (71) denkt van wel en schreef er een boek over, met de scherpe titel Meiden volgen hun dromen, jongens hun hormonen. Hij vertelt er meer over aan een tafeltje in het bruine café Orloff, hartje Utrecht.
‘De opmars van vrouwen is ongekend’, constateert Groenhuijsen enthousiast, ‘en niet te stoppen. Tegelijkertijd is er reden tot zorg over de jongens. Zijn zij wel goed genoeg toegerust op de 21e eeuw? Ik ben daar weleens somber over, al zie ik ook kansen.’
De meeste mensen zullen u nog kennen als correspondent van NOS. Vanwaar uw interesse in dit thema, was u hier altijd al mee bezig?
‘Ik ben op mijn leeftijd natuurlijk op een punt gekomen dat ik inzie wat voor gigantische veranderingen zich hebben voorgedaan in de maatschappij. Even simpel gezegd: de wereld van nu is onvergelijkbaar met de wereld van mijn ouders. Dat intrigeert me.’
‘Overal ter wereld wordt het patriarchaat omvergeworpen, en moeten jongens hun gedrag aanpassen’
‘De grootste verandering zit hem in het gedrag van mensen, en de verhoudingen daarin tussen mannen en vrouwen. Overal ter wereld zie je dat het patriarchaat afbrokkelt en omver wordt geduwd, en dat vrouwen zich spectaculair ontwikkelen en emanciperen.’
‘Waar vrouwen steeds meer de macht grijpen, zijn het de mannen die zich steeds meer aan de nieuwe realiteit moeten aanpassen. Of ze dat wel lukt? Dat vraag ik me af. En daar maak ik me ook wel zorgen over, na alles wat ik over het onderwerp las.’
U veegt in het boek veel problemen van jongens bij elkaar: slechte schoolprestaties, minder geluk in de liefde, boosheid, incels, Andrew Tate, grensoverschrijdend gedrag… je zou je bijna gaan schamen voor je man-zijn.
‘Ik generaliseer, laat dat duidelijk zijn. Er zijn natuurlijk nog genoeg toppers onder de mannen. Maar ik denk dat je wel kunt zeggen dat een grote groep moeite heeft zich aan te passen. Die opgegroeid is met de mythe van de apenrots. Nou, die rots is afgebrokkeld, vrouwen nemen echt geen genoegen meer met een rol aan het aanrecht. En terecht.’

Beeld: Benne van de Woestijne | Charles Groenhuijsen
‘De vraag die ik stel is of jongens wel genoeg zijn toegerust voor de komende eeuw. Er is sprake van een ‘boy problem’, dat mogen we wel stellen. Jongens doen het niet alleen slechter in het onderwijs, ook op veel andere vlakken worden ze links en rechts ingehaald. Iemand als Andrew Tate speelt daarop in. Hij is niet de oorzaak van problemen onder jongens, maar het gevolg ervan.’
Is dat slechte gedrag dan nieuw? Had u zelf geen last van ‘the boy problem’ vroeger?
‘Zeker, ik was een heel lastige puber. Blijven zitten, slecht gedrag, daar had ik ook last van. Dankzij mijn ouders heeft het niet tot meer zelfdestructie geleid. Maar veel van mijn leeftijdsgenoten zijn daar wel in blijven hangen. Roken, drinken, aankloten.’
Als u dat zo beschrijft, dan lijkt dat ‘slechte’ gedrag bij jongens me iets van alle tijden.
‘Het gedrag was er al, maar nu is er een correctie op gekomen. De gedragsregels waren vroeger echt heel anders. Als ik naar de journalistiek kijk, mijn eigen vak, ook. De journalistiek was echt een drankvak. Bij de lunch zei men altijd: wie gaat er mee een broodje drinken? Dat is nu ondenkbaar.’
‘De vraag moet zijn: hoe krijg je jongens gemotiveerd? Ons huidige onderwijs slaagt daar niet genoeg in’
‘Ook is er met de opmars van vrouwen in het werkveld natuurlijk een stuk meer concurrentie bij voor de mannen. Eerlijk gezegd vraag ik me zelf af of ik nu de carrière zou hebben gehad die ik kon opbouwen in de jaren ’70. Er zijn nu extreem veel getalenteerde vrouwen bijgekomen in de journalistiek. Kijk alleen al naar de correspondenten bij de NOS.’
Wat mij vooral opvalt is dat vrouwen het in het onderwijs al veel langer beter doen dan mannen (zie kader onder). In het verleden zijn hier al de nodige verklaringen voor gegeven. Welke snijdt volgens u het meest hout?
‘Men heeft weleens gewezen op de feminisering van het onderwijs. Dat er veel meer juffen dan meesters zijn en dus maar weinig mannelijke rolmodellen die jongens in de klas inspireren, dat speelt denk ik wel een rol. Maar ik denk dat het vooral ook een kwestie van aanleg is.’
Vrouwen zijn altijd al de betere studenten geweest, en bewijzen dat nu?
‘Precies. Vrouwen hebben allereerst veel meer aanleg voor organiseren. Zij houden hun leven van nature makkelijker op orde. Mannen zijn daarnaast een stuk slechter in het omgaan met teleurstellingen. Zij vallen heel erg voor the blame game. In plaats van zelf beter hun best te doen, geven ze liever iemand anders de schuld van hun problemen.’
En op de HvA?
Mannen behalen minder vaak een diploma in het hoger onderwijs en vallen vaker uit. Dat is al jaren zo en op de HvA zie je het terug in de cijfers. Zo is na een jaar studeren aan de HvA een groter deel van de mannen gestopt (18 procent) dan de vrouwen (14 procent).
De verschillen worden pas echt duidelijk na een aantal jaar studeren. Na vijf jaar heeft slechts 38 procent van de mannen een diploma gehaald, ten opzichte van 58 procent van de vrouwen (cijfers: 2024).
‘Vroeger was er een slogan om vrouwen te stimuleren economisch zelfstandig te worden: een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. Dat mag tegenwoordig wel worden: een domme knul heeft van zijn toekomst geen benul. Jongens moeten hun gedrag echt gaan aanpassen.’
Uw boek benadrukt ook: mannen domineren nog altijd CEO-functies, bovendien is er nog altijd sprake van een loonkloof. En intussen zit ik ook nog steeds te wachten op een vrouwelijke premier. We zijn er toch nog lang niet, échte gelijkheid?
‘Nee, dat is absoluut waar. Maar het gaat wel hard de goede kant op. In heel veel organisaties en in heel veel landen. Dat er in sommige landen een terugslag is – zoals de Taliban in Afghanistan laat zien – doet daar niets aan af. Hier, in Spanje, in Iran: overal laten vrouwen zien dat ze het beter doen dan de mannen, vooral door zich via het onderwijs te emanciperen.’
Als het gaat om the boy problem. Kan het onderwijs zelf dan ook iets voor jongens betekenen, denkt u?
‘Dat denk ik wel. In ieder geval meer dan we nu doen. We zullen toch wat creatiever op zoek moeten gaan in ons onderwijs naar wat jongens enthousiast en leergierig maakt. De vraag moet uiteindelijk zijn: hoe kan je jongens raken, geïnspireerd krijgen? Een beetje zoals de leraar in de film ‘Dead Poets Society’ daarin slaagt.’
‘Ik denk wel dat we moeten vaststellen dat het huidige onderwijs daar nog te veel in faalt. Te veel jongens haken af. Ze krijgen veel vaker dan meisjes het etiket ADHD opgeplakt. Jongens hebben van nature bijvoorbeeld meer behoefte aan beweging. Kunnen we dat meer incorporeren?’
‘Laten we het in ieder geval niet accepteren, is mijn betoog. Net zoals vrouwen zich spectaculair hebben opgewerkt, moeten jongens in staat zijn hun gedrag positief aan te passen.’
Deel dit verhaal op je socials
[molongui_author_box]
