Mooie beloning of wassen neus? Zes vragen over de verplichte stagevergoeding
Daniël Rommens/HvanA
Gaan studenten erop vooruit met de verplichte stagevergoeding?
Vlak voor de zomer maakte het kabinet bekend dat studenten er eindelijk recht op krijgen: de verplichte stagevergoeding. Maar in hoeverre ga je er als student nou echt op vooruit? HvanA zet de belangrijkste vragen voor studenten op een rij.
Wie krijgt er op dit moment een stagevergoeding?
In het hbo gaat het om ongeveer drie op de vier studenten, zo bleek twee jaar geleden uit onderzoek van het Centraal Planbureau. Toch zijn de verschillen tussen opleidingen groot. Het hangt er echt vanaf bij wat voor bedrijf je stageloopt of je een bedrag krijgt – en hoe hoog dat is.
Zo krijgen techniekstudenten meestal wel betaald voor hun stages (in 89 procent van de gevallen). Doe je een opleiding in de richting van taal, geschiedenis of kunst, dan sta je als stagiair veel vaker met lege handen. Er was al jaren kritiek op deze situatie. In het mbo krijgen studenten nog veel vaker geen vergoeding. Ook het nieuwe Kabinet-Jetten vond de situatie onhoudbaar en dus gaat er nu wat veranderen.
Wat gaat er precies veranderen door de nieuwe wet?
In de wet moet komen te staan dat werkgevers voortaan verplicht zijn om stagiairs een vergoeding te bieden, of ze nu uit het mbo, hbo of van de universiteit komen. Waar je ook stageloopt, in welke sector dan ook, heb je als student voortaan recht op een beloning.
Ook moet de begeleiding van stagiairs worden verbeterd, staat in de plannen. Al is niet helemaal duidelijk hoe het kabinet dat voor elkaar wil krijgen.
Is ook al duidelijk hoe hoog de verplichte vergoeding wordt?
Nee. Dat is vooralsnog niet in de wet opgenomen. En dat is ook meteen het grootste pijnpunt van de nieuwe plannen. Wat is een werkgever straks verplicht te bieden aan een stagiair? Onduidelijk. Ga je er als student dan ook echt op vooruit? Dat is de vraag.
Bedrijven moeten zelf bepalen wat een ‘passende’ vergoeding voor stagiairs is, volgens het kabinet
Volgens het kabinet krijgen sectoren en stagebedrijven ‘zelf de verantwoordelijkheid om passende afspraken te maken over de stagevergoeding.’
Waarom kan er dan geen minimale vergoeding worden geboden?
Dat heeft alles te maken met de discussie die al jaren loopt over de stagevergoeding. Studenten willen een beloning terugzien voor hun gewerkte uren, tegelijk klinkt vanuit werkgevers een ander signaal: zij hebben er lang niet altijd het geld voor.
Zo sloeg de opleiding Fysiotherapie voor de zomer al alarm in gesprek met HvanA. Als fysiotherapiepraktijken straks verplicht worden om hun stagiairs te betalen, ‘is de kans groot dat veel stageplekken verdwijnen’, vertelde stagecoördinator Marjolijn Bossers-Kooistra.
Onderwijsminister Rianne Letschert liet weten dat het juist daarom een bewuste keus is om de hoogte van de vergoeding niet vast te leggen. Ze beloofde wel dat ze wil ingrijpen als blijkt dat de vergoedingen straks veel te laag zijn.
Zijn studentenbonden blij met het nieuwe wetsvoorstel?
Nee. Dat kon je op basis van bovenstaande punten misschien wel raden. De reacties waren erg enthousiast toen oud-onderwijsminister Gouke Moes in de herfst van 2025 voor het eerst liet weten dat ‘we gewoon een vergoeding gaan regelen.’
De Landelijke Studentenvakbond is pas tevreden bij een vergoeding van 1.020 euro per maand
Nu blijkt dat er geen concessies worden gedaan over het minimumbedrag, staan studentenbonden een stuk minder hard te juichen. De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) was naar eigen zeggen zelfs ‘geschrokken’ van de plannen van minister Letschert.
De bond is pas tevreden als er een verplichte vergoeding van tenminste 1.020 euro per maand komt. ‘Veertig procent van het minimumloon’ is ook goed, schrijft de bond.
Verandert er op dit moment al iets voor studenten van de HvA?
Nee, niet meteen. Zoals dat gaat met nieuwe wetten duurt het nog even voordat alles helemaal rond is. Eerst wordt er in de Eerste Kamer over het wetsvoorstel gedebatteerd, vervolgens komt er een internetconsultatie zodat burgers en bedrijven nog input kunnen leveren. Het kabinet verwacht de wet ergens in 2028 te kunnen invoeren.
Deel dit verhaal op je socials
[molongui_author_box]