‘AZC weg ermee, klonk het scherp en luid in de tram’

november 12, 2025
Beeld:

Nina Bakker

Naïm Asbaâ

Geplaatst door
Naïm Asbaâ
Op
12 november 2025

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist. Voor HvanA schrijft hij om de week een column over de hogeschool die hem dromen én nachtmerries bezorgt. Deze keer zag hij een student in de tram en dacht hij na over tien eeuwen oude dichtregels over rede en moed.

Vrijdagnacht, half één. De laatste tram vanaf Amsterdam Centraal richting Leidseplein. De stoelen kleefden, de lucht was zwaar van bier, parfum en vermoeid weekendgelach. Ik kwam terug uit Den Haag, waar ik een poëzieworkshop had gevolgd. We lazen De rede vóór de moed van de Arabische dichter Abu al-Tayyib al-Mutanabbi, die in de tiende eeuw leefde.

Het verstand gaat vooraf aan de moed der dapperen.
Het komt als eerst, de moed pas daarna.
Wanneer die twee zich verenigen in een vrije ziel,
Bereikt die ziel de hoogste hoogten.

Die regels bleven in mijn hoofd hangen terwijl de tram zich traag een weg baande door de stad. Tussen de mensenmassa zag ik, op een verre afstand, een bekend gezicht. Mijn student.

De woorden sneden door de lucht: ‘Alle buitenlanders eruit’

Het is altijd vreemd om iemand uit de klas buiten het lokaal te zien, zonder het ritme van lessen, zonder tafels, zonder stilte. In de klas is hij rustig, kalm, een jongen van weinig woorden. Dat leek hij nu ook, al was hij opgenomen in een kring van luidruchtige vrienden. De tram was vol, mensen stonden dicht op elkaar, stemmen botsten tegen de ramen.

Eerst hoorde ik alleen gelach, geroep, de vage cadans van een telefoon die muziek afspeelde. Toen kwam het, scherp en luid.

‘AZC, weg ermee!’ Een paar stemmen vielen in, ritmisch, alsof het een leus was die men kende. ‘Alle buitenlanders eruit!’

De woorden sneden door de lucht, rauw en zwaar. Gespannen blikken kruisten elkaar, een vrouw trok haar tas dichter tegen zich aan. Niemand sprak. Het geluid golfde door de tram, bleef hangen, verloor zich niet.

Ik keek naar mijn student, ver weg, tussen schouders en hoofden. Zijn gezicht was moeilijk te lezen, maar iets in zijn houding trok mijn blik: stil, afzijdig, maar ook gevangen in de groep. Hij leek niet degene die riep, maar hij stond er wel tussen, zijn blik even naar beneden gericht.

Ik dacht aan al-Mutanabbi, aan die oude regels die we die avond nog hadden besproken. Dat rede de weg moet wijzen aan moed, en dat moed pas zuiver is als ze wordt gedragen door verstand. De dichter geloofde dat de hoogste vorm van menselijkheid ontstaat waar die twee elkaar ontmoeten.

Mijn student, in de klas altijd zo bedachtzaam, ging nu over van denken naar meelopen

Misschien was dat wat ik daar zag: het ontbreken van dat samenvallen. Rede die niet de kans krijgt om moed te worden. Mijn student, altijd bedachtzaam, stond nu in een roes van groepsgeluid, een chaos waarin denken overgaat in meelopen. Hij had geen zwaard, geen woorden, alleen de stilte van iemand die zijn plek zoekt tussen rede en ruis.

Bij het Leidseplein stapten ze uit. De jongens gingen voorop, lachend, lallend, hun stemmen versmolten met het lawaai van de stad. Mijn student liep achter hen aan, handen in zijn zakken, het hoofd iets gebogen.

Ik bleef zitten terwijl de deuren sloten. Het plein buiten glansde in de regen. Ik dacht aan hoe anders dit tafereel gelezen zou worden als diezelfde jongens een andere huidskleur hadden gehad. Dan waren ze geen uitgelaten studenten geweest, maar overlastgevers. Dezelfde woorden, anders gewogen.

In mijn hoofd klonken opnieuw de regels van de dichter. Het verstand gaat vooraf aan de moed der dapperen. Het komt als eerst, de moed pas daarna. En ik dacht aan hem, aan die stille jongen in de verte. Misschien was dat de werkelijke strijd die nacht: niet tussen mensen, maar tussen rede en moed, ergens diep in één jongen, in een overvolle tram die door de stad reed.

Deel dit verhaal op je socials:

Lees ook

Geplaatst door

Naïm Asbaâ

Naïm Asbaâ is docent, studieadviseur en, vooruit, een beetje idealist: onderwijs gaat immers over meer dan het verdienen van je studiepunten. Voor HvanA schrijft hij om de week een column.