Decaan Arjan Vliegenthart: ‘Studeren is meer dan studiepunten halen’
Benne van de Woestijne
Arjan Vliegenthart in zijn werkkamer
Arjan Vliegenthart is de nieuwe decaan van de Faculteit Maatschappij en Recht. Hij is begonnen op een moment dat de HvA moet bezuinigen. Toch wil hij het gesprek niet laten vastlopen in cijfers, want studeren draait om meer: ‘Studenten mogen best aan de poort rammelen, kritisch zijn en zeggen dat dingen anders moeten.’
Voor hij in oktober startte als de nieuwe decaan van FMR, was Arjan Vliegenthart directeur van het Nibud. Hij studeerde politicologie aan de VU en gaf, nadat hij promoveerde, les op verschillende universiteiten. Van 2007 tot 2014 was hij namens SP lid van de Eerste Kamer en later werd hij wethouder van Amsterdam.
De HvA is voor hem bekend terrein. Voor hij decaan werd, was Vliegenthart betrokken bij de Raad van Advies van de hogeschool, eerst als lid en later als voorzitter. Het hbo draait voor hem in de eerste plaats om emancipatie, vorming en de vraag hoe studenten hun plek vinden in een snel veranderende samenleving. HvanA sprak de nieuwe decaan om kennis te maken.
Wat was u zelf voor student?
‘Ik was wel een beetje een eigenwijze student. Ik begon in 1998 met politicologie, in de tijd van paars. Politiek leek toen soms bijna op een zakelijk bedrijf, en daar voelde ik me niet altijd bij thuis.’
‘Na het eerste jaar ben ik er geschiedenis bij gaan doen. Bij politicologie hadden we ongeveer acht uur college per week. Als je puur naar studietijd kijkt, was ik misschien twintig tot vijfentwintig uur per week bezig.’
‘Maar studeren was voor mij altijd meer dan alleen studiepunten halen. Ik zat bij een studievereniging en deed mee aan leesclubs met filosofische boeken. Met andere studenten nadenken over maatschappelijke vragen – daar heb ik misschien wel het meest van geleerd.’
U zat als Nibud-directeur al in de Raad van Advies van de HvA. Wist u waar u aan begon?
‘Je ziet in zo’n rol vooral de grote vraagstukken. Bijvoorbeeld discussies over AI of maatschappelijke spanningen rond Israël en Palestina die ook een hogeschool raken.’
‘Maar het dagelijkse leven van de organisatie zie je dan nog niet. Wat ik nu leuk vind, is dat ik ’s ochtends mijn fiets neerzet en een gebouw binnenloop waar vooral jonge mensen rondlopen. Dat voel je pas echt als je hier werkt.’

Beeld: Benne van de Woestijne | FMR-decaan Arjan Vliegenthart
‘Ik vind het belangrijk dat jonge mensen zich ontwikkelen’
Waarom wilde u juist hier decaan worden?
‘Voor mij speelt de rol van het hoger onderwijs een belangrijke rol. In het hbo studeren veel eerstegeneratiestudenten. Vanuit mijn politieke achtergrond heb ik het altijd belangrijk gevonden dat jonge mensen de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Het hbo heeft daarin echt een emancipatiefunctie.’
‘Daarnaast vond ik het na zeven jaar bij het Nibud interessant om weer in een grotere organisatie te werken. Zo’n hogeschool heeft een eigen dynamiek.’
‘En FMR heeft een bijzondere plek. Ik heb daar ooit met mijn voorganger Jean Tillie over gesproken. Ik zei toen half gekscherend dat het een plek was waar ik ooit wel eens zou willen zitten. Blijkbaar had hij dat onthouden, want hij refereerde eraan tijdens ons overdrachtsgesprek.’
Hij wijst ook op de rol van de faculteit in de stad. ‘FMR is hofleverancier voor het sociaal domein van Amsterdam. Dat je daaraan mag bijdragen vind ik een mooie uitdaging.’
‘Vanuit het Nibud weet ik hoe belangrijk financiële zekerheid is’
Veel studenten maken zich momenteel zorgen over geld. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Vanuit het Nibud weet ik hoe belangrijk financiële zekerheid is. Veel studenten ervaren financiële stress. Studeren in Amsterdam is duur en veel studenten moeten daarnaast werken. Dat heeft onvermijdelijk invloed op hoe zij hun studie beleven.’
Over geldzorgen gesproken, u begint ook in een periode van bezuinigingen.
‘Dat wist ik toen ik begon. In de procedure is daar uitgebreid over gesproken. Ik ben dus niet verrast door de omvang van de opgave.’
Voor zijn faculteit gaat het om forse bedragen. ‘We moeten van 72 naar 70 miljoen. Dat zijn grote bedragen.’
Maar volgens hem moet het gesprek niet alleen over geld gaan. ‘Een bezuiniging is pas geslaagd als die niet alleen budgettair klopt, maar ook inhoudelijk. Uiteindelijk gaat het erom dat we de kwaliteit van het onderwijs overeind houden.’
Wie zijn eigenlijk bij dat soort keuzes uw belangrijkste adviseurs?
‘Ik overleg veel met collega-decanen. Veel problemen blijken op elkaar te lijken.’
‘Binnen de faculteit werk ik nauw samen met opleidingsmanagers, de staf en de directeur bedrijfsvoering. Zij brengen verschillende perspectieven in: inhoud, organisatie en financiën. Daarnaast kijk ik naar wat er in het werkveld gebeurt.’
Kijkt u bij dat soort beslissingen vooral naar cijfers, of ook naar iets anders?
‘Cijfers zijn belangrijk, maar ook de waarde voor de maatschappij. De eerste vraag moet altijd zijn: wat moeten studenten straks kennen en kunnen?’
‘Neem bijvoorbeeld HBO-Rechten. Door AI en digitalisering verandert dat werkveld snel. Het gaat dus niet alleen om de vraag of een opleiding blijft bestaan, maar vooral om wat studenten moeten leren om daarna aan de slag te kunnen.’
Er wordt ook gezegd dat veel startfuncties verdwijnen en dat afgestudeerden eigenlijk al verder moeten zijn.
‘Dat klopt. Stages en praktijkervaring worden steeds belangrijker. Daardoor beginnen studenten vaak al met meer ervaring aan hun loopbaan.’
Spreekt u ook rechtstreeks met studenten?
‘Zeker. Ik spreek studieverenigingen en we hebben een studentassessor. Wat ik hoor is dat studieverenigingen het moeilijk vinden om studenten bij activiteiten te betrekken.’
‘Veel studenten wonen niet in Amsterdam, reizen heen en weer en moeten daarnaast werken. Dat maakt het lastiger om een echt studentenleven op te bouwen.’
‘Het zou onze eer te na moeten zijn als opleidingen langdurig onderaan in de Keuzegids blijven staan’
Sommige van uw opleidingen scoren al jaren laag in tevredenheidsonderzoeken. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Daar is niet één oorzaak voor. Wat wel opvalt is dat kleinere opleidingen het vaak beter doen. Daar is de betrokkenheid vaak groter.’
Maar dat verklaart niet alles. ‘Er zijn ook grote opleidingen die goed scoren. Uiteindelijk gaat het erom of studenten zich betrokken voelen bij hun opleiding. Hoe goed het lukt om een gemeenschap te vormen.’
Maar als opleidingen structureel laag scoren?
‘Dan moeten we daar serieus naar kijken. Het zou onze eer te na moeten zijn als opleidingen langdurig onderaan blijven staan. Dan moet je analyseren waar dat vandaan komt. Soms zit het in communicatie, soms in verwachtingen, soms in organisatie.’
Wat ziet u als de belangrijkste opgaven voor de komende jaren?
‘Ik zie drie belangrijke opgaven. Ten eerste moeten onze opleidingen blijven aansluiten op een veranderende arbeidsmarkt. Ten tweede moeten we grip krijgen op studentuitval.’
Uitval is volgens hem een probleem zonder simpele oplossing. ‘Daar heb ik ooit een mooie les over geleerd van burgemeester Eberhard van der Laan toen ik wethouder was. Hij zei: grote maatschappelijke problemen hebben vaak geen directe oplossing, maar ze vragen wel om een aanpak.’
‘Soms weet je dat je een probleem nooit volledig onder controle krijgt. Maar dat betekent niet dat je het moet laten liggen. Je moet het juist vastpakken en proberen er richting aan te geven. Zo kijk ik ook naar studentuitval.’
Een derde opgave is volgens hem het versterken van praktijkgericht onderzoek. ‘We kunnen met ons onderzoek nog meer bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken in Amsterdam.’
Moet dat onderzoek ook niet zichtbaarder worden?
‘Ja. Er gebeurt ontzettend veel goed onderzoek, maar dat staat niet altijd even goed in de etalage.’
Hij noemt het juridisch loket als voorbeeld. ‘Studenten lopen daar stage en helpen mensen uit de stad. Dat is onderwijs én maatschappelijke verantwoordelijkheid tegelijk.’
Ook onderzoek noemt hij een visitekaartje van de faculteit. ‘Het werk van lector Reint Jan Renes rond klimaatpsychologie vind ik een prachtig voorbeeld. En ook het onderzoek van Anna Custers is iets waarvan ik denk: wauw, dat wij dit in huis hebben.’
Tot slot: wat wilt u tegen studenten zeggen?
‘Geniet van je studententijd. Ik begrijp dat er veel van studenten wordt gevraagd, maar studeren is meer dan alleen je diploma halen. Veel van wat je leert gebeurt in de interactie met anderen.’
Studenten mogen daarbij volgens hem ook kritisch zijn. ‘Ze mogen best aan de poort rammelen en zeggen dat dingen anders moeten. Dat hoort bij een jonge generatie en een levendige democratische samenleving.’
Deel dit verhaal op je socials:
Geplaatst door
Ik ben hoofdredacteur van HvanA. Heb je nieuws over de HvA, wil je wat kwijt of gewoon even bijpraten: mail gerust naar paul@hvana.nl

