AI bij je opdracht: wat mag er nu wel en niet op de HvA?

september 2, 2026
Beeld:

Canva

De meeste studenten gebruiken volop ChatGPT

Geplaatst door
Basia Elting
Op
02 september 2026

Of je nu net begint aan de HvA of al een paar jaar studeert: de regels bij het gebruik van AI zijn studenten lang niet altijd duidelijk. Hoe mag je chatbots nu precies gebruiken? HvanA onderzocht waar de grens ligt en hoe helder die in de praktijk is. ‘Het is niet zo dat we op afstand zeggen: dat was fraude, boem.’

De deadline van je opdracht komt dichterbij, maar je Word-bestand is nog behoorlijk leeg. In het tabblad ernaast staat een AI-chatbot klaar die in tien seconden ideeën kan aandragen, een conclusie kan schrijven of desnoods een complete eerste versie kan produceren. Handig. Maar mag het ook?

Sinds april 2024 heeft de HvA acht officiële regels voor generatieve AI, vastgelegd in het document Generatieve AI in onderwijs: regels en adviezen. De basis is simpel: AI is niet zomaar verboden. Toch betekent dat niet dat je het bij iedere opdracht en docent zomaar mag gebruiken. Juist daar begint het soms te schuren.

De ene docent kijkt anders tegen AI aan dan de ander

Per opdracht verschillend
Het eerste wat je wilt weten, is: mag ik AI überhaupt gebruiken? Dat kan per toets verschillen. Bij de ene opdracht mag je een chatbot gebruiken om bijvoorbeeld ideeën te verzamelen, terwijl bij een ander project AI juist uit den boze is, omdat wordt beoordeeld of de student zelf een analyse kan schrijven.

Soms is AI zelfs bewust onderdeel van de opdracht. Tweedejaarsstudenten bij Creative Business maken bijvoorbeeld een blog met AI en laten daarbij zien welke prompt ze hebben gebruikt. Op andere momenten mag AI weer helemaal niet gebruikt worden. Een docent moet uiteindelijk kunnen beoordelen wat de student zélf beheerst en soms staan chatbots dat juist in de weg.

‘Een student moet eigen werk inleveren en daarbij zijn tools en bronnen op de juiste manier gebruiken’

In de praktijk minder duidelijk
Bij toetsen hoort de grens dus op papier duidelijk te zijn. Toch wordt er in de dagelijkse onderwijspraktijk volgens Creative Business-docent Alexander Steenhorst niet altijd even uitgebreid over AI gesproken. ‘Ik denk dat heel veel docenten daar überhaupt eigenlijk niet iets over zeggen. Waardoor het dus ook heel vaak blijft van: wat mag je wel en wat mag je niet?’

Als student merk je dat de ene docent anders tegen AI aankijkt en ermee omgaat dan de andere. Dat bleek ook uit een eerder artikel van HvanA.

Binnen de HvA bestaan er dus wel regels, maar niet één opvatting over chatbots. Weet je niet hoe jouw docent ermee omgaat, dan kun je het altijd even vragen. Bij alle toetsen en opdrachten hoort in de instructie te staan of generatieve AI is toegestaan en, zo ja, waarvoor.

Wat is nog eigen werk?
Staat vast dat AI bij een opdracht mag worden gebruikt, dan volgt een nog lastigere vraag. Wanneer is het nog echt jóúw werk? Frederike Wegener Sleeswijk, voorzitter van de examencommissie Communicatie en Creative Business, vat het uitgangspunt als volgt samen: ‘Een student moet eigen werk inleveren en daarbij de tools en bronnen op de juiste manier gebruiken.’

 ‘Het moet wel jouw brief zijn. En dus jouw werk’

Wegener Sleeswijk geeft een paar voorbeelden. Een zelfgeschreven alinea door AI laten controleren op grammatica? Dat hoeft volgens haar niet een probleem te zijn. Ze vergelijkt het met een sollicitatiebrief die je voor het versturen nog even door een vriend laat nalezen. ‘Maar het moet wel jouw brief zijn. En dus jouw werk.’

Een paar losse gedachten invoeren en de chatbot daar een complete tekst van laten maken? Dat ligt volgens haar anders. Hierbij loop je sneller kans op problemen. Brainstormen ziet Wegener Sleeswijk dan wel weer als een mogelijke toepassing: een chatbot kan ideeën aandragen, waarna de student zelf bepaalt wat ermee gebeurt.

Ook daarbij blijft de specifieke opdracht volgens Wegener Sleeswijk leidend. Dat een taalcheck of brainstorm als hulpmiddel kan dienen, betekent niet dat die bij iedere toets automatisch is toegestaan.

Je blijft altijd zelf verantwoordelijk voor het eindresultaat

Open over AI
Uiteindelijk is zowel de student als docent gebaat bij openheid. Een van de HvA-regels gaat hier ook over. Als je als student AI gebruikt, dan wil de HvA dat jij vermeldt welke tool en versie je hebt ingezet, waarvoor en op welke manier.

Je moet het dus melden als je het hebt gebruikt voor brainstormen of schrijfhulp. Of: welke prompts je hebt gebruikt en wat je vervolgens met de antwoorden hebt gedaan. Sowieso is het goed om te checken wat je generatieve AI allemaal voor jou laat produceren. Een chatbot kan dan wel heel overtuigend klinken, inhoudelijk kan het behoorlijk de plank misslaan.

Fraude
AI gebruiken betekent dus niet meteen dat je fraude pleegt. Maar wijk je af van wat bij de opdracht is toegestaan en ben je daar niet eerlijk over, dan kan een docent een vermoeden van fraude krijgen.

Of er echt sprake is van fraude, staat dan nog niet vast. De docent doet eerst vooronderzoek en kan het vermoeden daarna voorleggen aan de examencommissie. Die bekijkt de zaak en hoort ook de student.

Hoe weet een docent eigenlijk dat AI is gebruikt?
Een waterdichte AI-detector bestaat niet, zegt Wegener Sleeswijk. Zulke tools zijn volgens haar niet betrouwbaar genoeg om op zichzelf als bewijs te dienen. Haar examencommissie gebruikt ze daarom nauwelijks nog.

Docenten kijken breder: bijvoorbeeld naar de schrijfstijl, gebruikte bronnen en hoe een student uitlegt dat het werk tot stand is gekomen.

Soms valt AI-gebruik ook gewoon inhoudelijk op, zegt Steenhorst. Een chatbot kan best een prima definitie geven, maar nét niet de theorie of aanpak gebruiken die in de les is behandeld. ‘Zo’n AI-model kijkt niet naar de lessen. Het kijkt gewoon naar algemene informatie.’

‘Wij gaan altijd eerst in gesprek met de student: wat is er gebeurd, wat heb je gedaan, hoe komt het, wat is jouw weerwoord?’ zegt Wegener Sleeswijk. ‘Het is niet zo dat we op afstand kijken naar een opdracht en meteen zeggen: dat was fraude, boem.’

Pas daarna beslist de examencommissie of er daadwerkelijk sprake is van fraude. Als dat zo is, kan het ingeleverde werk ongeldig worden verklaard.

Een magisch percentage bestaat trouwens ook niet. De HvA schrijft nergens dat twintig procent AI nog prima is en dertig procent ineens te veel. Wat de hogeschool wél verlangt, is dat duidelijk blijft welke rol AI heeft gespeeld, wat je zelf hebt gedaan en dat je open bent over hoe je AI hebt gebruikt.

Grijs gebied
In de praktijk is de grens bij het gebruik van AI dus niet altijd zwart-wit. De HvA wil jou niet verbieden AI te gebruiken, maar docenten gaan er verschillend mee om en willen het gebruik van AI lang niet altijd aanmoedigen. Veel hangt af van openheid en duidelijkheid tussen de student en docent.

‘Je bent niet verplicht om AI te gebruiken’

Houd je sowieso te veel van schrijven en nadenken om AI te willen gebruiken, wees dan gerust. Een van de acht regels van de HvA luidt als volgt: ‘Je bent niet verplicht om AI te gebruiken.’ Krijg je hierover ruzie met je docent, wijs diegene dan even op de AI-richtlijnen.

Deel dit verhaal op je socials:

[molongui_author_box]